Artikel 20d Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Lid 1
Indien het gerechtshof het beroepschrift ontvankelijk acht, bevestigt het gerechtshof de beslissing van de kantonrechter, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet het, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden beslissing van de kantonrechter, hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen.
Lid 2
Indien de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd op de in artikel 14, tweede lid, genoemde grond wijst het gerechtshof de zaak terug naar de rechtbank, tenzij door betrokkene de behandeling van het beroep door het gerechtshof zelf is verlangd. In geval van terugwijzing doet de kantonrechter recht met inachtneming van het arrest van het gerechtshof.
Lid 3
Het arrest van het gerechtshof is met redenen omkleed. Het wordt op een openbare zitting uitgesproken. Indien de zaak ter zitting is behandeld wordt het arrest aangetekend in het proces-verbaal van die zitting en wordt het uiterlijk veertien dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting uitgesproken. Indien de zaak niet ter zitting is behandeld wordt het arrest op een door de voorzitter te bepalen dag uiterlijk zes weken nadat de laatste van de in artikel 19 bedoelde termijnen is verstreken uitgesproken.
Lid 4
De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid.
Lid 5
Een afschrift van het arrest wordt toegezonden aan partijen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 20d Wahv is sinds 2018 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2024:1012 — 09-07-2024 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Aanspraak op proceskostenvergoeding voor administratiefberoepsfase in Wet Mulder zaken indien na opleggen van sanctie, maar terwijl beroepsprocedure aanhangig is, sanctiebedrag zoals dat is toegepast door ambtenaar die bevoegd is tot oplegging… - ECLI:NL:HR:2020:1055 — 16-06-2020 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Hof heeft i.h.k.v. Wahv aan betrokkene opgelegde (boete)beschikking t.z.v. parkeren in strijd met parkeerverbod vernietigd. Kan Wahv-boete worden opgelegd voor overtreden van verkeersteken/verkeersbord dat gebod of verbod inhoudt, wanneer… - ECLI:NL:HR:2020:563 — 07-04-2020 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Aanspraak op proceskostenvergoeding in Wet Mulder zaken. Hof heroverweegt zijn vaste jurisprudentie door aansluiting te zoeken bij regeling van art. 591a Sv i.p.v. bij jurisprudentie van bestuursrechters t.a.v. art. 8:75 Awb. Is ‘s hofs… - ECLI:NL:GHARL:2026:5685 — 02-09-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dat de nader aangevoerde gronden volgens de kantonrechter zo laat waren ingediend dat deze voorafgaand aan de zitting niet meer zorgvuldig konden worden bestudeerd, maakt niet dat de kantonrechter voorbij mocht gaan aan de in het… - ECLI:NL:GHARL:2023:6369 — 28-07-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 6 EVRM. Schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn. Proceskostenvergoeding. Artikel 7:28 Awb. Uitleg van het begrip ‘aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid’. Het hof hanteert in het vervolg als uitgangspunt dat indien de redelijke…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.