Titel III. Kwijtschelding van schuld en beroepsverboden
Artikel 20
Toegang tot kwijtschelding van schuld
1. De lidstaten zorgen ervoor dat insolvente ondernemers toegang hebben tot ten minste één procedure die tot volledige kwijtschelding van schuld overeenkomstig deze richtlijn kan leiden.
De lidstaten kunnen verlangen dat de handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit waarop de schulden van een insolvente ondernemer betrekking hebben, is stopgezet.
2. De lidstaten waar volledige kwijtschelding van schuld afhangt van gedeeltelijke terugbetaling van schuld door de ondernemer, zorgen ervoor dat de betrokken terugbetalingsverplichting gebaseerd is op de individuele situatie van de ondernemer, en met name in verhouding staat tot het voor beslag vatbare of het beschikbare inkomen en de activa van de ondernemer tijdens de kwijtscheldingsperiode, en het billijke belang van de schuldeisers in aanmerking neemt.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemers die kwijtschelding van schuld hebben verkregen toegang hebben tot toepasselijke en actuele informatie over bestaande nationale regelingen die voorzien in bedrijfssteun voor ondernemers, en dat zij van dergelijke regelingen kunnen profiteren.
Artikel 21
Kwijtscheldingsperiode
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de periode waarna insolvente ondernemers in staat zijn volledige kwijtschelding van schuld te verkrijgen, niet langer is dan drie jaar, te rekenen vanaf uiterlijk de datum van:
bij een procedure met een terugbetalingsplan, de beslissing waarbij een rechterlijke of een administratieve instantie het plan of de aanvang van de uitvoering ervan bevestigt; of
bij alle andere procedures, de beslissing van een rechterlijke of een administratieve instantie om de procedure te openen, of het vaststellen van de insolvente boedel van de ondernemer.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat insolvente ondernemers die hun verplichtingen zijn nagekomen, indien die verplichtingen uit hoofde van het nationaal recht bestaan, kwijtschelding van schuld verkrijgen op het ogenblik dat de kwijtscheldingsperiode verstrijkt zonder dat zij tot een rechterlijke of een administratieve instantie een aanvraag moeten richten tot opening van een procedure naast de in lid 1 bedoelde procedures.
Onverminderd de eerste alinea kunnen de lidstaten bepalingen handhaven of invoeren waarbij een rechterlijke of een administratieve instantie ertoe wordt gemachtigd na te gaan of de ondernemers de verplichtingen voor het verkrijgen van kwijtschelding van schuld zijn nagekomen.
3. De lidstaten kunnen bepalen dat een volledige kwijtschelding van schuld geen belemmering vormt voor het voortzetten van een insolventieprocedure die tegeldemaking en verdeling van de activa van een ondernemer, zoals deze op de datum van het verstrijken van de kwijtscheldingsperiode deel uitmaakten van de insolvente boedel van die ondernemer.
Artikel 22
Duur van beroepsverboden
1. De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een insolvente ondernemer overeenkomstig deze richtlijn kwijtschelding van schuld verkrijgt, elk verbod om een handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit te starten of uit te oefenen, dat alleen verband houdt met de insolventie van de ondernemer, uiterlijk bij het verstrijken van de kwijtscheldingsperiode vervalt.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat bij het verstrijken van de kwijtscheldingsperiode de in lid 1 van dit artikel bedoelde beroepsverboden vervallen zonder dat zij tot een rechterlijke of een administratieve instantie een aanvraag moeten richten tot opening van een procedure naast de in artikel 21, lid 1, bedoelde procedures.
Artikel 23
Afwijkingen
1. In afwijking van de artikelen 20, 21 en 22 handhaven of introduceren de lidstaten bepalingen tot weigering of beperking van de toegang tot kwijtschelding van schuld, tot intrekking van kwijtschelding van schuld, of tot verlenging van de termijnen voor het verkrijgen van volledige kwijtschelding van schuld of van de beroepsverboden indien de insolvente ondernemer bij het aangaan van de schulden, tijdens de insolventieprocedure of bij het terugbetalen van de schulden naar nationaal recht oneerlijk of te kwader trouw heeft gehandeld tegenover schuldeisers of andere belanghebbenden, onverminderd de nationale bewijslastregels.
2. In afwijking van de artikelen 20, 21 en 22 kunnen de lidstaten bepalingen handhaven of introduceren tot weigering of beperking van de toegang tot kwijtschelding van schuld, tot intrekking van kwijtschelding van schuld, of tot verlenging van de termijnen voor het verkrijgen van volledige kwijtschelding van schuld of van de beroepsverboden, zulks alleen in bepaalde, welomschreven omstandigheden en indien deze afwijkingen naar behoren gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld indien:
de insolvente ondernemer zijn verplichtingen krachtens een terugbetalingsplan of een andere wettelijke verplichting ter bescherming van de belangen van schuldeisers, onder meer de verplichting om het rendement voor de schuldeisers te maximaliseren, wezenlijk heeft geschonden;
de insolvente ondernemer zich niet houdt aan informatie- of samenwerkingsverplichtingen uit hoofde van Unierecht en nationaal recht;
er te kwader trouw ingediende kwijtscheldingsaanvragen zijn;
er een nieuwe kwijtscheldingsaanvraag is binnen een bepaalde termijn nadat aan de insolvente ondernemer volledige kwijtschelding van schuld was toegekend of nadat een volledige kwijtschelding van schuld was geweigerd vanwege een ernstige schending van de informatie- of samenwerkingsverplichtingen;
de kosten van de procedure inzake kwijtschelding van schuld niet zijn gedekt; of
een afwijking noodzakelijk is om de rechten van de schuldenaar en de rechten van een of meer schuldeisers in evenwicht te houden.
3. In afwijking van artikel 21 kunnen de lidstaten voorzien in langere kwijtscheldingsperioden in gevallen waarin:
beschermende maatregelen worden goedgekeurd of bevolen door een rechterlijke of een administratieve instantie met het oog op het beschermen van de hoofdverblijfplaats van de insolvente ondernemer en, waar van toepassing, van het gezin van de ondernemer of van de bedrijfsmiddelen die van wezenlijk belang zijn voor de voortzetting van de handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit van de ondernemer; of
de hoofdverblijfplaats van de insolvente ondernemer en, indien toepasselijk, van het gezin van de ondernemer, niet te gelde is gemaakt.
4. De lidstaten kunnen specifieke categorieën schulden uitsluiten van kwijtschelding van schuld, of de toegang ervan tot kwijtschelding van schuld beperken of de kwijtscheldingsperiode ervan verlengen indien die uitsluitingen, beperkingen of verlengingen naar behoren zijn gerechtvaardigd, bijvoorbeeld in het geval van:
door een zekerheid gedekte schulden;
schulden die ontstaan uit of verband houden met strafrechtelijke boeten;
schulden die ontstaan uit aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad;
schulden in verband met onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen, bloedverwantschap, huwelijk of aanverwantschap;
schulden die zijn ontstaan na de aanvraag tot kwijtschelding van schuld of na de opening van de procedure die tot kwijtschelding van schuld leidt; en
schulden die ontstaan uit de verplichting tot betaling van de kosten van de procedure die tot kwijtschelding van schuld leidt.
5. In afwijking van artikel 22 kunnen lidstaten voorzien in langere beroepsverboden of beroepsverboden van onbepaalde duur indien de insolvente ondernemer lid is van een beroepsgroep:
waarvoor specifieke ethische regels of speciale regels inzake reputatie of deskundigheid gelden, en de ondernemer die regels heeft geschonden; of
die zich bezighoudt met het beheer van het eigendom van anderen.
De eerste alinea is ook van toepassing wanneer een insolvente ondernemer om toegang verzoekt tot een in punt a) of punt b) van die alinea bedoelde beroepsgroep.
6. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de nationale voorschriften inzake andere door een rechterlijke of administratieve instantie bevolen beroepsverboden dan die bedoeld in artikel 22.
Artikel 24
Consolidatie van procedures betreffende beroepsmatige en persoonlijke schulden
1. Indien insolvente ondernemers tijdens hun handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit beroepsmatige, en, buiten deze activiteiten, persoonlijke schulden zijn aangegaan, en die schulden niet redelijkerwijs van elkaar te scheiden zijn, zorgen de lidstaten ervoor dat de schulden, indien zij voor kwijtschelding in aanmerking komen, worden behandeld in één procedure met het oog op het verkrijgen van een volledige kwijtschelding van schuld.
2. De lidstaten kunnen bepalen dat, indien beroepsmatige schulden en persoonlijke schulden gescheiden kunnen worden, die schulden met het oog op een volledige kwijtschelding van schuld hetzij in afzonderlijke doch gecoördineerde procedures hetzij in dezelfde procedure worden behandeld.