Titel VA. Speelautomaten

Artikel 30

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  2. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;

  3. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is;

  4. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend:

    1. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en

    2. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder.

  5. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige inrichting is.

Artikel 30a

Lid 1

Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies.

Lid 2

Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen typen van speelautomaten die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt ter gelegenheid van kermissen, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de uitkering van geldprijzen, of tot de onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel.

Artikel 30aa

Lid 1

De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur, als voorzien in deze Titel, wordt Ons gedaan door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

Lid 2

Het ontwerp van een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als voorzien in de artikelen 30c, derde lid, en 30n, tweede en derde lid, wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de vorige volzin wordt Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn verstreken.

Artikel 30b

Lid 1

Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder vergunning van de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben

  1. op of aan de openbare weg;

  2. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;

  3. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen:

    1. waarvoor ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf is vereist, of

    2. waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend, of waarin de verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft, niet zijnde ondernemingen waarin uitsluitend het contractcateringbedrijf wordt uitgeoefend of waarin uitsluitend contractcateringactiviteiten als bedrijf plaats hebben.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van kansspelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun bedrijf.

Lid 3

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a.

Artikel 30c

Lid 1

De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten:

  1. in een hoogdrempelige inrichting;

  2. in een inrichting, anders dan onder a, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan.

Lid 2

Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal kansspelautomaten vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid, vergunning wordt verleend, met dien verstande dat voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, het aantal kansspelautomaten waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt.

Lid 4

Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een horecalokaliteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet bevindt, waarin rechtmatig alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt, dan wordt deze lokaliteit als hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze titel, indien:

  1. voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 30, onder d, en

  2. de overige ruimten in die inrichting door het publiek uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te betreden.

Lid 5

Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.

Artikel 30d

Lid 1

Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning en dat de vergunninghouder zorgdraagt voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

Lid 2

De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  1. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, en de bedrijfsleiders en beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;

  2. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerder van de in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, bedoelde inrichtingen dienen te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van kansspelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van kansspelverslaving;

  3. het in het eerste lid gestelde voorschrift over het beleid ter voorkoming van kansspelverslaving.

Artikel 30e

Lid 1

De vergunning wordt geweigerd indien:

  1. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;

  2. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, geldende eisen.

Lid 2

De vergunning kan voorts worden geweigerd:

  1. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;

  2. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Lid 3

De vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Lid 4

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 30f

Lid 1

De vergunning wordt ingetrokken:

  1. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

  2. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;

  3. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.

Lid 2

De vergunning kan voorts worden ingetrokken:

  1. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden;

  2. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Lid 3

De vergunning kan ook worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Lid 4

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Lid 5

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede lid, onder a, en derde lid kan de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

Lid 6

Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij aangetekende brief, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen horen. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken.

Artikel 30g

Lid 1

Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.

Lid 2

Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

Artikel 30h

Lid 1

Het is verboden zonder vergunning van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, een of meer speelautomaten te exploiteren.

Lid 2

Onder exploiteren wordt verstaan het bedrijfsmatig en als eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer speelautomaten.

Artikel 30i

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  1. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;

  2. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud en reparatie van speelautomaten.

Lid 2

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  1. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften en de invordering van die kosten verbonden aan dat toezicht;

  2. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders van de exploitatie dienen te voldoen.

Lid 3

De kosten, bedoeld in het tweede lid, onder a, kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Artikel 30j

Lid 1

Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

Lid 2

De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

Artikel 30k

Lid 1

De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder b, geldende eisen.

Lid 2

De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning.

Lid 3

De vergunning kan ook worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Lid 4

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 30l

Lid 1

De vergunning wordt ingetrokken:

  1. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

  2. indien de vergunninghouder het in de artikelen 30t, eerste lid, onder b, of tweede lid bedoelde verbod heeft overtreden;

  3. indien de vergunninghouder gedurende een jaar na de dag van afgifte van de vergunning met de exploitatie geen begin heeft gemaakt;

  4. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, tweede lid, onder b, geldende eisen.

Lid 2

De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden.

Lid 3

De vergunning kan ook worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Lid 4

Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Lid 5

In de gevallen bedoeld in het eerste tot en met het derde lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

Artikel 30m

Lid 1

Het vervaardigen of invoeren van speelautomaten is verboden, tenzij het speelautomaten betreft die overeenstemmen met een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model en

  1. zij ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating vastgestelde merkteken, of

  2. de vervaardiging of invoer geschiedt door de houder van die toelating of diens gemachtigde.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:

  1. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen bijzondere waarde hebben;

  2. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;

  3. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;

  4. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden.

Artikel 30n

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat. De regels hebben betrekking op:

  1. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten;

  2. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door de aan de speler geboden middelen;

  3. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;

  4. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals- of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.

Lid 2

Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven ten aanzien van:

  1. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen en gespeelde spellen;

  2. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor het spelen op kansspelautomaten;

  3. de informatie van de speler, daaronder begrepen de informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een informatiesysteem op de kansspelautomaat;

  4. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal wil verliezen;

  5. het in werking stellen van het spelproces en het spel;

  6. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;

  7. het spelverloop en de spelduur;

  8. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de vorm, het moment en de hoogte daarvan;

  9. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of verloren kunnen worden;

  10. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;

  11. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;

  12. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van geldwisselapparatuur;

  13. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.

Lid 3

Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

Artikel 30o

Lid 1

De toelating van een model wordt door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, op aanvraag verleend.

Lid 2

Bij elke aanvraag om toelating van een model dienen te worden overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig mogelijk weergeven.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

  1. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een model dient te worden voldaan;

  2. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften. Daarbij kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de invordering van deze kosten. Deze kosten kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Lid 5

Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden een of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.

Lid 6

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de toelating, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 30p

Lid 1

De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.

Lid 2

De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:

  1. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van een model;

  2. indien er naar het oordeel van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar spelconcept.

Artikel 30q

Lid 1

Indien een model wordt toegelaten, wordt een op naam van de aanvrager gestelde, ondertekende en gedagtekende verklaring, houdende de toelating, afgegeven met gebruikmaking van een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, vast te stellen formulier.

Lid 2

De voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 30n, worden, voor zover zij op het toegelaten model betrekking hebben, in de verklaring, houdende de toelating, opgenomen. Daarin kan tevens worden bepaald, dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet worden bewaard.

Lid 3

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan een toelating aanvullende voorschriften verbinden uit een oogpunt van toezicht dan wel douanecontrole op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde, die in de verklaring, houdende de toelating, worden opgenomen. Zij kunnen zo nodig worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

Lid 4

Een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 30o, tweede lid, bedoelde tekeningen en beschrijving maakt deel uit van de verklaring.

Lid 5

Van een verklaring, houdende de toelating, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Daarbij worden in elk geval opgenomen de voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid. Van een wijziging, aanvulling of intrekking van de in de verklaring opgenomen voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 30r

Lid 1

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt met betrekking tot iedere toelating van een model de merktekens vast die ingevolge die toelating op speelautomaten mogen worden aangebracht. Onze Minister van Veiligheid en Justitie geeft regels omtrent de afgifte van merktekens en afschriften van de verklaring, houdende de toelating.

Lid 2

De houder van een toelating van een model is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd om in of op speelautomaten, welke zijn vervaardigd overeenkomstig het model waarvoor een toelating geldt, de met betrekking tot die toelating vastgestelde merktekens aan te brengen. De houder kan derden machtigen de merktekens aan te brengen na voorafgaande mededeling hiervan aan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.

Lid 3

Het is ieder ander dan degenen bedoeld in het tweede lid verboden in of op speelautomaten de in het eerste lid bedoelde merktekens aan te brengen.

Lid 4

Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen.

Artikel 30s

Lid 1

De toelating van een model wordt ingetrokken:

  1. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der toelating zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

  2. indien de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten.

Lid 2

De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften, opgenomen in de verklaring houdende de toelating, zijn overtreden door de houder of diens gemachtigde, bedoeld in artikel 30m en artikel 30r, tweede lid.

Lid 3

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a, en het tweede lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de toelating in te trekken de houder daarvan in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften, opgenomen in de verklaring houdende de toelating, over te gaan.

Lid 4

De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien noch de houder noch een gemachtigde gedurende een aaneengesloten periode van drie jaren gebruik heeft gemaakt van het in artikel 30r, tweede lid, bedoelde recht op speelautomaten een merkteken aan te brengen, tenzij de houder te kennen geeft binnen een termijn van twee jaren daar weer gebruik van te zullen gaan maken.

Lid 5

In gevallen waarin de toelating kan worden ingetrokken, kan, in plaats daarvan, een beperking aan de toelating worden toegevoegd.

Lid 6

Van de intrekking en van de aan de toelating toegevoegde beperking wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.

Artikel 30t

Lid 1

Het is verboden een of meer speelautomaten, die niet overeenstemmen met het door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model daarvan en die niet ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating vastgestelde merkteken:

  1. in de handel te brengen, te verkopen, ten verkoop in voorraad te hebben, ten verkoop aan te bieden of af te leveren , met uitzondering van de speelautomaten bedoeld in artikel 30m, tweede lid, onder a, b en c;

  2. te exploiteren;

  3. aanwezig te hebben op plaatsen of in inrichtingen als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

Lid 2

Het is verboden in of aan een speelautomaat, die wordt gebruikt of die bestemd is om te worden gebruikt in inrichtingen of bij gelegenheden als bedoeld in artikel 30c, eerste lid en behendigheidsautomaten op kermissen zodanige wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen, dat deze niet meer overeenstemt met het door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model daarvan.

Lid 3

Bij het intrekken van een toelating als bedoeld in artikel 30s, kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, bepalen, dat het eerste lid niet of tijdelijk niet van toepassing is op speelautomaten, die voordien ingevolge die toelating rechtmatig van een merkteken zijn voorzien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot die speelautomaten.

Lid 4

Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant tegelijk met de mededeling, bedoeld in artikel 30s, zesde lid.

Lid 5

Het is verboden om op grond van het behaalde spelresultaat op een behendigheidsautomaat middellijk of onmiddellijk prijzen of premies uit te keren, met uitzondering van een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen.

Artikel 30u

Lid 1

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, biedt de houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, geen toegang tot die inrichting aan een persoon:

  1. die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

  2. wiens gegevens zijn opgenomen in het register, bedoeld in artikel 33h;

  3. ten aanzien van wie hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten.

Lid 2

Het is de in het eerste lid, onder a, bedoelde personen verboden in een speelautomatenhal aanwezig te zijn.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gegeven worden ten aanzien van de wijze waarop de vergunninghouder uitvoering moet geven aan de in het eerste lid bedoelde verboden. Daarbij kan de vergunninghouder gebruik maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Lid 4

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:

  1. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld;

  2. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.

Artikel 30v

Lid 1

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, registreert en analyseert de houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, op consequente en eenduidige wijze gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler. Hij kan hierbij gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming van de speler verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen van onmatige deelname aan kansspelen of van kansspelverslaving.

Lid 2

Bij een redelijk vermoeden van onmatige deelname aan kansspelen of kansspelverslaving onderzoekt de vergunninghouder het gedrag van de speler in een persoonlijk onderhoud met die speler.

Lid 3

De vergunninghouder die na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, redelijkerwijs moet vermoeden dat de speler door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten, adviseert die speler tot tijdelijke uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h.

Lid 4

De vergunninghouder stelt de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, ervan in kennis, indien de speler, bedoeld in het derde lid, zich niet in het daarbedoelde register inschrijft. Hij kan hierbij gebruik maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Lid 5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorgaande leden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

  1. de registratie en analyse, bedoeld in het eerste lid;

  2. de verwerking van persoonsgegevens, de waarborgen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het burgerservicenummer, de passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens en het burgerservicenummer tegen verlies of onrechtmatige verwerking en het toezicht daarop;

  3. het onderzoek en het advies, bedoeld in het tweede en derde lid;

  4. de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, en de door de vergunninghouder te verstrekken gegevens.

Artikel 30v

Vervallen

Artikel 30w

Vervallen

Artikel 30x

Vervallen

Artikel 30y

Vervallen

Artikel 30z

Lid 1

Tot het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a vergunning worden verleend. De paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing op het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino.

Lid 2

De vergunning kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens artikel 27h, eerste lid, aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge artikel 27h, eerste lid, vereist is tot het organiseren van een speelcasino.

Lid 3

Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van het aanwezig hebben en de exploitatie van speelautomaten. De voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

Lid 4

Voor de toelating van het model van speelautomaten kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die afwijken van het bepaalde in paragraaf 4 van deze Titel.