Artikel 45 Brussel I-bis-verordening (1215/2012)
De erkenning van een beslissing wordt op verzoek van een belanghebbende partij geweigerd indien:
de erkenning kennelijk strijdig is met de openbare orde (ordre public) van de aangezochte lidstaat;
het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk niet zo tijdig en op zodanige wijze is betekend aan de verweerder tegen wie verstek werd verleend, als met het oog op zijn verdediging nodig was, tenzij de verweerder tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend terwijl hij daartoe in staat was;
de beslissing onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte lidstaat gegeven beslissing;
de beslissing onverenigbaar is met een eerdere beslissing die in een andere lidstaat of in een derde land tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits de eerdere beslissing voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in de aangezochte lidstaat;
de beslissing in strijd is met:
afdelingen 3, 4 of 5 van hoofdstuk II, in het geval dat de verweerder in de zaak de polishouder, de verzekerde, een begunstigde van de verzekeringsovereenkomst, de benadeelde partij, de consument of de werknemer is, of
afdeling 6 van hoofdstuk II.
Bij de toetsing aan de in lid 1, onder e), genoemde bevoegdheidsregels is het aangezochte gerecht gebonden aan de feitelijke overwegingen op grond waarvan het gerecht van herkomst zijn bevoegdheid heeft aangenomen.
Onverminderd lid 1, onder e), mag de bevoegdheid van het gerecht van herkomst niet worden getoetst. De bevoegdheidsregels betreffen niet de openbare orde als bedoeld in lid 1, onder a).
Het verzoek tot weigering van erkenning wordt gedaan overeenkomstig de procedures van onderafdeling 2, en, waar passend, afdeling 4.
Geconsolideerde tekst van 26-02-2015 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 45 BrusselIbis is sinds 2018 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3875 — 21-11-2023 Hof 's-Hertogenbosch bron
Vordering in het incident in hoger beroep ex artikel 351 Rv. In het vonnis in eerste aanleg is gemotiveerd waarom het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard moest worden. Niet althans onvoldoende is gebleken van nieuwe, na het bestreden eindvonnis opgekomen feiten en… - ECLI:NL:GHSHE:2019:168 — 15-01-2019 Hof 's-Hertogenbosch bron
Derdenbeslag op vordering die in buitenland moet worden nagekomen/ opheffingskortgeding/ uitleg eisen Bet-Vo 2007 m.b.t. niet verschenen Roemeense medeverweerder/tenuitvoerlegging arbitrale uitspraak valt niet onder Brussel I-bis- Vo/ Lindeteves leer onverkort van toepassing/… - ECLI:NL:GHARL:2018:716 — 23-01-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden bron
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2016:2817; geen Nederlandse advocaat gesteld; vordering rechtsgeldigheid naar Nederlands recht van eigendomsvoorbehoud van naar Polen geleverde en daar door faillissement getroffen roerende zaken; ambtshalve beoordeling internationale bevoegdheid;… - ECLI:NL:RBOBR:2025:6908 — 24-10-2025 Rb. Oost-Brabant bron
Executiegeschil. Intellectueel eigendom. Tripp Trapp stoel. - ECLI:NL:RBNHO:2025:5514 — 23-05-2025 Rb. Noord-Holland bron
Executiegeschil over aangekondige executieverkoop woning op basis van Duitse notariële akte. Na substantiële betalingen kan in dit kort geding niet met onvoldoende zekerheid vastgesteld worden dat er nog steeds een vorderingsrecht bestaat en zo ja van welke omvang. Die vordering…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.