Artikel 16 Algemene Ouderdomswet
Lid 1
Het ouderdomspensioen gaat in op de dag waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voor het recht op ouderdomspensioen voldoet.
Lid 2
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een ouderdomspensioen niet vroeger ingaan dan de eerste dag van de twaalfde maand vóór de dag waarop de aanvraag werd ingediend of vóór de dag waarop ambtshalve toekenning plaatsvond. De Sociale verzekeringsbank kan voor bijzondere gevallen van het bepaalde in de vorige volzin afwijken.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 16 AOW is sinds 2004 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Amsterdam en Rb. Breda.
- ECLI:NL:CRVB:2024:595 — 28-03-2024 CRvB
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt. - ECLI:NL:CRVB:2024:586 — 28-03-2024 CRvB
Afwijzing aanvraag voor een pensioen op grond van de AOW omdat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW. De Svb heeft bij onderzoek niet genoeg aanwijzingen gevonden om aan te nemen dat appellant in het verleden in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant heeft… - ECLI:NL:CRVB:2023:2305 — 06-12-2023 CRvB
AOW-pensioen. Aan appellant is terecht met één jaar terugwerkende kracht per 1 januari 2020 een ouderdomspensioen toegekend. Geen sprake van bijzonder geval als bedoeld in art. 16 AOW. - ECLI:NL:CRVB:2023:2072 — 02-11-2023 CRvB
Verhoging AOW-pensioen met terugwerkende kracht. - ECLI:NL:CRVB:2023:1693 — 31-08-2023 CRvB
Aan appellante is een AOW-pensioen toegekend van 40% van het maximale voor haar geldende pensioen vanwege huwelijkse tijdvakken. In hoger beroep heeft de Svb alsnog erkend dat appellante recht heeft op dit pensioen met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2015. De Raad volgt de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.