Artikel 14 Richtlijn herstructurering en insolventie (EU) 2019/1023

Waardebepaling door de rechterlijke of administratieve instantie

1.   De rechterlijke of administratieve instantie neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming van de schuldenaar indien een niet-instemmende betrokken partij het herstructureringsplan betwist op basis van hetzij:

a)

een vermeend niet-voldoen aan de toets van het belang van de schuldeisers overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 6); of

b)

een vermeende inbreuk op de voorwaarden voor een categorie-overschrijdende cram-down overeenkomstig artikel 11, lid 1), onder b), ii).

2.   Met het oog op het nemen van een beslissing betreffende een waardebepaling overeenkomstig lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat rechterlijke of administratieve instanties voldoende gekwalificeerde deskundigen mogen aanstellen of horen.

3.   Met het oog op de toepassing van lid 1 zorgen de lidstaten ervoor dat een niet-instemmende betrokken partij een rechtsmiddel kan instellen bij de rechterlijke of administratieve instantie die verzocht wordt om het herstructureringsplan te bevestigen.

De lidstaten kunnen bepalen dat een dergelijk rechtsmiddel kan worden ingesteld in de context van een beroepsprocedure tegen een beslissing betreffende de bevestiging van een herstructureringsplan.

Geconsolideerde tekst (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.