Hoofdstuk VII. Verhouding tot andere regelgeving

Artikel 67

Deze verordening laat onverlet de toepassing van de bepalingen die, voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen en die opgenomen zijn of zullen worden in de besluiten van de Unie of in de nationale wetgevingen die ter uitvoering van deze besluiten geharmoniseerd zijn.

Artikel 68

1.

Deze verordening komt, in de betrekkingen tussen de lidstaten, in de plaats van het Verdrag van Brussel van 1968, uitgezonderd ten aanzien van de grondgebieden van de lidstaten die onder de territoriale werkingssfeer van dat verdrag vallen en die krachtens artikel 355 VWEU van deze verordening uitgesloten zijn.

2.

Voor zover deze verordening in de betrekkingen tussen de lidstaten in de plaats komt van het Verdrag van Brussel van 1968, geldt elke verwijzing naar dat verdrag als een verwijzing naar deze verordening.

Artikel 69

Onder voorbehoud van de artikelen 70 en 71 komt deze verordening in de betrekkingen tussen de lidstaten in de plaats van de verdragen die hetzelfde onderwerp bestrijken als deze verordening. In het bijzonder worden de verdragen vervangen die zijn opgenomen op de door de Commissie uit hoofde van artikel 76, lid 1, onder c), en artikel 76, lid 2, vastgestelde lijst.

Artikel 70

1.

De in artikel 69 bedoelde verdragen blijven van kracht voor aangelegenheden waarop deze verordening niet van toepassing is.

2.

Zij blijven voorts van kracht met betrekking tot beslissingen die zijn gegeven, authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of gesloten vóór de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001.

Artikel 71

1.

Deze verordening laat onverlet verdragen waarbij de lidstaten partij zijn en die, voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen.

2.

Teneinde de eenvormige uitlegging van lid 1 te waarborgen wordt dat lid als volgt toegepast:

a)

deze verordening belet niet dat een gerecht van een lidstaat die partij is bij een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, overeenkomstig dat verdrag of die overeenkomst kennisneemt van een zaak, ook indien de verweerder zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat die geen partij is bij dat verdrag of die overeenkomst. Het gerecht past in ieder geval artikel 28 van deze verordening toe;

b)

beslissingen die een gerecht van een lidstaat heeft gegeven uit hoofde van rechterlijke bevoegdheid die ontleend wordt aan een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, worden in de andere lidstaten overeenkomstig de onderhavige verordening erkend en ten uitvoer gelegd.

Indien een verdrag of overeenkomst over een bijzonder onderwerp, waarbij zowel de lidstaat van herkomst als de aangezochte lidstaat partij is, voorwaarden vaststelt voor de erkenning of de tenuitvoerlegging van beslissingen vinden die voorwaarden toepassing. In elk geval kunnen de bepalingen van deze verordening betreffende erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen worden toegepast.

Artikel 71 bis

1.

In deze verordening wordt onder een gerecht gemeenschappelijk aan verscheidene lidstaten in de zin van lid 2 (een „gemeenschappelijk gerecht”) verstaan, een gerecht van een lidstaat dat op grond van het rechtsinstrument waarbij het is opgericht, bevoegd is voor aangelegenheden die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen.

2.

Voor de toepassing van deze verordening, is elk van de volgende gerechten een gemeenschappelijk gerecht:

a)

het eengemaakt octrooigerecht, opgericht bij de op 19 februari 2013 ondertekende Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (de „UPC-Overeenkomst”); en

b)

het Benelux-Gerechtshof, opgericht bij het Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof (het „Verdrag betreffende het Benelux-Gerechtshof”).

Artikel 71 ter

De bevoegdheid van een gemeenschappelijk gerecht wordt als volgt bepaald:

1. Een gemeenschappelijk gerecht is bevoegd in de gevallen waarin, op grond van deze verordening, de gerechten van een lidstaat die partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht, voor een aangelegenheid die onder dat rechtsintrument valt, bevoegd zouden zijn;

2. Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat en de bevoegdheid te zijnen aanzien bij deze verordening niet anderszins is geregeld, is, ongeacht de woonplaats van de verweerder, hoofdstuk II van overeenkomstige toepassing.

Bij een gemeenschappelijk gerecht kunnen voorlopige, met inbegrip van bewarende, maatregelen worden aangevraagd, zelfs indien de gerechten van een derde staat bevoegd zijn om van het bodemgeschil kennis te nemen;

3. Indien een gemeenschappelijk gerecht uit hoofde van punt 2 bevoegd is ten aanzien van een verweerder in een geschil betreffende een binnen de Unie schade veroorzakende inbreuk op een Europees octrooi, kan dat gerecht ook bevoegdheid uitoefenen in verband met de door een dergelijke inbreuk buiten de Unie veroorzaakte schade.

Een dergelijke bevoegdheid kan alleen worden vastgesteld indien de goederen van de verweerder, zich bevinden in een lidstaat die partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht en het geschil voldoende nauw verbonden is met een dergelijke lidstaat.

Artikel 71 quater

1.

De artikelen 29 tot en met 32 zijn van toepassing indien een procedure wordt ingesteld bij een gemeenschappelijk gerecht en bij een gerecht van een lidstaat die geen partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht.

2.

De artikelen 29 tot en met 32 zijn van toepassing indien tijdens de in artikel 83 van de UPC-Overeenkomst bedoelde overgangsperiode een procedure wordt ingesteld bij het eengemaakt octrooigerecht en bij een gerecht van een lidstaat die partij is bij de UPC-Overeenkomst.

Artikel 71 quinquies

Deze verordening is van toepassing op de erkenning en tenuitvoerlegging van:

a)

beslissingen van een gemeenschappelijk gerecht die worden erkend en ten uitvoer gelegd in een lidstaat die geen partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht; en

b)

beslissingen van de gerechten van een lidstaat die geen partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht, die erkend en ten uitvoer worden gelegd in een lidstaat die partij is bij dat rechtsinstrument.

Wanneer evenwel erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing van een gemeenschappelijk gerecht worden verzocht in een lidstaat die partij is bij het rechtsinstrument waarbij het gemeenschappelijk gerecht is opgericht, zijn de regels van dat rechtsinstrument inzake erkenning en tenuitvoerlegging van toepassing in plaats van de regels van deze verordening.

Artikel 72

Deze verordening laat onverlet de overeenkomsten waarbij de lidstaten zich krachtens artikel 59 van het Verdrag van Brussel van 1968 vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 ertoe hebben verbonden om beslissingen die, met name in een andere staat die partij is bij dat verdrag, zijn gegeven tegen een verweerder met woonplaats of gewone verblijfplaats in een derde staat, niet te erkennen indien in een geval bedoeld in artikel 4 van genoemd verdrag de beslissing slechts gegrond kon worden op een bevoegdheid in de zin van artikel 3, tweede alinea, van dat verdrag.

Artikel 73

1.

Deze verordening laat onverlet de toepassing van het Verdrag van Lugano van 2007.

2.

Deze verordening laat onverlet de toepassing van het Verdrag van New York van 1958.

3.

Deze verordening laat onverlet de toepassing van bilaterale verdragen en overeenkomsten tussen een derde land en een lidstaat, die zijn gesloten vóór de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 44/2001 en die betrekking hebben op door de onderhavige verordening geregelde aangelegenheden.