Hoofdstuk 4. Bescherming voor nieuwe financiering, tussentijdse financiering en andere transacties in verband met herstructurering
Artikel 17
Bescherming voor nieuwe en tussentijdse financiering
1. De lidstaten zorgen ervoor dat nieuwe en tussentijdse financiering voldoende worden beschermd. Ten minste worden in geval van latere insolventie van de schuldenaar:
nieuwe financiering en tussentijdse financiering niet nietig, vernietigbaar of niet-tegenwerpbaar verklaard; en
de verstrekkers van die financiering niet burgerlijk, administratief of strafrechtelijk aansprakelijk gesteld, omdat die financiering voor de gezamenlijke schuldeisers nadelig is, tenzij andere aanvullende bij nationaal recht geregelde gronden aanwezig zijn.
2. De lidstaten kunnen bepalen dat lid 1 uitsluitend geldt voor nieuwe financiering indien het herstructureringsplan door een rechterlijke of administratieve instantie is bevestigd en voor tussentijdse financiering die aan voorafgaande controle is onderworpen.
3. De lidstaten kunnen tussentijdse financiering die is verstrekt nadat de schuldenaar niet in staat is gebleken zijn schulden op de vervaldatum te betalen, van de toepassing van lid 1 uitsluiten.
4. De lidstaten kunnen bepalen dat verstrekkers van nieuwe of tussentijdse financiering het recht hebben om met voorrang terugbetaald te worden in het kader van daaropvolgende insolventieprocedures ten opzichte van andere schuldenaren die anders bevoorrechte of gelijkwaardige vorderingen zouden hebben.
Artikel 18
Bescherming voor andere transacties in verband met herstructurering
1. Onverminderd artikel 17 zorgen de lidstaten ervoor dat, in geval van latere insolventie van een schuldenaar, transacties die redelijk en onmiddellijk noodzakelijk zijn voor het onderhandelen over een herstructureringsplan niet nietig, vernietigbaar of niet-tegenwerpbaar worden verklaard omdat die transacties voor de gezamenlijke schuldeisers nadelig zijn, tenzij andere aanvullende bij nationaal recht geregelde gronden aanwezig zijn.
2. De lidstaten kunnen bepalen dat lid 1 uitsluitend geldt indien het plan door een rechterlijke of administratieve instantie is bevestigd of indien die transacties aan voorafgaande controle waren onderworpen.
3. De lidstaten kunnen transacties die zijn verricht nadat de schuldenaar niet in staat is gebleken zijn schulden op de vervaldatum te betalen, van de toepassing van lid 1 uitsluiten.
4. De in lid 1 bedoelde transacties omvatten ten minste:
de betaling van vergoedingen en kosten voor het onderhandelen over, of het goedkeuren of bevestigen van een herstructureringsplan;
de betaling van vergoedingen en kosten om een beroep te doen op professioneel advies dat nauw verband houdt met de herstructurering;
de betaling van werknemersloon voor reeds verricht werk, onverminderd de andere bescherming krachtens Unierecht of nationaal recht;
andere tijdens de normale bedrijfsuitoefening verrichte betalingen en uitgaven dan die bedoeld in de punten a) tot en met c).
5. Onverminderd artikel 17 zorgen de lidstaten ervoor dat in geval van latere insolventie van de schuldenaar, transacties die redelijk en onmiddellijk noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een herstructureringsplan en worden verricht overeenkomstig het door een rechterlijke of administratieve instantie bevestigde herstructureringsplan niet nietig, vernietigbaar of niet-tegenwerpbaar worden verklaard omdat die transacties voor de gezamenlijke schuldeisers nadelig zijn, tenzij andere aanvullende bij nationaal recht geregelde gronden aanwezig zijn.