Artikel 75 Zorgverzekeringswet
Lid 1
Het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, en de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid en van artikel 29, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:
de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en
de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van 5 procent van het in artikel 72 bedoelde budget niet te boven gaat.
Lid 3
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
de inhoud en de inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, eerste lid, en de meerjarenagenda, bedoeld in artikel 71, tweede lid;
de inhoud en de inrichting van de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
de inhoud en inrichting van de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, en van het in dat lid bedoelde assurance report;
de inhoud en inrichting van de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, alsmede in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
de accountantscontrole van de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
de bij de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen behorende verslagen van bevindingen alsmede het assurance report, bedoeld in artikel 73a, eerste lid;
de inhoud en de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Lid 4
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 72, wordt vastgesteld.