Artikel 26 Wet politiegegevens
Lid 1
Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in de artikelen 25 en 28 draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de persoon die het verzoek doet, kan hij de nodige aanvullende informatie vragen ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene.
Lid 2
De verzoeken ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden worden gedaan door hun wettelijk vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijk vertegenwoordigers.
Lid 3
De verzoeken kunnen tevens worden gedaan door een advocaat aan wie de betrokkene een bijzondere machtiging heeft verleend met het oog op de uitoefening van zijn rechten krachtens deze wet en die het verzoek uitsluitend doet met de bedoeling de belangen van zijn cliënt te behartigen. De betrokken mededeling geschiedt aan de advocaat. De verantwoordelijke kan aan de bijzondere machtiging eisen stellen.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 26 Wpg is sinds 2026 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant en Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2026:5809 — 30-09-2026 Raad van State
Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). - ECLI:NL:RBZWB:2026:1837 — 20-03-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
Beroep tegen besluit WPG. Tussenuitspraak. Middels een verzoek WPG kan geen toezending van een kopie van het dossier worden afgedwongen. Inzage van het dossier is een persoonlijk recht. De korpschef heeft terecht het verzoek van eiser - om een gemachtigde, geen advocaat mee te…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.