Artikel 33 Brussel I-bis-verordening (1215/2012)
Wanneer bevoegdheid voortvloeit uit artikel 4 of de artikelen 7, 8 of 9, en op het moment dat een vordering wordt aangebracht bij een gerecht in een lidstaat tussen dezelfde partijen een vordering aanhangig is voor een gerecht van een derde land die op dezelfde oorzaak berust en hetzelfde onderwerp betreft, kan het gerecht van de lidstaat de uitspraak aanhouden indien:
wordt verwacht dat het gerecht van het derde land een beslissing zal geven die kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer kan worden gelegd in die lidstaat, en tevens
het gerecht van de lidstaat ervan overtuigd is dat aanhouding nodig is voor een goede rechtsbedeling.
Het gerecht van de lidstaat kan de procedure op elk moment voortzetten indien:
de procedure voor het gerecht van het derde land zelf wordt aangehouden of beëindigd;
het volgens het gerecht van de lidstaat niet waarschijnlijk is dat de procedure bij het gerecht van het derde land binnen een redelijke termijn zal worden afgerond, of
de voortzetting van de procedure vereist is voor een goede rechtsbedeling.
Het gerecht van de lidstaat beëindigt het geding indien de procedure bij het gerecht van het derde land is afgerond en heeft geleid tot een beslissing die kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in die lidstaat.
Het gerecht van de lidstaat past dit artikel op verzoek van een der partijen of, indien het nationale recht dit toestaat, ambtshalve toe.
Geconsolideerde tekst van 26-02-2015 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 33 BrusselIbis is sinds 2019 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2024:10435 — 23-10-2024 Rb. Rotterdam bron
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Aanvaringszaak. Incidenteel eiseres doet een beroep op de volgende bepaling in een tussen partijen gewisseld document: “Any dispute arising out of the services performed by the tug, will be settled in London, in accordance with… - ECLI:NL:RBROT:2024:5176 — 12-06-2024 Rb. Rotterdam bron
Proceskostenzekerheidsincident en bevoegdheidsincident. In hoodzaak Surinaamse eiseres en Nederlandse gedaagde. Art. 224 lid 2 sub b Rv. Executieverdrag Nederland-Suriname. Bevoegdheidsincident. Bevoegdheid rechtbank ogv art. 4 Brussel I bis-Vo jo. art. 99 Rv. Ligging onroerende… - ECLI:NL:RBAMS:2023:495 — 18-01-2023 Rb. Amsterdam bron
Verzoek tot aanhouding in afwachting van Amerikaanse procedure afgewezen. Litispendentie & connexiteit. Artikel 12 Rv, artikelen 33 & 34 Brussel I bis-Vo. - ECLI:NL:RBAMS:2020:555 — 05-02-2020 Rb. Amsterdam bron
Steinhoff N.V. is een aan de beurs van Frankfurt en Johannesburg genoteerde vennootschap. In beide zaken gaat het om de aansprakelijkheid van Steinhoff N.V. en haar bestuurders jegens de aandeelhouders voor het verstrekken van onjuiste financiële informatie. De rechtbank houdt… - ECLI:NL:RBAMS:2019:3830 — 03-04-2019 Rb. Amsterdam bron
Incidenten tot bevoegdheid en aanhouding; artikel 33 Brussel I bis-Vo, vereiste dat het gerecht van de lidstaat ervan overtuigd is dat aanhouding nodig is voor een goede rechtsbedeling.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.