Artikel 25 Brussel I-bis-verordening (1215/2012)
Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:
hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;
hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden;
hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.
Als „schriftelijk” wordt tevens elke elektronische mededeling aangemerkt, waardoor de overeenkomst duurzaam geregistreerd wordt.
Het gerecht of de gerechten van een lidstaat waaraan in de akte tot oprichting van een trust bevoegdheid is toegekend, is of zijn bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering tegen een oprichter, een trustee of een begunstigde van een trust, als het gaat om de betrekkingen tussen die personen of om hun rechten of verplichtingen in het kader van de trust.
Overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegd gerecht en soortgelijke bedingen in akten tot oprichting van een trust hebben geen rechtsgevolg indien zij strijdig zijn met de artikelen 15, 19 of 23, of indien de gerechten op welker bevoegdheid inbreuk wordt gemaakt, krachtens artikel 24 bij uitsluiting bevoegd zijn.
Een beding tot aanwijzing van een bevoegd gerecht dat deel uitmaakt van een overeenkomst, wordt aangemerkt als een beding dat los staat van de overige bepalingen van de overeenkomst.
De geldigheid van het beding tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan niet worden bestreden op grond van het enkele feit dat de overeenkomst niet geldig is.
Geconsolideerde tekst van 26-02-2015 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 25 BrusselIbis is sinds 2015 in 281 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2023:60 — 20-01-2023 Hoge Raad bron
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Forumkeuze art. 25 lid 1 onder b Brussel I-bis; verwijzing naar algemene voorwaarden. - ECLI:NL:HR:2021:230 — 12-02-2021 Hoge Raad bron
Antilliaanse zaak. IPR. Procesrecht. Internationale bevoegdheid. Ambtshalve toepassing. Samenhang (art. 103 Rv Curaçao). Motiveringsklachten. - ECLI:NL:OGHACMB:2019:67 — 30-04-2019 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A bron
Internationale bevoegdheid tav negatieve verklaring voor recht Handlungsort Erfolgsort vrijwaring forumkeuze - ECLI:NL:OGHACMB:2019:237 — 30-04-2019 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A bron
Internationale bevoegdheid; negatieve verklaring voor recht. - ECLI:NL:GHAMS:2026:15 — 06-01-2026 Hof Amsterdam bron
Geschil tussen partijen over terugbetaling van leningen, verstrekt in het kader van een inmiddels geëindigde samenwerking tussen partijen en betrokkenheid bij een lastercampagne. Deels vernietiging bestreden vonnis, deels bekrachtiging.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.