Artikel 7 Brussel I-bis-verordening (1215/2012)

Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen:

1.

 
a)

ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;

b)

voor de toepassing van deze bepaling is, tenzij anders is overeengekomen, de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt:

— voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;

— voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;

c)

punt a) is van toepassing indien punt b) niet van toepassing is;

2. ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen;

3. ten aanzien van een op een strafbaar feit gegronde rechtsvordering tot schadevergoeding of tot teruggave, voor het gerecht waarbij de strafvervolging is ingesteld, voor zover dit gerecht volgens de interne wetgeving van de burgerlijke vordering kennis kan nemen;

4. ten aanzien van een op eigendom gebaseerde vordering tot teruggave van een cultuurgoed in de zin van artikel 1, punt 1, van Richtlijn 93/7/EEG, ingesteld door degene die een eigendomsrecht op een zodanig goed stelt te hebben, voor het gerecht van de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt;

5. ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een filiaal, van een agentschap of enige andere vestiging, voor het gerecht van de plaats waar het filiaal, het agentschap of andere vestiging gelegen zijn;

6. ten aanzien van een geschil dat aanhangig wordt gemaakt tegen een oprichter, trustee of begunstigde van een trust die in het leven is geroepen op grond van de wet of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de trust woonplaats heeft;

7. ten aanzien van een geschil betreffende de betaling van de beloning wegens de hulp en berging die aan een lading of vracht ten goede is gekomen, voor het gerecht in het rechtsgebied waarvan op deze lading of de daarop betrekking hebbende vracht:

a)

beslag is gelegd tot zekerheid van deze betaling, of

b)

daartoe beslag had kunnen worden gelegd, maar borgtocht of andere zekerheid is gesteld,

met dien verstande dat bepaling slechts van toepassing is indien wordt beweerd dat de verweerder een recht heeft op de lading of de vracht, of dat hij daarop een zodanig recht had op het tijdstip van deze hulp of berging.

Geconsolideerde tekst van 26-02-2015 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.

Recente uitspraken

Art. 7 BrusselIbis is sinds 2015 in 385 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2025:509 — 04-04-2025 Hoge Raad bron
    Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht; bevoegdheid; Staking levering auto-onderdelen door Duitse dochtervennootschappen. Art. 7 sub 2 Brussel I-bis; causaal verband bij negatieve verklaring voor recht. Geldigheid vaststellingsovereenkomst. Ziet art. 7 sub 1 Brussel I-bis…
  • ECLI:NL:HR:2021:230 — 12-02-2021 Hoge Raad bron
    Antilliaanse zaak. IPR. Procesrecht. Internationale bevoegdheid. Ambtshalve toepassing. Samenhang (art. 103 Rv Curaçao). Motiveringsklachten.
  • ECLI:NL:HR:2019:1400 — 20-09-2019 Hoge Raad bron
    IPR. Internationale bevoegdheid. Vervolg van HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:925. Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJEU over art. 7, aanhef en punt 2, Verordening Brussel I-bis (nr. 1215/2012). Collectieve actie ten behoeve van aandeelhouders met Nederlandse…
  • ECLI:NL:HR:2019:925 — 14-06-2019 Hoge Raad bron
    IPR. Internationale bevoegdheid. Art. 7, aanhef en punt 2, Verordening Brussel I-bis (nr. 1215/2012). Collectieve actie ten behoeve van aandeelhouders met Nederlandse beleggingsrekening op de grond dat BP hen onjuist, onvolledig of misleidend heeft geïnformeerd over de olieramp…
  • ECLI:NL:HR:2017:3105 — 08-12-2017 Hoge Raad bron
    IPR. Geschil over zeggenschap in onderneming. Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter voor vorderingen uit onrechtmatige daad (art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo), en voor reconventionele vorderingen (art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo).

Bekijk alle 385 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.