Artikel 124 Zorgverzekeringswet
Lid 1
De voordracht voor een krachtens de artikelen 11, derde of vierde lid, 13a, vijfde lid of zesde lid, 18aa, eerste lid, 19, vierde en zesde lid, 21 en 32, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Lid 2
Het ontwerp voor een krachtens artikel 18aa, eerste of tweede lid, of artikel 18d, tweede lid, onderdeel d, vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide kamers der Staten-Generaal voorgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 124 Zvw is sinds 2012 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. 's-Gravenhage en Raad van State.
- ECLI:NL:HR:2014:3679 — 19-12-2014 Hoge Raad
Gezondheidsrecht. Vordering tegen zorgverzekeraar tot vergoeding geneesmiddel buiten verzekerd pakket; zeldzame ziekte; verzekerde (kind) voldoet niet aan één van de voorwaarden in de Regeling zorgverzekering (leeftijd van 18 jaar of ouder). Opzet, inhoud en strekking… - ECLI:NL:RVS:2025:764 — 26-02-2025 Raad van State
Deze conclusie gaat over het onderscheid tussen een algemeen verbindend voorschrift (AVV) en een concretiserend besluit van algemene strekking (CBAS). Het onderscheid tussen deze twee besluiten is sinds de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht van belang voor de… - ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9316 — 20-03-2012 Rb. 's-Gravenhage
NVD-Staat. In de kern komt het betoog van eiseressen er op neer dat de Staat onrechtmatig handelt jegens hen door de invoering van het Besluit, in het bijzonder voor zover daaruit voortvloeit dat de basisverzekering met ingang van 1 januari 2012 dieetadvisering op grond van een…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.