Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 124
Lid 1
De voordracht voor een krachtens de artikelen 11, derde of vierde lid, 13a, vijfde lid of zesde lid, 18aa, eerste lid, 19, vierde en zesde lid, 21 en 32, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Lid 2
Het ontwerp voor een krachtens artikel 18aa, eerste of tweede lid, of artikel 18d, tweede lid, onderdeel d, vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.
Artikel 125
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 28a tot en met 28c van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die artikelen in de praktijk.
Artikel 126
Voor de uitvoering van deze wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.
Artikel 127
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 128
Deze wet wordt aangehaald als: Zorgverzekeringswet.