Titel VIc. Strafbepalingen
Artikel 36
Lid 1
Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, eerste lid, onder a, 30b, eerste lid, 30h, eerste lid, 30m, eerste lid, en 30t, eerste, tweede en vijfde lid, zijn misdrijven, voorzover zij opzettelijk zijn begaan, en overigens overtredingen.
Lid 2
Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1, eerste lid, onder b en d, 7c, tweede lid, 13, 14, en 27 zijn overtredingen.
Lid 3
Gedragingen, die in dit artikel als misdrijf of als overtreding zijn aangemerkt, zijn economische delicten in de zin van artikel 1, aanhef en onder 3°, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 36a
Lid 1
Overtreding van de verbodsbepaling van artikel 1, eerste lid, onder c , wordt gestraft met geldboete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Lid 2
Overtreding van de verbodsbepalingen van de artikelen 30g, tweede lid, en 30u, tweede lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Lid 3
De feiten, strafbaar gesteld in het eerste en tweede lid, zijn overtredingen.
Artikel 36b
Lid 1
Met de opsporing van de bij artikel 36 strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren en personen. Deze ambtenaren en personen zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
Lid 2
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 37
Vervallen