Artikel 20 Algemene Ouderdomswet
Lid 1
Indien degene aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
Lid 2
Indien aan degene aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en hij op grond van die wet hiervoor een bijdrage is verschuldigd, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie het ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, dat voor de gemeente de bijdrage int.
Lid 3
Indien degene, aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, in een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of in een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten is opgenomen en de Sociale verzekeringsbank, van de desbetreffende accommodatie of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om het ouderdomspensioen aan die accommodatie of die gemeente uit te betalen, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
Lid 4
Indien het eerste of tweede lid toepassing vindt, heeft de in het derde lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ouderdomspensioen dat niet aan de in het eerste of tweede lid genoemde instantie wordt uitbetaald.
Lid 5
Een herziening van het ouderdomspensioen op grond van het eerste of tweede lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld.
Dit artikel verwijst naar:
- artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015)
- wet (Wmo2015)
- artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
- artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd)
- artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw)
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 20 AOW is sinds 2007 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. 's-Gravenhage.
- ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0876 — 16-03-2007 Rb. 's-Gravenhage
Kort geding van de ANBO voor vijftig-plussers en 77 andere eisers tegen de Staat en de SVB (Sociale verzekeringsbank) over de huisbezoeken die de SVB aflegt bij Anw-ers en AOW-ers. Collectieve actie op grond van art. 3:305a BW. Volgens de ANBO vormen de huisbezoeken, of ze nu…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.