Artikel 1 Algemene Ouderdomswet

Lid 1

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  2. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;

  3. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;

  4. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag;

  5. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;

  6. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting of een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden;

  7. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;

  8. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;

  9. pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;

  10. aanvangsleeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, met ingang waarvan een niet verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het ouderdomspensioen;

  11. CBS: Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;

  12. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Lid 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:

  1. echtgenoot: geregistreerde partner;

  2. echtgenoten: geregistreerde partners;

  3. gehuwd: als partner geregistreerd;

  4. gehuwde: als partner geregistreerde.

Lid 3

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

  1. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;

  2. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

Lid 4

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

Lid 5

Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

  1. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;

  2. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;

  3. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of

  4. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

Lid 6

Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

Lid 7

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als bedoeld in het vierde en vijfde lid, aanhef, en het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het vierde lid.

Lid 8

Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.

Lid 9

Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Recente uitspraken

Art. 1 AOW is sinds 2004 in 24 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Amsterdam en Rb. Leeuwarden.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1134 — 13-08-2026 CRvB
    In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad…
  • ECLI:NL:CRVB:2026:122 — 22-01-2026 CRvB
    In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht met terugwerkende kracht het AOWpensioen van appellant heeft herzien, omdat appellant achteraf gezien geen recht had op een pensioen voor een ongehuwde. De Raad is van oordeel dat het AOW-pensioen terecht is herzien en er geen…
  • ECLI:NL:CRVB:2025:617 — 27-03-2025 CRvB
    De Raad komt tot het oordeel dat de Svb de korting vanwege de inkomsten van de echtgenote van appellant juist heeft berekend. Appellant heeft verzocht terug te komen van een eerder besluit waarmee de korting vanwege niet-verzekerde jaren is berekend. De Raad is van oordeel dat…
  • ECLI:NL:CRVB:2024:2225 — 14-11-2024 CRvB
    Herziening AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde omdat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden van elkaar leven. Door een fout van de Svb heeft appellant ten onrechte een tijd het hogere bedrag voor een ongehuwde ontvangen. Er is voldoende rekening gehouden met…
  • ECLI:NL:CRVB:2024:1267 — 27-06-2024 CRvB
    Herziening en terugvordering AOW-pensioen met terugwerkende kracht naar de norm van een gehuwde. Appellant en zijn partner leefden niet duurzaam gescheiden van elkaar. De Svb kan echter worden verweten dat hij lange tijd geen gevolgen heeft verbonden aan informatie waaruit bleek…

Bekijk alle 24 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.