Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld betreffende:

a)

preventieve herstructureringsstelsels die beschikbaar zijn voor schuldenaren in financiële moeilijkheden indien er kans op insolventie bestaat, teneinde insolventie van de schuldenaar te voorkomen en de levensvatbaarheid van de schuldenaar te verzekeren;

b)

procedures die tot kwijtschelding van schuld voor insolvente ondernemers leiden; en

c)

maatregelen met het oog op efficiëntere procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld.

2.   Deze richtlijn is niet van toepassing op in lid 1 van dit artikel bedoelde procedures die betrekking hebben op schuldenaren die:

a)

verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn in de zin van artikel 13, punten 1) en 4), van Richtlijn 2009/138/EG;

b)

kredietinstellingen zijn in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

c)

beleggingsondernemingen of instellingen voor collectieve beleggingen zijn in de zin van, respectievelijk, artikel 4, lid 1, punten 2) en 7) van Verordening (EU) nr. 575/2013;

d)

centrale tegenpartijen zijn in de zin van artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 648/2012;

e)

centrale effectenbewaarinstellingen zijn in de zin van artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 909/2014;

f)

andere financiële instellingen en entiteiten zijn die zijn vermeld in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2014/59/EU;

g)

publieke instellingen naar nationaal recht zijn; en

h)

natuurlijke personen, maar geen ondernemers zijn.

3.   De lidstaten kunnen overgaan tot het uitsluiten van het toepassingsgebied van deze richtlijn van in lid 1 bedoelde procedures die betrekking hebben op schuldenaren die andere financiële entiteiten zijn dan deze bedoeld in lid 2 en die financiële diensten verstrekken waarvoor bijzondere regelingen gelden in het kader waarvan de nationale toezichthoudende of afwikkelingsautoriteiten beschikken over ruime handelingsbevoegdheden die vergelijkbaar zijn met die welke zijn vastgesteld in het Unierecht en het nationale recht in verband met de in lid 2 bedoelde financiële entiteiten. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van deze bijzondere regelingen.

4.   De lidstaten kunnen de toepassing van de in lid 1, onder b), bedoelde procedures uitbreiden tot insolvente natuurlijke personen die geen ondernemers zijn.

De lidstaten kunnen de toepassing van lid 1, onder a), beperken tot rechtspersonen.

5.   De lidstaten kunnen bepalen dat de volgende vorderingen worden uitgesloten van, of niet worden getroffen door, de in lid 1, onder a), bedoelde preventieve herstructureringsstelsels:

a)

bestaande of toekomstige vorderingen van huidige of voormalige werknemers;

b)

onderhoudsvorderingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen, bloedverwantschap, huwelijk of aanverwantschap; of

c)

vorderingen die ontstaan uit aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van de schuldenaar.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat preventieve herstructureringsstelsels opgebouwde rechten op bedrijfspensioenen onverlet laten.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.   "herstructurering": maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van het bedrijf van de schuldenaar, waaronder ten minste het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van een schuldenaar of van een ander deel van de kapitaalstructuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of bedrijfsonderdelen en, indien het nationaal recht hierin voorziet, de verkoop van een bedrijf "as going concern", evenals alle benodigde operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;

2.   "betrokken partijen": schuldeisers, met inbegrip van, indien toepasselijk krachtens nationaal recht, werknemers, of categorieën schuldeisers en, indien toepasselijk krachtens nationaal recht, kapitaalhouders, wier vorderingen of belangen naargelang het geval door een herstructureringsplan rechtstreeks worden getroffen;

3.   "kapitaalhouder": een persoon die een eigendomsbelang heeft in een schuldenaar of een bedrijf van een schuldenaar, waaronder een aandeelhouder, voor zover die persoon geen schuldeiser is;

4.   "schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen": een door een rechterlijke of administratieve instantie of van rechtswege toegepaste tijdelijke schorsing van het recht van een schuldeiser om een vordering tegen een schuldenaar te laten gelden en, indien het nationaal recht hierin voorziet, tegen een derde partij die zekerheden stelt, in het kader van een gerechtelijke, administratieve of andere procedure, of van het recht om de activa of het bedrijf van de schuldenaar op buitengerechtelijke wijze in beslag te nemen of te gelde te maken;

5.   "nog uit te voeren overeenkomst": een overeenkomst tussen een schuldenaar en een of meer schuldeisers krachtens welke de partijen nog verplichtingen moeten nakomen op het ogenblik dat de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt toegekend of toegepast;

6.   "toets van het belang van de schuldeisers" ("best-interest-of-creditors test"): toets waaraan wordt voldaan als blijkt dat geen niet-instemmende schuldeiser slechter af is onder het herstructureringsplan dan die schuldeiser zou zijn indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening krachtens nationaal recht zou worden toegepast, hetzij bij een vereffening, of deze nu stapsgewijs geschiedt dan wel als een verkoop als "going concern", hetzij in het geval van het beste alternatieve scenario indien het herstructureringsplan niet is bevestigd;

7.   "nieuwe financiering": elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser teneinde een herstructureringsplan uit te voeren en die in dat herstructureringsplan is inbegrepen;

8.   "tussentijdse financiering": elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser, die ten minste financiële bijstand tijdens de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen omvat, en die redelijk en onmiddellijk noodzakelijk is om de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar voort te zetten of om de waarde ervan te behouden of te verhogen;

9.   "ondernemer": een natuurlijke persoon die een handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit uitoefent;

10.   "volledige kwijtschelding van schuld": de uitsluiting van de mogelijkheid hun uitstaande schulden die voor kwijtschelding in aanmerking komen jegens ondernemers af te dwingen of de eigenlijke annulering van de uitstaande schulden die voor kwijtschelding in aanmerking komen, als onderdeel van een procedure die een tegeldemaking van activa of een terugbetalingsplan of beide kan inhouden;

11.   "terugbetalingsplan": een schema van betalingen van gespecificeerde bedragen op gespecificeerde data door een insolvente ondernemer aan schuldeisers, of een periodieke overdracht aan schuldeisers van een bepaald deel van het beschikbaar inkomen van de ondernemer tijdens de kwijtscheldingsperiode;

12.   "herstructureringsdeskundige": elke persoon of instantie die door een rechterlijke of administratieve instantie is aangesteld om, met name, een of meer van de volgende taken uit te voeren:

a)

de schuldenaar en de schuldeiser assisteren bij het opstellen van of het onderhandelen over een herstructureringsplan;

b)

toezicht houden op de activiteiten van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over een herstructureringsplan, en verslag uitbrengen aan een rechterlijke of administratieve instantie;

c)

de gedeeltelijke controle verwerven over de activa of zaken van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen.

2.   Voor de toepassing van deze richtlijn hebben de volgende begrippen de betekenis die eraan wordt gegeven in het nationaal recht:

a)

insolventie;

b)

dreigende insolventie;

c)

micro-, kleine en middelgrote ondernemingen ("kmo's").

Artikel 3

Vroegtijdige waarschuwing en toegang tot informatie

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldenaren toegang hebben tot één of meer duidelijke en transparante instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing waarmee omstandigheden kunnen worden opgespoord die kunnen leiden tot dreigende insolventie en waarmee hen kan worden gesignaleerd dat onverwijld actie moet worden ondernomen.

Voor de toepassing van de eerste alinea kunnen de lidstaten gebruikmaken van moderne IT-technologieën voor berichten en voor communicatie.

2.   Instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing kunnen het volgende omvatten:

a)

waarschuwingsmechanismen indien de schuldenaar bepaalde soorten betalingen niet heeft verricht;

b)

adviesdiensten van overheids- of particuliere organisaties;

c)

stimulansen krachtens nationaal recht om derden met relevante informatie over de schuldenaar, zoals boekhouders, belasting- of socialezekerheidsdiensten, ertoe aan te zetten een negatieve ontwikkeling aan de schuldenaar te signaleren.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldenaren en werknemersvertegenwoordigers toegang hebben tot relevante en actuele informatie over de beschikbaarheid van instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing, evenals van de procedures en maatregelen betreffende herstructurering van schulden en kwijtschelding van schuld.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over de toegang tot instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing openbaar online beschikbaar is en dat met name voor kmo's deze informatie eenvoudig raadpleegbaar is en op een gebruiksvriendelijke manier wordt aangeboden.

5.   De lidstaten kunnen de werknemersvertegenwoordigers steun verstrekken bij de beoordeling van de economische situatie van de schuldenaar.