Artikel 12 Wet politiegegevens

Lid 1

Politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de controle op en het beheer van een informant alsmede de beoordeling en verantwoording van het gebruik van informantgegevens.

Lid 2

De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, kunnen gedurende een periode van maximaal vier maanden na de datum van de eerste verwerking ter beschikking worden gesteld voor verdere verwerking op grond van de artikelen 8, 9 of 10.

Lid 3

De verwerking van politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats omtrent:

  1. informanten;

  2. personen waarover informanten informatie geven of waarmee informanten contacten onderhouden;

  3. ambtenaren van politie of buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Lid 4

Voor zover dat noodzakelijk is voor de controle op en het beheer van een informant kunnen politiegegevens die met het oog op dat doel worden verwerkt, geautomatiseerd worden vergeleken met politiegegevens die worden verwerkt op grond van artikel 8, 9 of 10 teneinde vast te stellen of verbanden bestaan tussen de betreffende gegevens. De gerelateerde gegevens kunnen voor dat doel verder worden verwerkt.

Lid 5

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen op wie het eerste, vierde en zesde lid van overeenkomstige toepassing zijn indien het bekend worden van politiegegevens voor die categorieën van personen gevaar oplevert. Daarbij worden de categorieën van personen aangewezen over wie politiegegevens worden verwerkt.

Lid 6

De politiegegevens die zijn verwerkt op grond van het eerste en vijfde lid, worden vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking. Daartoe worden de gegevens elk half jaar gecontroleerd. De gegevens worden vernietigd uiterlijk tien jaar na de datum van laatste verwerking van gegevens die blijk geeft van de noodzaak tot het verwerken van politiegegevens van betrokkene op grond van het doel, bedoeld in het eerste en vijfde lid.

Lid 7

Onder informant wordt in dit artikel verstaan: persoon die heimelijk aan een opsporingsambtenaar informatie verstrekt omtrent strafbare feiten of ernstige schendingen van de openbare orde, die door anderen zijn of worden gepleegd of verricht, welke verstrekking gevaar voor deze persoon of voor derden oplevert.

Recente uitspraken

Art. 12 Wpg is sinds 2020 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Nederland, Rb. Den Haag en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2404 — 16-04-2026 Rb. Noord-Nederland
    Inzageverzoek op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) gedeeltelijk toegewezen. Het beroep is gegrond voor zover het ziet op de oorspronkelijke afwijzende besluiten. Het beroep is ongegrond voor zover het ziet op de alsnog genomen gedeeltelijk inwilligende besluiten.
  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16953 — 26-01-2026 Rb. Den Haag
    Kort geding. Vordering om inzage te verstrekken in met politiecamera’s vervaardigde beelden. De weigering van de Politie om beelden te verstrekken is feitelijke handelen, waar geen bestuursrechtelijke rechtsgang tegen openstaat – voorzieningenrechter is bevoegd van de vordering…
  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2946 — 15-05-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant
    AVG en WPG tussenuitspraak.
  • ECLI:NL:RBNNE:2020:4622 — 17-12-2020 Rb. Noord-Nederland
    De rechtbank Noord Nederland, locatie Groningen, heeft bij vonnis van 17 december 2020 het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging. Het betreft in totaal zaken tegen 8 verdachten. In juni 2014 had de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.