Artikel 19b Algemene Ouderdomswet
Lid 1
De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op, indien blijkt dat het door de pensioengerechtigde verstrekte adres van hemzelf of van zijn echtgenoot afwijkt van het adres waaronder de pensioengerechtigde of zijn echtgenoot in de basisregistratie personen staat ingeschreven.
Lid 2
Geen opschorting vindt plaats:
indien de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de uitkering;
indien de pensioengerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
Lid 3
De Sociale verzekeringsbank doet schriftelijk mededeling van de opschorting aan de belanghebbende.
Lid 4
De opschorting wordt beëindigd zodra het aan de Sociale verzekeringsbank gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat.
Recente uitspraken
Art. 19b AOW is sinds 2021 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1833 — 06-06-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Aansprakelijkheid curator vanwege lange duur faillissement, dreiging van inbewaringstelling en het achterwege laten van de vaststelling van een vrij te laten bedrag in verband met pensioenuitkering? Toepassing HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2047 (Maclou) en HR 16 december… - ECLI:NL:RBLIM:2021:4527 — 02-06-2021 Rb. Limburg
Aansprakelijkheid curator duur van het faillissement
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.