Hoofdstuk 2. Faciliteren van onderhandelingen over preventieve herstructureringsplannen

Artikel 5

Schuldenaar-in-bezit

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldenaren die toegang hebben tot preventieve herstructureringsprocedures, volledig of ten minste gedeeltelijk, de controle behouden over hun activa en over de dagelijkse bedrijfsvoering van de onderneming.

2.   Waar nodig wordt over de aanstelling van een herstructureringsdeskundige door een rechterlijke of administratieve instantie per geval beslist, behalve in bepaalde omstandigheden waarbij de lidstaten in alle gevallen de verplichte aanstelling van een dergelijke deskundige kunnen voorschrijven.

3.   De lidstaten voorzien in de aanstelling van een deskundige op het gebied van herstructurering om de schuldenaar en de schuldeisers te assisteren bij de onderhandelingen over en de opstelling van het plan ten minste in de volgende gevallen voor:

a)

indien een rechterlijke of administratieve instantie overeenkomstig artikel 6, lid 3een algemene schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen verleent en besluit dat een dergelijke deskundige op het gebied van herstructurering nodig is om de belangen van de partijen te waarborgen;

b)

indien het herstructureringsplan door een rechterlijke of administratieve instantie moet worden bevestigd door middel van een categorie-overschrijdende cram-down overeenkomstig artikel 11; of

c)

indien hierom door de schuldenaar of een meerderheid van de schuldeisers wordt verzocht, mits in dat laatste geval de kosten van de deskundige op het gebied van herstructurering door de schuldeisers worden gedragen.

Artikel 6

Schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldenaren gebruik kunnen maken van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen om de onderhandelingen over een herstructureringsplan in het kader van een preventief herstructureringsstelsel te ondersteunen.

De lidstaten kunnen bepalen dat rechterlijke of administratieve instanties een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen kunnen weigeren indien die schorsing niet nodig is of indien deze maatregel het beoogde doel van de eerste alinea niet zou verwezenlijken.

2.   Onverminderd de leden 4 en 5 zorgen de lidstaten ervoor dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen alle soorten vorderingen kan dekken, ook door zekerheden gedekte vorderingen en bevoorrechte vorderingen.

3.   De lidstaten kunnen bepalen dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen algemeen kan zijn en dan alle schuldeisers dekt, of beperkt kan zijn, en dan slechts een of meer individuele schuldeisers of categorieën schuldeisers dekt.

In geval van een beperkte schorsing is de schorsing uitsluitend van toepassing op schuldeisers die overeenkomstig nationaal recht zijn geïnformeerd over de in lid 1 bedoelde onderhandelingen over het herstructureringsplan of over de schorsing.

4.   De lidstaten kunnen in welomschreven omstandigheden bepaalde vorderingen of categorieën vorderingen uitsluiten van de dekking van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen indien die uitsluiting naar behoren is gemotiveerd en indien:

a)

de tenuitvoerlegging de herstructurering van de onderneming waarschijnlijk niet in gevaar zal brengen; of

b)

de schorsing een oneerlijke benadeling van de schuldeisers van die vorderingen zou veroorzaken.

5.   Lid 2 is niet van toepassing op vorderingen van werknemers.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten lid 2 op de vorderingen van werknemers toepassen indien en voor zover de lidstaten ervoor zorgen dat voor de betaling van die vorderingen in preventieve herstructureringsstelsels een vergelijkbaar beschermingsniveau wordt gewaarborgd.

6.   De initiële duur van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen is beperkt tot maximaal vier maanden.

7.   Niettegenstaande lid 6 kunnen de lidstaten rechterlijke of administratieve instanties in staat stellen om op verzoek van de schuldenaar, een schuldeiser of, in voorkomend geval, een herstructureringsdeskundige, de duur van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te verlengen of een nieuwe schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te verlenen. Die verlenging of nieuwe schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen wordt uitsluitend verleend indien uit welomschreven omstandigheden blijkt dat die verlenging of nieuwe schorsing gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld:

a)

in de onderhandelingen over het herstructureringsplan is belangrijke vooruitgang geboekt;

b)

de voortzetting van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen brengt de rechten of belangen van betrokken partijen niet op onrechtvaardige wijze in het gedrang; of

c)

de schuldenaar is nog geen insolventieprocedure krachtens nationaal recht geopend die kan eindigen in de vereffening van de schuldenaar.

8.   De duur van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen, met inbegrip van verlengingen en hernieuwingen, mag in totaal niet langer zijn dan twaalf maanden.

Indien de lidstaten ervoor kiezen deze richtlijn om te zetten met behulp van een of meer van de in bijlage A bij Verordening (EU) 2015/848 genoemde procedures of maatregelen die niet voldoen aan de kennisgevingsvoorwaarden, is de totale duur van de schorsing volgens die procedures beperkt tot maximaal vier maanden indien het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar vanuit een andere lidstaat is verplaatst binnen een periode van drie maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot opening van een herstructureringsprocedure.

9.   De lidstaten zorgen ervoor dat de rechterlijke of administratieve instanties de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen in de volgende gevallen kunnen opheffen:

a)

de schorsing vervult niet langer de doelstelling, te weten de ondersteuning van de onderhandelingen over het herstructureringsplan, bijvoorbeeld indien blijkt dat een deel van de schuldeisers dat krachtens nationaal recht de goedkeuring van het herstructureringsplan zou kunnen voorkomen, de voortzetting van de onderhandelingen niet steunt;

b)

op verzoek van de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige;

c)

indien het nationaal recht hierin voorziet — één of meer schuldeisers of één of meer categorieën schuldeisers worden door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op oneerlijke wijze benadeeld of zouden hierdoor op oneerlijke wijze worden benadeeld; of

d)

indien het nationaal recht hierin voorziet — indien de schorsing leidt tot de insolventie van een schuldeiser.

De lidstaten kunnen de bevoegdheid om de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen op te heffen, beperken tot situaties waarin schuldeisers geen gelegenheid hadden gehad om gehoord te worden voordat de schorsing in werking trad of voordat een rechterlijke of administratieve instantie een verlenging van de schorsing toestond.

De lidstaten kunnen voorzien in een minimumperiode, die de in lid 6 bedoelde termijn niet overschrijdt, tijdens welke een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen niet kan worden opgeheven.

Artikel 7

Gevolgen van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen

1.   Indien er tijdens de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen voor een schuldenaar krachtens nationaal recht een verplichting ontstaat om een aanvraag in te dienen tot opening van een insolventieprocedure die zou kunnen eindigen in de vereffening van de schuldenaar, wordt die verplichting voor de duur van die schorsing opgeschort.

2.   De opening op verzoek van een of meer schuldeisers, van een insolventieprocedure die kan eindigen in de vereffening van de schuldenaar wordt, voor de duur van de schorsing, opgeschort door een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen overeenkomstig artikel 6.

3.   In gevallen waarin de schuldenaar niet bij machte is zijn schulden op de vervaldatum te vereffenen, kunnen de lidstaten afwijken van de leden 1 en 2. In dergelijke gevallen zorgen de lidstaten ervoor dat een rechterlijke of administratieve instantie kan beslissen om het voordeel van de schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen te handhaven indien, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak, de opening van een insolventieprocedure die kan eindigen in de vereffening van de schuldenaar, niet in het algemene belang van schuldeisers zou zijn.

4.   De lidstaten voorzien in regels die onder de schorsing vallende schuldeisers ervan weerhouden essentiële nog uit te voeren overeenkomsten te beëindigen, te versnellen, de nakoming ervan op te schorten, of ze anderszins te wijzigen in het nadeel van de schuldenaar, in verband met schulden die zijn ontstaan vóór de schorsing, louter omdat de schuldenaar die niet heeft voldaan. Onder essentiële nog uit te voeren overeenkomsten wordt verstaan nog uit te voeren overeenkomsten die nodig zijn voor het voortzetten van de dagelijkse bedrijfsvoering van de onderneming, waaronder overeenkomsten inzake leveringen waarvan het opschorten tot een stopzetting van de activiteiten van de schuldenaar zou leiden.

De eerste alinea belet de lidstaten die schuldeisers niet om passende waarborgen te bieden om te voorkomen dat zij onbillijke nadelen ondervinden als gevolg van die alinea.

De lidstaten kunnen bepalen dat dit lid ook van toepassing is op niet-essentiële nog uit te voeren overeenkomsten.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat schuldeisers de nog uit te voeren overeenkomsten niet mogen beëindigen, versnellen of anderszins wijzigen, en de nakoming ervan niet in het nadeel van de schuldenaar mogen opschorten door middel van een daartoe strekkend beding in de overeenkomst, louter wegens:

a)

een aanvraag tot de opening van een preventieve herstructureringsprocedure;

b)

een aanvraag voor een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen;

c)

de opening van een preventieve herstructureringsprocedure; of

d)

de toekenning van een schorsing van individuele tenuitvoerleggings-maatregelen.

6.   De lidstaten kunnen bepalen dat een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen niet geldt voor salderingsovereenkomsten, waaronder salderingsovereenkomsten bij vroegtijdige beëindiging, op financiële markten, energiemarkten en grondstoffenmarkten, zelfs indien artikel 31, lid 1 niet van toepassing is, indien dergelijke overeenkomsten onder het nationale insolventierecht afdwingbaar zijn. De schorsing geldt echter wel voor een vordering die een schuldeiser tegen een schuldenaar instelt als gevolg van de werking van een salderingsovereenkomst.

De eerste alinea geldt niet voor overeenkomsten voor de levering van goederen, diensten of energie die nodig zijn voor de bedrijfsvoering van de onderneming van de schuldenaar, tenzij die overeenkomsten de vorm aannemen van een op een beurs of een andere markt verhandelde positie, zodat die op ongeacht welk moment tegen de huidige marktwaarde kan worden vervangen.

7.   De lidstaten zorgen ervoor dat het verstrijken van een schorsing van individuele tenuitvoerleggingsmaatregelen zonder dat een herstructureringsplan is goedgekeurd, niet op zichzelf leidt tot de opening van een insolventieprocedure die kan eindigen in de vereffening van de schuldenaar, tenzij aan de andere voorwaarden voor de indiening ervan krachtens nationaal recht is voldaan.