Artikel 32 Wet politiegegevens
Lid 1
De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging van:
de doelen van de onderzoeken, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
de verstrekking of doorgifte van politiegegevens op grond van paragraaf 3, met uitzondering van de verstrekking, bedoeld in artikel 17 en artikel 24, eerste en tweede lid, indien dit zich niet verdraagt met het belang van de veiligheid van de staat;
de feitelijke of juridische redenen die ten grondslag liggen aan een afwijzing, bedoeld in artikel 27, eerste lid;
een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 33a, inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.
Lid 2
Bij de doorgifte van politiegegevens aan een verwerkingsverantwoordelijke in een derde land of aan een internationale organisatie, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, omvat de schriftelijke vastlegging de datum en tijd van doorgifte, informatie over de ontvangende bevoegde autoriteit, de reden van doorgifte en de doorgegeven gegevens zelf.
Lid 3
De verantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke melding van een gemeenschappelijke verwerking van politiegegevens aan de Autoriteit persoonsgegevens.
Lid 4
De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard tenminste tot de datum waarop de laatste controle, bedoeld in artikel 33, is verricht.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze van vastlegging.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 32 Wpg is sinds 2018 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant, Hof Den Haag en Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2018:1442 — 02-05-2018 Raad van State
Bij besluit van 25 maart 2015 heeft de AP een verzoek van [appellant] om de korpschef van politie bestuurlijke boetes op te leggen afgewezen. - ECLI:NL:GHDHA:2022:1342 — 24-06-2022 Hof Den Haag
Proces-verbaal beslissingen op Encrochat-onderzoekswensen. 26Lemont is een titel V, boek 1 Sv onderzoek en daarmee geen voorbereidend onderzoek in de zaak van de verdachte. Geen voeging dossier 26Lemont. - ECLI:NL:RBOBR:2023:4499 — 12-09-2023 Rb. Oost-Brabant
Tweede tussenuitspraak, zie voor de eerste tussenuitspraak ECLI:NL:RBOBR:2022:1765. De rechtbank heeft met de tweede tussenuitspraak de korpschef de mogelijkheid gegeven om binnen 12 weken de geconstateerde gebreken te herstellen - ECLI:NL:RBOBR:2021:2557 — 01-06-2021 Rb. Oost-Brabant
Beslissingen naar aanleiding van regie-zitting van 26Houille op 4 mei 2021 en 1 juni 2021. Betreft onder meer beslissingen op onderzoekwensen in verband met Encrochat. - ECLI:NL:RBOBR:2021:2234 — 04-05-2021 Rb. Oost-Brabant
Beslissingen naar aanleiding van de regie-zittingen van 26ParkCity en 26Woodland op 13 en 15 april 2021. Betreft onder meer onderzoekswensen in verband met Encrochat.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.