Titel VIb. Bestuurlijke handhaving

Artikel 34n

Lid 1

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan degene die kansspelen organiseert of die de deelname aan zonder vergunning krachtens deze wet georganiseerde kansspelen bevordert of daartoe middelen verschaft, een bindende aanwijzing geven met betrekking tot de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften binnen een in die aanwijzing gegeven redelijke termijn.

Lid 2

Degene tot wie een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die aanwijzing.

Lid 3

De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan er onder meer toe strekken dat een aanbieder van een betaaldienst wordt verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om betalingsverkeer dat wordt gebruikt voor het organiseren van kansspelen zonder vergunning op grond van deze wet of voor het deelnemen aan dergelijke kansspelen, te blokkeren, voor zover dit noodzakelijk is voor het beëindigen van een overtreding van artikel 1, eerste lid, onder a, b of c, of het voorkomen van nieuwe overtredingen.

Lid 4

De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan er voorts onder meer toe strekken dat een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst wordt verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven en die worden gebruikt voor het organiseren van kansspelen zonder vergunning op grond van deze wet, voor het deelnemen aan dergelijke kansspelen of voor reclame- of wervingsactiviteiten ten behoeve van dergelijke kansspelen, ontoegankelijk te maken, voor zover dit noodzakelijk is voor het beëindigen van een overtreding van artikel 1, eerste lid, onder a, b of c, of het voorkomen van nieuwe overtredingen.

Lid 5

Onder ontoegankelijkmaking van gegevens wordt verstaan het treffen van maatregelen om te voorkomen dat de beheerder van het geautomatiseerde werk of derden verder van die gegevens kennisnemen of gebruikmaken, alsmede ter voorkoming van de verdere verspreiding van die gegevens. Onder ontoegankelijkmaking wordt mede verstaan het verwijderen van de gegevens uit het geautomatiseerde werk. Onder ontoegankelijkmaking wordt niet verstaan het manipuleren, blokkeren of filteren van internetverkeer, waaronder DNS-verkeer.

Lid 6

Voor een aanwijzing als bedoeld in het vierde lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, bij de rechtbank te Rotterdam. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.

Lid 7

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het zesde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

Lid 8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bindende aanwijzing.

Artikel 35

Lid 1

De raad van bestuur kan een last onder bestuursdwang opleggen wegens overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet, met uitzondering van titel VA., paragraaf 2.

Lid 2

Ingeval de in artikel 35a, eerste lid, tweede volzin, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking als bedoeld in artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht te verlenen, kan de raad van bestuur een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in de in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden.

Artikel 35a

Lid 1

De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete opleggen wegens overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d, tweede lid, 1b, 4a, 7, 10, 13, 14, 14c, 14d, eerste lid, 20, eerste lid, 21, 25, 27, 27c, 27e, eerste lid, 27i, 27j, eerste lid, 27ja, 30h, eerste lid, 30j, eerste lid, 30m, eerste lid, 30q, derde lid, 30r, derde en vierde lid, 30t, eerste, tweede en vijfde lid, 30u, eerste lid, 30v, 30z, 31h, 31i, eerste en tweede lid, 31j, 31k, 31l, 31m, 34k en 34l, en 34n, tweede lid. De raad van bestuur kan voorts een bestuurlijke boete opleggen wegens handelen in strijd met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en wegens het verbreken, opheffen of beschadigen van een verzegeling als bedoeld in artikel 34d of wegens het op andere wijze verijdelen van de door de verzegeling bedoelde afsluiting.

Lid 2

De bestuurlijke boete die voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 10% van de omzet in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.

Lid 3

De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.

Lid 4

De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.

Artikel 35b

Lid 1

De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 30u, tweede lid.

Lid 2

De raad van bestuur kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de voorschriften, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, onder c, en 7c.

Lid 3

De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete komt toe aan de staat.

Lid 4

Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid is artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 35c

Lid 1

De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van het voorschrift vastgesteld bij artikel 30g, tweede lid.

Lid 2

De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voorzover deze vergunning is afgegeven door burgemeester en wethouders.

Lid 3

De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de bij of krachtens artikel 7c gestelde voorschriften.

Lid 4

De burgemeester kan een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht opleggen wegens overtreding van de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften, bedoeld in de artikelen 30b, eerste lid, en 30d, eerste lid, en wegens overtreding van het voorschrift, vastgesteld bij artikel 30g, eerste lid.

Lid 5

De bestuurlijke boete komt toe aan de gemeente.

Artikel 35d

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het stellen van financiële zekerheid door de houder van een vergunning op grond van deze wet voor het nakomen van de financiële verplichtingen uit:

  1. de kansspelheffing, bedoeld in artikel 33e, en

  2. de bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.

Artikel 35e

Lid 1

De raad van bestuur kan in het kader van zijn taken genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat hij een overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet, heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om spelers snel en effectief te informeren over mogelijk schadeveroorzakend kansspelaanbod.

Lid 2

Een kansspelaanbieder wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van spelers en er sprake is van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de raad van bestuur vastgestelde overtreding.

Lid 3

De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een kansspelaanbieder met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot het uitvaardigen van de openbare waarschuwing aan hem is bekend gemaakt, tenzij hij het besluit zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking.

Lid 4

Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.

Lid 5

Het besluit van de raad van bestuur tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing als bedoeld in het derde lid vermeldt behalve de naam van de vergunninghouder in ieder geval het mogelijk schadeveroorzakend kansspelaanbod, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd.

Artikel 35f

Gegevens die de kansspelautoriteit verkrijgt van andere toezichthoudende instanties en andere overheidsdiensten maakt de raad van bestuur alleen openbaar met toestemming van de desbetreffende instantie of dienst.