Artikel 9 Algemene Ouderdomswet
Lid 1
Deze wet kent een bruto-ouderdomspensioen voor:
de ongehuwde pensioengerechtigde;
de gehuwde pensioengerechtigde.
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde ouderdomspensioenen worden afgeleid van het netto-minimumloon per maand.
Lid 3
Onder het netto-minimumloon wordt verstaan het bruto-minimumloon, na aftrek van premies op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen en loonbelasting.
Lid 4
De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet financiering sociale verzekeringen, worden berekend voor een werknemer, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het bruto-minimumloon.
Lid 5
De bruto-ouderdomspensioenen worden zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de toepasselijke heffingskortingen voor een persoon van de pensioengerechtigde leeftijd en ouder, en van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet:
het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon per maand;
het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon per maand.
Lid 6
De volledige bruto-toeslag, bedoeld in artikel 8, is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Lid 7
Een wijziging van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon wordt samen met de dag waarop deze wijziging ingaat, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
Lid 8
Een wijziging van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
Lid 9
De Sociale verzekeringsbank betaalt het gewijzigde ouderdomspensioen, bedoeld in het achtste lid, bij de eerstvolgende betaling van het ouderdomspensioen nadat de wijziging, bedoeld in het achtste lid, heeft plaatsgevonden.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 9 AOW is sinds 1998 in 15 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Amsterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:1999:AA3940 — 22-12-1999 Hoge Raad
- - ECLI:NL:CRVB:2026:1134 — 13-08-2026 CRvB
In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad… - ECLI:NL:CRVB:2025:617 — 27-03-2025 CRvB
De Raad komt tot het oordeel dat de Svb de korting vanwege de inkomsten van de echtgenote van appellant juist heeft berekend. Appellant heeft verzocht terug te komen van een eerder besluit waarmee de korting vanwege niet-verzekerde jaren is berekend. De Raad is van oordeel dat… - ECLI:NL:CRVB:2024:2225 — 14-11-2024 CRvB
Herziening AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde omdat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden van elkaar leven. Door een fout van de Svb heeft appellant ten onrechte een tijd het hogere bedrag voor een ongehuwde ontvangen. Er is voldoende rekening gehouden met… - ECLI:NL:CRVB:2024:1267 — 27-06-2024 CRvB
Herziening en terugvordering AOW-pensioen met terugwerkende kracht naar de norm van een gehuwde. Appellant en zijn partner leefden niet duurzaam gescheiden van elkaar. De Svb kan echter worden verweten dat hij lange tijd geen gevolgen heeft verbonden aan informatie waaruit bleek…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.