Hoofdstuk 3. Herstructureringsplannen

Artikel 8

Inhoud van herstructureringsplannen

1.   De lidstaten schrijven voor dat herstructureringsplannen die overeenkomstig artikel 9 ter goedkeuring, of overeenkomstig artikel 10 ter bevestiging door een rechterlijke of administratieve instantie, worden voorgelegd, ten minste de volgende informatie bevatten:

a)

de identiteit van de schuldenaar;

b)

een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het herstructureringsplan met een waardering voor de activa wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;

c)

de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving van categorieën schulden overeenkomstig nationaal recht, alsmede hun vorderingen of belangen die door het herstructureringsplan worden gedekt;

d)

waar van toepassing, de categorieën waarin de betrokken partijen zijn gegroepeerd met het oog op de goedkeuring van het herstructureringsplan, en de respectieve waarden van de vorderingen en belangen van elke categorie;

e)

waar van toepassing, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door categorieën schulden overeenkomstig nationaal recht, waarop het herstructureringsplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;

f)

indien van toepassing, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;

g)

de voorwaarden van het herstructureringsplan, waaronder met name:

i)

alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 1;

ii)

indien van toepassing, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;

iii)

de regelingen inzake informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers overeenkomstig het recht van de Unie en het nationaal recht;

iv)

indien toepasselijk, de algemene werkgelegenheidsgevolgen, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen;

v)

de geraamde financiële stromen van de schuldenaar, indien het nationaal recht hierin voorziet; en

vi)

alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het herstructureringsplan en de redenen waarom de nieuwe financiering nodig is voor de uitvoering van dat plan;

i)

alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder 1;

ii)

indien van toepassing, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;

iii)

de regelingen inzake informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers overeenkomstig het recht van de Unie en het nationaal recht;

iv)

indien toepasselijk, de algemene werkgelegenheidsgevolgen, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen;

v)

de geraamde financiële stromen van de schuldenaar, indien het nationaal recht hierin voorziet; en

vi)

alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het herstructureringsplan en de redenen waarom de nieuwe financiering nodig is voor de uitvoering van dat plan;

h)

een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het herstructureringsplan de insolventie van de schuldenaar zal voorkomen en delevensvatbaarheid van de onderneming zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt. De lidstaten kunnen bepalen dat de motivering wordt opgesteld of gevalideerd door hetzij een externe deskundige, hetzij de herstructureringsdeskundige, indien die is aangesteld.

2.   De lidstaten stellen online een uitgebreide checklist voor herstructureringsplannen beschikbaar die is afgestemd op de behoeften van kmo's. De checklist bevat praktische richtsnoeren over de manier waarop het herstructureringsplan krachtens nationaal recht moet worden opgesteld.

De checklist wordt beschikbaar gesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat. De lidstaten overwegen om de checklist in ten minste één andere taal beschikbaar te maken, in het bijzonder een taal die in internationale zakelijke betrekkingen wordt gebruikt.

Artikel 9

Goedkeuring van herstructureringsplannen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldenaren, ongeacht wie overeenkomstig artikel 4 een preventieve herstructureringsprocedure aanvraagt, het recht hebben om herstructureringsplannen ter goedkeuring aan de betrokken partijen voor te leggen.

De lidstaten kunnen ook bepalen dat en onder welke voorwaarden schuldeisers en herstructureringsdeskundigen het recht hebben om herstructureringsplannen voor te leggen.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat betrokken partijen het recht hebben om te stemmen over de goedkeuring van een herstructureringsplan.

Partijen die niet bij een herstructureringsplan betrokken zijn, krijgen geen stemrecht bij de goedkeuring van dat plan.

3.   Niettegenstaande lid 2 kunnen de lidstaten het recht om te stemmen ontzeggen aan de volgende partijen:

a)

kapitaalhouders;

b)

schuldeisers wier vorderingen lager in rang zijn dan de vorderingen van gewone niet door een zekerheid gedekte schuldeisers in de normale rangorde van voorrang bij vereffening; of

c)

alle partijen met banden met de schuldenaar of met de onderneming van de schuldenaar die krachtens nationaal recht in een belangenconflict verkeren.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokken partijen in afzonderlijke categorieën worden behandeld die, krachtens nationaal recht, voldoende gedeelde belangen weerspiegelen op basis van verifieerbare criteria. Schuldeisers van door een zekerheid gedekte vorderingen en niet door een zekerheid gedekte vorderingen worden in ieder geval in afzonderlijke categorieën behandeld met het oog op de goedkeuring van een herstructureringsplan.

De lidstaten kunnen ook bepalen dat vorderingen van werknemers als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

De lidstaten kunnen bepalen dat schuldenaren die kmo's zijn, ervoor kunnen kiezen betrokken partijen niet in afzonderlijke categorieën te behandelen.

De lidstaten treffen passende maatregelen opdat de categorieën zodanig worden gevormd dat met name kwetsbare schuldeisers, zoals kleine leveranciers, worden beschermd.

5.   De stemrechten en de vorming van categorieën worden door een rechterlijke of administratieve instantie beoordeeld wanneer een aanvraag tot bevestiging van het herstructureringsplan wordt voorgelegd.

De lidstaten kunnen vereisen dat een rechterlijke of administratieve instantie de stemrechten en de vorming van categorieën in een vroeger stadium dan het in de eerste alinea bedoelde stadium onderzoekt en bevestigt.

6.   Een herstructureringsplan wordt door de betrokken partijen goedgekeurd mits daarvoor in elke categorie een meerderheid in het bedrag van hun vorderingen of belangen bestaat. De lidstaten kunnen bovendien een meerderheid verlangen van het aantal betrokken partijen in elke categorie.

De lidstaten stellen de vereiste meerderheden voor de goedkeuring van een herstructureringsplan vast. Deze meerderheden bedragen niet meer dan 75 % van het bedrag in vorderingen of belangen in elke categorie of, indien van toepassing, van het aantal betrokken partijen in elke categorie.

7.   Niettegenstaande de leden 2 tot en met 6 kunnen de lidstaten bepalen dat een formele stemming over de goedkeuring van een herstructureringsplan kan worden vervangen door een akkoord met de vereiste meerderheid.

Artikel 10

Bevestiging van herstructureringsplannen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de volgende herstructureringsplannen alleen bindend zijn voor de partijen indien zij door een rechterlijke of administratieve instantie worden bevestigd:

a)

herstructureringsplannen die invloed hebben op de vorderingen of belangen van de niet-instemmende betrokken partijen;

b)

herstructureringsplannen die voorzien in nieuwe financiering;

c)

herstructureringsplannen waarbij meer dan 25 % van de banen verloren gaat, indien een dergelijk banenverlies krachtens nationaal recht is toegestaan.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de voorwaarden waaronder een herstructureringsplan door een rechterlijke of administratieve instantie kan worden bevestigd, duidelijk gespecificeerd zijn en ten minste het volgende omvatten:

a)

het herstructureringsplan is goedgekeurd overeenkomstig artikel 9;

b)

schuldeisers met voldoende gedeelde belangen in dezelfde categorie worden gelijk behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering;

c)

het herstructureringsplan is overeenkomstig nationaal recht meegedeeld aan alle betrokken partijen;

d)

indien er niet-instemmende schuldeisers zijn, voldoet het herstructureringsplan aan de toets van het belang van de schuldeisers;

e)

eventuele nieuwe financiering is noodzakelijk om het herstructureringsplan uit te voeren en benadeelt de belangen van de schuldeisers niet op onbillijke wijze.

De naleving van punt d) van de eerste alinea wordt enkel bij betwisting van het herstructureringsplan op die basis door een rechterlijke of administratieve instantie onderzocht.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat rechterlijke of administratieve instanties kunnen weigeren een herstructureringsplan te bevestigen indien dat plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de insolventie van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van het bedrijf.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat indien het herstructureringsplan door een rechterlijke of administratieve instantie moet worden bevestigd om bindend te zijn, er op efficiënte wijze, met het oog op een voortvarende behandeling van de kwestie, de beslissing wordt genomen.

Artikel 11

Categorie-overschrijdende cram-down

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat een herstructureringsplan dat niet door alle stemmende categorieën van de betrokken partijen overeenkomstig artikel 9, lid 6, wordt goedgekeurd, op voorstel van een schuldenaar of met de instemming van de schuldenaar kan worden bevestigd door een rechterlijke of administratieve instantie, en bindend wordt voor niet-instemmende stemmende categorieën indien het herstructureringsplan ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)

het voldoet aan artikel 10, leden 2 en 3;

b)

het is goedgekeurd door:

i)

een meerderheid van de stemmende categorieën van de betrokken partijen, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone niet door een zekerheid gedekte schuldeisers; of, indien dit niet het geval is,

ii)

ten minste één stemmende categorie van betrokken partijen, of, mits het nationaal recht daarin voorziet, geschade partijen, met uitzondering van een categorie kapitaalhouders of elke andere categorie die, bij de waardebepaling van de schuldenaar als going concern, geen enkele betaling zou ontvangen noch enig belang in het bedrijf zou aanhouden, of, mits het nationaal recht daarin voorziet, redelijkerwijs kan worden geacht geen betaling te ontvangen noch enig belang in het bedrijf aan te houden, indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening krachtens nationaal recht zou worden toegepast;

i)

een meerderheid van de stemmende categorieën van de betrokken partijen, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone niet door een zekerheid gedekte schuldeisers; of, indien dit niet het geval is,

ii)

ten minste één stemmende categorie van betrokken partijen, of, mits het nationaal recht daarin voorziet, geschade partijen, met uitzondering van een categorie kapitaalhouders of elke andere categorie die, bij de waardebepaling van de schuldenaar als going concern, geen enkele betaling zou ontvangen noch enig belang in het bedrijf zou aanhouden, of, mits het nationaal recht daarin voorziet, redelijkerwijs kan worden geacht geen betaling te ontvangen noch enig belang in het bedrijf aan te houden, indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening krachtens nationaal recht zou worden toegepast;

c)

het zorgt ervoor dat niet-instemmende stemmende categorieën van betrokken schuldeisers ten minste even gunstig worden behandeld als elke andere categorie van dezelfde rang en gunstiger dan een categorie in een lagere rang; en

d)

geen enkele categorie van betrokken partijen kan in het kader van het herstructureringsplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen ontvangen of houden.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten het vereiste om instemming van de schuldenaar te verkrijgen, beperken tot gevallen waarin de schuldenaren kmo's zijn.

De lidstaten kunnen het voor het goedkeuren van het plan als bedoeld onder b), ii), van de eerste alinea vereiste minimumaantal categorieën betrokken partijen, of, indien het nationaal recht daarin voorziet, geschade partijen verhogen.

2.   In afwijking van lid 1, onder c), kunnen de lidstaten bepalen dat de vorderingen van de betrokken schuldeisers in een niet-instemmende stemmende categorie met dezelfde of gelijkwaardige middelen volledig genoegdoening krijgen, indien een categorie in een lagere rang volgens het herstructureringsplan enige betaling ontvangt of enig belang in de onderneming aanhoudt.

Lidstaten kunnen bepalingen invoeren of handhaven die afwijken van lid 1, indien dat nodig is om de doelstellingen van het herstructureringsplan te halen en indien het herstructureringsplan de rechten of belangen van betrokken partijen niet op onbillijke wijze in het gedrang brengt.

Artikel 12

Kapitaalhouders

1.   Indien lidstaten kapitaalhouders uitsluiten van de toepassing van de artikelen 9, 10 en 11, zorgen zij er via andere middelen voor dat die kapitaalhouders niet op onredelijke wijze de goedkeuring en bevestiging van een herstructureringsplan kunnen voorkomen of belemmeren.

2.   De lidstaten zorgen er ook voor dat kapitaalhouders niet is toegestaan de uitvoering van een herstructureringsplan op onredelijke wijze te voorkomen of te belemmeren.

3.   De lidstaten kunnen hetgeen volgens dit artikel als "op onredelijke wijze voorkomen of belemmeren" wordt beschouwd aanpassen om onder meer rekening te houden met: de vraag of de schuldenaar een kmo of een grote onderneming is; de voorgestelde herstructureringsmaatregelen die raken aan de rechten van kapitaalhouders; het soort kapitaalhouder; de vraag of de schuldenaar een rechtspersoon of natuurlijke persoon is, of de vraag of partners in een onderneming beperkte of onbeperkte aansprakelijkheid hebben.

Artikel 13

Werknemers

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat het preventieve herstructureringsstelsel geen afbreuk doet aan de individuele en collectieve werknemersrechten uit hoofde van het uniaal en nationaal arbeidsrecht, zoals:

a)

het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie; en

b)

het recht op informatie en raadpleging overeenkomstig Richtlijn 2002/14/EG en Richtlijn 2009/38/EG, met name:

i)

informatie voor de werknemersvertegenwoordigers over de recente en waarschijnlijke evolutie van de activiteiten en de economische situatie van de onderneming of de vestiging, zodat zij opmerkingen over de situatie van de onderneming en wat betreft de noodzaak om herstructureringsmechanismen in overweging te nemen, aan de schuldenaar kunnen meedelen;

ii)

informatie voor de werknemersvertegenwoordigers betreffende een eventuele preventieve herstructureringsprocedure die gevolgen kan hebben voor de werkgelegenheid, bijvoorbeeld voor het vermogen van werknemers om hun lonen en eventuele toekomstige betalingen, waaronder bedrijfspensioenen, terug te vorderen;

iii)

informatie voor en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers over de herstructureringsplannen voordat zij overeenkomstig artikel 9 ter goedkeuring worden voorgelegd, of overeenkomstig artikel 10 ter bevestiging door een rechterlijke of administratieve instantie;

i)

informatie voor de werknemersvertegenwoordigers over de recente en waarschijnlijke evolutie van de activiteiten en de economische situatie van de onderneming of de vestiging, zodat zij opmerkingen over de situatie van de onderneming en wat betreft de noodzaak om herstructureringsmechanismen in overweging te nemen, aan de schuldenaar kunnen meedelen;

ii)

informatie voor de werknemersvertegenwoordigers betreffende een eventuele preventieve herstructureringsprocedure die gevolgen kan hebben voor de werkgelegenheid, bijvoorbeeld voor het vermogen van werknemers om hun lonen en eventuele toekomstige betalingen, waaronder bedrijfspensioenen, terug te vorderen;

iii)

informatie voor en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers over de herstructureringsplannen voordat zij overeenkomstig artikel 9 ter goedkeuring worden voorgelegd, of overeenkomstig artikel 10 ter bevestiging door een rechterlijke of administratieve instantie;

c)

de bij Richtlijnen 98/59/EG, 2001/23/EG en 2008/94/EG gegarandeerde rechten.

2.   Indien het herstructureringsplan maatregelen bevat die leiden tot veranderingen in de arbeidsorganisatie of in de arbeidsovereenkomsten met werknemers, worden die maatregelen goedgekeurd door die werknemers indien het nationaal recht of collectieve overeenkomsten in die gevallen in die goedkeuring voorzien.

Artikel 14

Waardebepaling door de rechterlijke of administratieve instantie

1.   De rechterlijke of administratieve instantie neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming van de schuldenaar indien een niet-instemmende betrokken partij het herstructureringsplan betwist op basis van hetzij:

a)

een vermeend niet-voldoen aan de toets van het belang van de schuldeisers overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 6); of

b)

een vermeende inbreuk op de voorwaarden voor een categorie-overschrijdende cram-down overeenkomstig artikel 11, lid 1), onder b), ii).

2.   Met het oog op het nemen van een beslissing betreffende een waardebepaling overeenkomstig lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat rechterlijke of administratieve instanties voldoende gekwalificeerde deskundigen mogen aanstellen of horen.

3.   Met het oog op de toepassing van lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat een niet-instemmende betrokken partij een rechtsmiddel kan instellen bij de rechterlijke of administratieve instantie die verzocht wordt om het herstructureringsplan te bevestigen.

De lidstaten kunnen bepalen dat een dergelijk rechtsmiddel kan worden ingesteld in de context van een beroepsprocedure tegen een beslissing betreffende de bevestiging van een herstructureringsplan.

Artikel 15

Gevolgen van herstructureringsplannen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat herstructureringsplannen die door een rechterlijke of administratieve instantie worden bevestigd, bindend zijn voor alle betrokkenen die overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c) worden genoemd of omschreven.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldeisers die krachtens nationaal recht niet betrokken zijn bij de goedkeuring van een herstructureringsplan, niet door het plan worden geraakt.

Artikel 16

Beroepsprocedures

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat nationaalrechtelijke beroepsprocedures tegen een door een rechterlijke instantie gegeven beslissing tot bevestiging of verwerping van een herstructureringsplan bij een hogere rechterlijke instantie worden ingesteld.

De lidstaten zorgen ervoor dat een beroepsprocedure tegen een door een administratieve instantie gegeven beslissing tot bevestiging of verwerping van een herstructureringsplan bij een rechterlijke instantie wordt ingesteld.

2.   De beroepsprocedures worden op efficiënte wijze afgewikkeld met het oog op een voortvarende behandeling.

3.   Een beroepsprocedure tegen een beslissing tot bevestiging van een herstructureringsplan heeft geen schorsende werking op de uitvoering van dat plan.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten bepalen dat rechterlijke instanties de uitvoering van een herstructureringsplan of delen daarvan kunnen schorsen indien zulks noodzakelijk en passend is ter bescherming van de belangen van een partij.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een in lid 3 bedoeld beroep wordt aanvaard, de rechterlijke instantie de mogelijkheid heeft:

a)

het herstructureringsplan nietig te verklaren; of

b)

het herstructureringsplan te bevestigen met — mits het nationaal recht daarin voorziet — of zonder wijzigingen.

De lidstaten kunnen bepalen dat, indien een plan uit hoofde van de eerste alinea, onder b), wordt bevestigd, een financiële vergoeding wordt toegekend aan elke partij die financiële verliezen heeft geleden en wier beroep is aanvaard.