RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.22068
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [x] , eiser
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft eisers referentiekader deugdelijk vastgesteld en eisers nader gehoor is voldoende zorgvuldig verlopen. Ook zijn eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen terecht ongeloofwaardig geacht, heeft de minister terecht geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade en heeft hij eisers asielaanvraag mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 april 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
3. Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.
Het asielrelaas
4. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Tijdens zijn periode op de zendingsschool heeft hij een jongen ontmoet met wie hij een relatie van ongeveer zes jaar heeft gehad. In 2013 heeft eiser besloten om met zijn vrouw te trouwen en heeft hij twee kinderen gekregen, als dekmantel voor zijn homoseksuele gerichtheid. Vervolgens is hij in 2017 in het kader van zijn opleiding naar de Filipijnen gegaan waar hij een man ontmoette met wie hij drie jaar een relatie heeft gehad. Vlak voordat eiser Nigeria verliet, was er een homobijeenkomst waar hij naartoe was gegaan. Daar is de politie binnengelopen en is eiser door een kogel geraakt. Bij terugkeer vreest eiser dan ook om gearresteerd of vermoord te worden door de politie.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. Eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen vindt de minister echter niet geloofwaardig, omdat eiser dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten heeft onderbouwd en dit asielmotief niet alsnog geloofwaardig is. Eisers verklaringen vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel1 en eiser heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daarvoor geen goede verklaring.2 De minister heeft vervolgens beoordeeld of eisers identiteit, nationaliteit en herkomst reden geven om aan hem een asielvergunning te verlenen. Dat is volgens de minister niet het geval. De minister heeft de asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard.
Is eisers referentiekader deugdelijk vastgesteld?
6. Eiser betoogt dat de minister zijn referentiekader onjuist heeft toegepast. De instelling waar eiser zijn opleiding heeft gevolgd is een college, niet een universiteit. Eisers opleiding in de Filipijnen is dan ook ten onrechte gekwalificeerd als een universitaire opleiding. Daarnaast verklaart iemands opleiding niet de vrijheid om over een verborgen seksuele identiteit te spreken. Ook gebruikt de minister eisers hogere opleiding als argument voor de verwachting dat hij zijn innerlijke processen beter kan evalueren en formuleren. Dit is een redenering die het bijzondere karakter van lhbti-asielzaken miskent. Bij de geloofwaardigheidsbeoordeling moet rekening worden gehouden met de mogelijk bij een vreemdeling aanwezige schaamte en culturele belemmeringen om vrijuit over zijn seksuele gerichtheid te verklaren.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft eisers referentiekader deugdelijk vastgesteld en toegepast. Over eisers referentiekader heeft de minister overwogen dat eiser in Nigeria naar de middelbare school is gegaan en daar is begonnen aan een opleiding om priester te worden, dat eiser veel gereisd stelt te hebben en zaken te hebben gedaan, en dat hij in de Filipijnen een universitaire opleiding heeft gevolgd, namelijk Business Administration. Bovendien is eiser in Nigeria privéchauffeur van onder andere de koning geweest, heeft hij een boetiek gehad en was hij bemiddelaar in visa- en toestemmingsformulieren via de Filipijnse ambassade. Op basis hiervan heeft de minister terecht geconcludeerd dat eiser als hoogopgeleide en zelfstandige man kan worden beschouwd. Dat eisers opleiding in de Filipijnen ten onrechte is gekwalificeerd als een universitaire opleiding, wordt niet gevolgd. Allereerst heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor zelf aangegeven dat zijn opleiding van universitair niveau is geweest.3 Dit is vervolgens niet door hem gecorrigeerd. Los daarvan heeft de minister terecht gesteld dat eiser in ieder geval als hoogopgeleid kan worden beschouwd. Eiser is rond zijn veertigste op basis van een studievisum immers naar de Filipijnen gereisd om daar ‘Business Administration’ te gaan studeren. Eiser heeft voldaan aan de visum-eisen en is toegelaten op een internationaal opleidingsinstituut. Het is dan ook niet aannemelijk dat het door eiser gevolgde onderwijs middelbaar onderwijs zou betreffen. Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het gegeven dat eiser hoogopgeleid en zelfstandig is wel degelijk iets zegt over het verwachtingspatroon bij het begrijpen en beantwoorden van vragen, de kennis van zaken en het handelen hiernaar, en de mate waarin iemand zijn innerlijke processen kan evalueren en formuleren. Eiser wordt er daarnaast niet in gevolgd dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de bij hem aanwezige schaamte en culturele belemmeringen. De minister heeft er terecht op gewezen dat de culturele achtergrond van een vreemdeling blijkens Werkinstructie (WI) 2019/174 in zijn referentiekader wordt meegenomen en dat hier rekening mee wordt gehouden. Eiser heeft niet concreet toegelicht hoe dit onvoldoende is geweest in zijn geval. Daarnaast heeft de minister er in dit verband terecht op gewezen dat eiser in het nader gehoor desgevraagd aan heeft gegeven er geen probleem mee te hebben om over zijn homoseksuele gerichtheid en zijn gevoelens daarover te praten.5
Is het nader gehoor voldoende zorgvuldig geweest?
7. Eiser betoogt dat het nader gehoor onzorgvuldig is gelopen. Uit de correcties en aanvullingen op het rapport van het nader gehoor blijkt dat de communicatie tussen eiser en de tolk tijdens het gehoor gebrekkig verliep, en op punten is de vertaling slecht te noemen. De minister heeft de tolkproblemen echter ten onrechte niet inhoudelijk onderzocht of gemotiveerd weersproken, maar de tekst van het rapport onverkort gevolgd. Ook was de vraagstelling op meerdere momenten onduidelijk.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiser wordt er niet in gevolgd dat het nader gehoor onzorgvuldig is verlopen. Eiser heeft namelijk onvoldoende toegelicht waaruit blijkt dat er communicatieproblemen met de tolk zouden zijn geweest en dat de vraagstelling voor eiser onduidelijk zou zijn geweest. Ook tijdens de zitting heeft eiser geen concrete aanwijzingen hiervoor naar voren gebracht. Daarbij komt dat de minister er terecht op heeft gewezen dat eiser zelf tijdens het nader gehoor heeft verklaard de tolk goed te kunnen verstaan en begrijpen.6 Ook heeft de minister er terecht op gewezen dat als eiser geen antwoord gaf op de gestelde vragen, de hoormedewerker de vraag herhaalde, anders formuleerde of in stukjes opbrak. Verder is eiser meerdere keren gevraagd of hij de vragen begreep, en is de vraag verduidelijkt als hij dit ontkennend beantwoorde.7 Eiser heeft ook tijdens het nader gehoor aangegeven geen op- of aanmerkingen te hebben op de werkwijze van de hoormedewerker of de tolk.8 Gelet hierop heeft de minister ook geen onderzoek hoeven doen naar de door eiser gestelde problemen met de tolk.
Heeft de minister de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen terecht ongeloofwaardig geacht?
8. Eiser betoogt dat de minister zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft niet betwist dat hij zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet volledig heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In dat kader heeft de minister eiser het volgende tegengeworpen: eiser heeft summier verklaard over zijn relatie met [persoon 1] (hierna: tweede ex-vriend), eiser heeft summier en oppervlakkig verklaard over zijn relatie met [persoon 2] (hierna: eerste ex-vriend), eiser heeft geen lhbti-gerelateerde betrokkenheid of toekomstplannen, eiser heeft vaag verklaard over zijn persoonlijke proces en eiser heeft zijn problemen niet aannemelijk gemaakt. Verder is het asielmotief niet alsnog geloofwaardig omdat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daar geen goede verklaring voor heeft.
9. Bij een onderzoek naar de geloofwaardigheid van een homoseksuele gerichtheid volgt uit WI 2019/179 dat de minister op zoek is naar een authentiek verhaal van de betrokken vreemdeling. In het kader van het onderzoek naar de geloofwaardigheid worden onder meer vragen gesteld over een aantal vaste thema’s: het privéleven van de vreemdeling, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van de Nederlandse situatie en discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. In het algemeen ligt het zwaartepunt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele geaardheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die geaardheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen in het algemeen beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar lhbti-zijn maatschappelijk onacceptabel of strafbaar is gesteld. In die situatie is het de vraag of en hoe de vreemdeling zich daaraan heeft aangepast en hoe hij dit heeft beleefd. Het is uiteindelijk aan de vreemdeling om zijn gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk te maken.
De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Ebilum,10 het standpunt over de geloofwaardigheid van de door een betrokkene afgelegde verklaringen voortaan zonder enige terughoudendheid mag beoordelen. Het Hof van Justitie heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten van de relevante feitelijke elementen. De rechtbank zal daarom alle onderdelen van het besluit over de geloofwaardigheid vol toetsen en afzien van het gebruik van de bewoordingen ‘niet ten onrechte’. Dit in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, zonder een goede verklaring daarvoor. De rechtbank licht dat oordeel hierna verder toe bij de bespreking van de gronden die eiser heeft gericht tegen de tegenwerpingen van de minister in dat kader.
Eiser heeft summier verklaard over zijn relatie met zijn tweede ex-vriend
10. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij summier heeft verklaard over zijn relatie met zijn tweede ex-vriend. De relatie met die vriend speelde zich af tijdens eisers verblijf in de Filipijnen in ongeveer 2017–2019. Uit de correcties en aanvullingen op het rapport van nader gehoor volgt dat de relatie is verbroken nadat eiser ontdekte dat deze ex-vriend seksuele contacten onderhield met andere partners. Dat eiser in die context minder gedetailleerde herinneringen heeft aan een relatie van inmiddels meer dan zeven jaar geleden, is niet onredelijk.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft terecht tegengeworpen dat eiser summier heeft verklaard over zijn relatie met zijn tweede ex-vriend en eiser dat ook mogen aanrekenen. De minister volgt eiser weliswaar in zijn stelling dat in de loop van de jaren sommige details van zijn herinneringen verloren zijn gegaan, maar verwacht terecht wel van hem dat hij de minister globaal kan meenemen in zijn ervaringen. Eiser weet echter niet meer hoe lang de relatie heeft geduurd en twijfelt over de naam van deze ex-vriend.11 Ook verklaarde eiser dat deze relatie voor hem de belangrijkste relatie is geweest12, maar kon hij desgevraagd niet toelichten wat deze relatie zo belangrijk voor hem maakt. Toen eiser nogmaals gevraagd werd waarom deze relatie het belangrijkst voor hem was, verklaarde eiser alleen dat hij op de Filipijnen woonde en dat iedereen belangrijk is.13 Ook verklaarde eiser op vragen van de hoormedewerker zich de ontmoeting met zijn ex-vriend en de periode samen niet te kunnen herinneren, en kon eiser niets over hun relatie of de periode samen verklaren, behalve dat de ex-vriend ervoor zorgde dat hij een rijbewijs kreeg en dat hij veel seksuele contacten had met andere personen.14
Eiser heeft summier en oppervlakkig verklaard over zijn relatie met zijn eerste ex-vriend
11. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat zijn verklaringen over zijn relatie met zijn eerste ex-vriend summier en oppervlakkig zijn. Gelet op het feit dat de minister erkent dat de relatie meer dan 25 jaar geleden was en dat eiser deze geheim moest houden, heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom hij deze tegenwerping handhaaft. Bovendien bevatten de correcties en aanvullingen op het rapport van nader gehoor aanvullende informatie over de relatie met deze ex-vriend.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eiser terecht en voldoende gemotiveerd tegengeworpen dat eisers verklaringen over zijn relatie met zijn eerste ex-vriend summier en oppervlakkig zijn. Op de vraag wat eiser van zijn ex-vriend vond, verklaarde eiser dat hij een leuke man was en dat hij ook priester wilde worden.15 Toen eiser vervolgens is gevraagd wat hij zo leuk aan hem vond, verklaarde eiser enkel dat hij leuk en behulpzaam was. Ook toen eiser naar meer verdieping werd gevraagd over hun band, verklaarde eiser alleen dat het leuk was en dat ze samen waren. Verder verklaarde eiser dat hij niets meer wist te vertellen. Na nogmaals te zijn gevraagd wat voor persoon zijn ex-vriend was, verklaarde eiser wederom alleen dat zijn ex-vriend een aardige en behulpzame man was omdat hij eiser vaak hielp en dat hij verder niets over hem wist te vertellen. Ook over de activiteiten die zij samen ondernamen verklaarde eiser alleen dat hij en zijn ex-vriend veel plezier hadden en samen speelden.16Deze verklaringen zijn summier en oppervlakkig. De relatie met deze ex-vriend heeft zes jaar geduurd. Hij was de eerste partner van eiser in een land waarin homoseksualiteit strafbaar is. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat hoewel de relatie zich jaren geleden heeft afgespeeld, dit niet maakt dat eiser geen inzicht zou kunnen geven over deze fase in zijn leven. Ook gezien eisers referentiekader als hoogopgeleide en zelfstandige man, heeft de minister terecht van eiser verwacht dat hij hier meer inzicht in zou moeten kunnen geven. De minister stelt zich verder terecht op het standpunt dat niet valt in te zien hoe een geheime relatie zou leiden tot oppervlakkige antwoorden.
Eiser heeft geen lhbti-gerelateerde betrokkenheid of toekomstplannen
12. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat hij geen lhbti-gerelateerde betrokkenheid of toekomstplannen heeft. De redenering van de minister veronderstelt dat iemand die is gevlucht vanwege zijn homoseksualiteit in Nederland vanzelfsprekend de lhbti-gemeenschap zou opzoeken. Dit miskent de diepe psychologische impact van decennialange geheimhouding. Bij de beoordeling mag daarnaast niet worden uitgegaan van stereotiepe aannames over hoe duidelijk en nauwkeurig van een vreemdeling wordt verwacht dat hij kan verklaren over zijn eigen ervaringen of over kennis van lhbti-organisaties in Nederland.
Het betoog slaagt niet. Eiser heeft Nigeria verlaten omdat zijn homoseksuele gerichtheid daar verboden is en hij decennialang een verborgen bestaan heeft moeten leiden met een gezin als dekmantel. De rechtbank volgt de minister erin dat het afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid dat eiser in Nederland alleen een toekomst met zijn vrouw en kinderen wil opbouwen, geen behoefte heeft om met mannen te daten en geen andere lhbti-gerelateerde interesses of toekomstplannen heeft.
Eiser heeft vaag verklaard over zijn persoonlijke proces
13. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat hij vaag heeft verklaard over zijn persoonlijke proces. De minister miskent de culturele context. Eiser heeft zijn seksuele identiteit decennialang verborgen gehouden in een land waar homoseksualiteit strafbaar is en door de politie actief wordt vervolgd. Hij is bijna gedood vanwege zijn aanwezigheid bij een homobijeenkomst. Een dergelijke levensgeschiedenis leidt tot een diep ingeslepen gewoonte om gevoelens niet te uiten, niet alleen tegenover anderen, maar
ook in situaties als een gehoor.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eiser terecht tegengeworpen dat hij vaag heeft verklaard over zijn persoonlijke proces. Zo heeft eiser verklaard van kinds af aan met zijn eerste ex-vriend om te zijn gegaan, hem als een broer of vriend te hebben beschouwd en nooit op een andere manier te hebben bekeken17, maar toen eiser vervolgens is gevraagd hoe het dan voor hem was dat die ex-vriend opeens seksuele toenadering tot hem begon te zoeken, antwoordde eiser enkel dat hij zich goed voelde en dat er verder niets in hem omging.18 Toen eiser daarna nog naar zijn gevoelens hierbij werd gevraagd, kon hij hier ook niet meer over vertellen. Ook heeft eiser verklaard er rond zijn achttiende achter te zijn gekomen dat het in Nigeria strafbaar is om homoseksueel te zijn, maar toen hem is gevraagd hoe dit voor hem was, verklaarde eiser alleen dat hij hier niets bij voelde omdat iedereen op de priesterschool waar hij op zat ook homoseksueel was. Op vragen wat eiser ervan vond dat zijn homoseksuele gerichtheid niet werd geaccepteerd door de Nigeriaanse samenleving en zelfs verboden was, verklaarde eiser enkel dat hij er niets van vond omdat het al zo was en dat het alleen betekende dat hij het geheim hield.19 Vervolgens is eiser gevraagd hoe het voor hem was om als dekmantel met een vrouw te moeten trouwen en kinderen te moeten krijgen, terwijl eiser dit niet wilde. Hierop verklaarde eiser alleen dat hij zijn vrouw vertrouwde en ze beloofde dat ze het geheim zou houden. Toen eiser verdere vragen werden gesteld over wat hij daarbij voelde, verklaarde eiser eerst enkel dat hij er niets bij voelde, en uiteindelijk dat het hem niets uitmaakte omdat zijn vrouw en kinderen gewoon mensen zijn, en dat hij er dus niets bij voelde.20 Aangezien eiser stelt Nigeria te hebben verlaten omdat homoseksualiteit strafbaar is en hij zodoende had te vrezen voor zijn leven, en de hiervoor genoemde situaties belangrijk zijn geweest voor eisers uiteindelijke aanleiding om uit Nigeria te vertrekken, heeft de minister het terecht bevreemdend gevonden dat dit geen enkele gevoelens bij eiser heeft opgeroepen en eiser hier zeer oppervlakkig over is blijven verklaren gedurende het gehoor. Nu dit gezien eisers referentiekader wel van hem mag worden verwacht heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat dit afdoet aan de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid. Eiser wordt ook hier niet gevolgd in zijn betoog dat hij minder uitgebreid over zijn gevoelens heeft kunnen verklaren omdat hij zijn seksuele identiteit in Nigeria verborgen heeft moeten houden. Die enkele stelling is onvoldoende, nu er geen concrete aanwijzingen zijn om die conclusie te rechtvaardigen. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard er geen problemen mee te hebben om over zijn gevoelens te praten. 21 De minister heeft hier terecht op gewezen.
Eiser heeft zijn problemen niet aannemelijk gemaakt
14. Eiser betoogt dat de minister zijn problemen ten onrechte niet aannemelijk vindt. Eiser heeft duidelijk een verband gelegd tussen de reden van de bijeenkomst en de politie-inval. Het feit dat het een homobijeenkomst was, moet wel de enige reden zijn geweest voor de inval. De vriend die eiser heeft gevraagd of hij naar deze bijeenkomst wilde komen is duidelijk geweest over waar de bijeenkomst over ging. De minister werpt dan ook ten onrechte tegen dat eiser niet heeft kunnen toelichten waaruit blijkt dat het om een homobijeenkomst ging, en dat hij de intentie van de agenten niet heeft kunnen onderbouwen.
Het betoog slaagt niet. Gelet op het voorgaande heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig is. De daaruit voortvloeiende problemen heeft de minister daarom ook terecht ongeloofwaardig gevonden. Los daarvan is de rechtbank het ook met de minister eens dat eisers beschrijving van het incident vaag is. Zo weet eiser niet precies wat de bijeenkomst inhield en wanneer deze plaatsvond.22 De minister heeft ook terecht gesteld dat het enkele feit dat de politieagenten volgens eiser de parochie zouden zijn binnengelopen met handboeien en wapens er nog niet op duidt dat ze het doel hadden om de aanwezigen vanwege hun homoseksuele gerichtheid te arresteren. De minister wordt er ook in gevolgd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de politieagenten naar hem persoonlijk op zoek waren. Eiser heeft verklaard dat een politieagent naar hem heeft gevraagd toen hij na het incident in het ziekenhuis lag, maar hij heeft niet kunnen toelichten waaruit blijkt dat deze agent hem ook vanwege zijn homoseksuele gerichtheid had willen arresteren.23 Verder heeft eiser verklaard dat er naderhand geen politieagenten meer naar hem of zijn vrouw op zoek zijn gegaan omdat zij al voor het incident naar een verborgen adres zouden zijn verhuisd dat onbekend was bij de politie,24 maar de minister heeft er terecht op gewezen dat eiser tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard altijd op hetzelfde adres te hebben gewoond en ook vanuit dat adres uit Nigeria te zijn vertrokken.25 Dit is ook niet gecorrigeerd tijdens de nabespreking van het aanmeldgehoor. De door eiser hierover gegeven uitleg dat hij mogelijk niet heeft opgelet, heeft de minister terecht geen verschoonbare reden voor deze tegenstrijdige verklaringen gevonden.
Eiser heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daarvoor geen goede verklaring
15. Eiser betoogt dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Naar eigen zeggen heeft eiser een goede verklaring hiervoor. Eiser is in november 2022 in Nigeria beschoten bij een homobijeenkomst. Hij heeft drie chirurgische ingrepen ondergaan voor verwijdering van kogels uit zijn buikholte en is drie maanden opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na aankomst in Nederland in maart 2023 verbleef hij in hotels voor medisch herstel. Hij wilde niet naar het AZC omdat hij vreesde voor een besmetting. Zijn asielaanvraag heeft hij ingediend op 13 maart 2024, nadat zijn hotelfinanciering was uitgeput. De minister heeft ten onrechte niet onderzocht of het medisch herstel van drie chirurgische ingrepen voor eiser een verschoonbare reden vormt voor de te late aanmelding.
Het betoog slaagt niet. Eiser heeft verklaard op 3 of 4 maart 2023 in Nederland te zijn aangekomen, maar heeft zich pas een jaar later, op 9 maart 2024, gemeld voor asiel. Dat eiser na aankomst in Nederland in hotels verbleef om te herstellen van de operaties heeft de minister geen verschoonbare reden voor de late asielaanvraag hoeven vinden. Gesteld noch gebleken is dat eiser als gevolg van zijn medisch herstel geen asielaanvraag kon indienen. Los van het feit dat eiser niet heeft onderbouwd dat het voor hem schadelijk was geweest om in een AZC aanwezig te zijn, stond het eiser ook na het indienen van een asielaanvraag vrij om op een andere verblijfplaats te verblijven.
Tussenconclusie
16. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn.
Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer?
17. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij geen reëel risico loopt op ernstige schade. Nu eisers homoseksuele gerichtheid geloofwaardig is, is het risico bij terugkeer evident. Homoseksualiteit is strafbaar gesteld in Nigeria. Eiser is door de politie beschoten bij een homobijeenkomst en vreest bij terugkeer te worden gearresteerd of gedood.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade. Gelet op wat eerder is geoordeeld, heeft de minister zich immers terecht op het standpunt gesteld dat eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn.
Mocht eisers asielaanvraag als kennelijk ongegrond worden afgewezen?
18. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. In dat kader voert eiser allereerst aan dat hij een verschoonbare reden heeft voor het niet zo spoedig mogelijk indienen van zijn asielaanvraag, Daarnaast is het disproportioneel om een vreemdeling met een potentieel gegrond asielrelaas de zwaardere procedurele gevolgen van de kennelijk ongegrond kwalificatie op te leggen, uitsluitend op grond van een procedureel verzuim zonder inhoudelijke toets van de zwaarwegendheid van de achterliggende asielgronden.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Zoals onder 15.1 overwogen heeft de minister terecht zich op het standpunt gesteld dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede reden heeft. Verder is de kennelijk ongegrondverklaring door de minister niet disproportioneel. Uit artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw 2000 volgt immers dat de minister een ongegronde asielaanvraag kennelijk ongegrond kan verklaren als een vreemdeling zich zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk meldt. Daarnaast is sprake van een terecht ongeloofwaardig geacht asielmotief, zodat de zwaarwegendheid niet getoetst hoeft te worden, zoals is overwogen onder 17.1.
Conclusie en gevolgen
19. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.