Artikel 31 Algemene Ouderdomswet
Lid 1
Eenmaal per jaar vindt ambtshalve uitbetaling van de vakantie-uitkering plaats.
Lid 2
De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
Lid 3
De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 31 AOW is sinds 2014 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2014:3068 — 31-10-2014 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet; vervolg op HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1342, NJ 2014/300. Valt eens per jaar uitgekeerd vakantiegeld onder de beslagvrije voet? Art. 475b e.v. Rv. Strekking regeling beslagvrije voet, minimaal noodzakelijke bestaanskosten, berekening. Karakter…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.