Artikel 3 bis Richtlijn grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersovertredingen (EU) 2015/413

Nationale contactpunten

1.

Elke lidstaat wijst een of meer nationale contactpunten aan met het oog op:

a) 

de geautomatiseerde uitwisseling van voertuigregistratiegegevens overeenkomstig artikel 4;

b) 

inkomende en uitgaande verzoeken en antwoorden op verzoeken om wederzijdse bijstand om betrokkenen te identificeren overeenkomstig artikel 5 quater;

c) 

inkomende en uitgaande verzoeken en antwoorden op verzoeken om wederzijdse bijstand om kennisgevingen van verkeersovertredingen of vervolgdocumenten aan de betrokkenen te betekenen overeenkomstig artikel 5 sexies, en

d) 

inkomende en uitgaande verzoeken en antwoorden op verzoeken om wederzijdse bijstand voor de tenuitvoerlegging van definitieve administratieve beslissingen inzake voor verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen opgelegde verkeersboetes overeenkomstig artikel 5 septies.

De bevoegdheden van de nationale contactpunten zijn geregeld in het toepasselijke recht van de betrokken lidstaat.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun respectieve nationale contactpunten met elkaar samenwerken zodat alle nodige informatie tijdig wordt uitgewisseld, en dat de termijnen van artikel 5 bis, lid 2, en artikel 5 quater, leden 7 en 8, worden nageleefd.

Geconsolideerde tekst van 19-01-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.