Artikel 10 Wet politiegegevens

Lid 1

Politiegegevens kunnen gericht worden verwerkt met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij:

  1. het beramen of plegen van misdrijven:

    1. als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, die in georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd en die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in het georganiseerde verband worden beraamd of gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde kunnen opleveren, of

    2. waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, of

    3. als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen en die gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren;

  2. handelingen die kunnen wijzen op het beramen of plegen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van misdrijven die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren;

  3. handelingen die, gezien hun aard of frequentie of het georganiseerde verband waarin zij worden gepleegd, een ernstige schending van de openbare orde vormen.

Lid 2

De verwerking van politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt slechts plaats omtrent:

  1. verdachten van de misdrijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

  2. personen ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij het beramen of plegen van de misdrijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

  3. personen die in een bepaalde relatie staan tot degenen, bedoeld in de onderdelen a en b;

  4. ambtenaren van politie of buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Lid 3

De verwerking van politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts plaats omtrent:

  1. personen, die betrokken zijn bij de handelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;

  2. personen die in een bepaalde relatie staan tot degenen, bedoeld in onderdeel a;

  3. ambtenaren van politie of buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Lid 4

De verwerking van politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vindt slechts plaats omtrent:

  1. personen ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij ernstige schendingen van de openbare orde;

  2. personen die in een bepaalde relatie staan tot degenen, bedoeld in onderdeel a;

  3. ambtenaren van politie of buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het wetboek van Strafvordering.

Lid 5

De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, kunnen, met instemming van een daartoe bevoegde functionaris, ter beschikking worden gesteld voor verdere verwerking voor zover dat noodzakelijk is voor een andere verwerking als bedoeld in het eerste lid, een onderzoek als bedoeld in artikel 9, een verwerking als bedoeld in artikel 12, of de uitvoering van de dagelijkse politietaak, bedoeld in artikel 8.

Lid 6

De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking. Daartoe worden de gegevens periodiek gecontroleerd. De gegevens worden verwijderd uiterlijk vijf jaar na de datum van de laatste verwerking van gegevens die blijk geeft van de noodzaak tot het verwerken van de politiegegevens van betrokkene op grond van het doel als omschreven in het eerste lid.

Recente uitspraken

Art. 10 Wpg is sinds 2019 in 30 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof Den Haag.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2082 — 07-07-2026 Hof Den Haag
    Staat legt boetes op aan VEGA voor het gebruik van buitenlandse handelaarskentekens voor het vervoer van voertuigen in Nederland. VEGA komt daar tegenop met een beroep op het vrij verkeer van goederen binnen de EU. Het hof stelt een vraag aan het Hof van Justitie van de EU over…
  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1168 — 06-05-2026 Hof 's-Hertogenbosch
    Op grond van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat de ANØM-data betreffende de verdachte door Nederlandse opsporingsambtenaren zijn verwerkt en geanalyseerd zonder dat daaraan een rechterlijke toetsing vooraf was gegaan. Voor de verwerking en analyse van deze…
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:487 — 07-04-2026 Hof Den Haag
    De Staat laat voertuigen voorzien van Duitse en Oostenrjkse handelaarskentekens niet toe op Nederlandse wegen. Het hof is voornemens om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU.
  • ECLI:NL:GHAMS:2025:149 — 22-01-2025 Hof Amsterdam
    Megazaken Tandem II en Marsman II. Bespreken verweren m.b.t. bevoegdheid rechtbank, Ennetcom en PGPSafe (cryptoverweren) en geheimhouderscommunicatie. Hof acht onder meer bewezen dat verdachte zich (samen met anderen) schuldig heeft gemaakt aan poging tot moord (Tandem II) en…
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:2595 — 26-11-2024 Hof Den Haag
    Verklaring voor recht gevorderd dat Politie onrechtmatig heeft gehandeld door gegevens over verdachte te verzamelen en te delen met derden. Hof verklaart verklaart verdachte grotendeels niet-ontvankelijk omdat in verband met de tegen hem lopende strafzaak voor de burgerlijke…

Bekijk alle 30 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.