Titel VI. Slotbepalingen

Artikel 31

Verhouding tot andere handelingen en internationale instrumenten

1.   De volgende handelingen zijn van toepassing ondanks deze richtlijn:

a)

Richtlijn 98/26/EG;

b)

Richtlijn 2002/47/EG; alsmede

c)

Verordening (EU) nr. 648/2012.

2.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de voorschriften inzake de bescherming van geldmiddelen voor betalingsinstellingen uit hoofde van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad  en voor instellingen voor elektronisch geld uit hoofde van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad .

3.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepassing van het Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel en het Protocol daarbij betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, ondertekend te Kaapstad op 16 november 2001, waarbij sommige lidstaten op het tijdstip van vaststelling van deze richtlijn partij zijn.

Artikel 32

Wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132

Aan artikel 84 van Richtlijn (EU) 2017/1132 wordt het volgende lid toegevoegd:

"4.   De lidstaten wijken af van artikel 58, lid 1, de artikelen 68, 72, 73 en 74, artikel 79, lid 1, onder b), artikel 80, lid 1, en artikel 81 voor zover en zolang die afwijkingen nodig zijn voor de vaststelling van de preventieve herstructureringsstelsels bedoeld in Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad.

De eerste alinea laat het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders onverlet.

Artikel 33

Evaluatieclausule

Uiterlijk op 17 juli 2026 en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing en het effect van deze richtlijn in, onder meer over de toepassing van de vorming van categorieën en de stemregels met betrekking tot kwetsbare schuldeisers, zoals werknemers. Op basis van die beoordeling dient de Commissie zo nodig een wetgevingsvoorstel in, waarin aanvullende maatregelen tot consolidatie en harmonisatie van het wettelijk kader inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld in overweging worden genomen.

Artikel 34

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 17 juli 2021 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, met uitzondering van de bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 28, onder a), b) en c), die uiterlijk op 17 juli 2024 worden vastgesteld en bekendgemaakt, en van de bepalingen die nodig zijn om aan artikel 28, onder d), te voldoen, die uiterlijk op 17 juli 2026 worden vastgesteld en bekendgemaakt. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om aan deze richtlijn te voldoen toe met ingang van 17 juli 2021, met uitzondering van de bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 28, onder a), b) en c), die uiterlijk op 17 juli 2024 van toepassing zijn, en van de bepalingen die nodig zijn om aan artikel 28, onder d), te voldoen, die uiterlijk op 17 juli 2026 van toepassing zijn.

2.   In afwijking van de lid 1, krijgen de lidstaten die bijzondere moeilijkheden ondervinden bij het omzetten van deze richtlijn de mogelijkheid tot een verlenging van maximaal één jaar van de in lid 1 bepaalde omzettingstermijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 17 januari 2021 mee of zij gebruik moeten maken van deze mogelijkheid tot verlenging van de omzettingstermijn.

3.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 35

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 36

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.