Titel VI. De kansspelautoriteit

Artikel 33

Lid 1

Er is een kansspelautoriteit.

Lid 2

De kansspelautoriteit is gevestigd te ’s-Gravenhage.

Lid 3

De kansspelautoriteit heeft rechtspersoonlijkheid.

Artikel 33a

Aan het hoofd van de kansspelautoriteit staat de raad van bestuur.

Artikel 33b

De raad van bestuur heeft, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, tot taak het verlenen, wijzigen, schorsen en intrekken van vergunningen voor de diverse vormen van kansspelen, exploitatievergunningen en modeltoelatingen voor speelautomaten, het beheer van het register, bedoeld in artikel 33h, het bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, het geven van voorlichting en informatie, het bestrijden van niet toegestaan kansspelaanbod, het toezicht op de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving en de vergunningen, de handhaving daarvan, alsmede het tegengaan en beperken van manipulatie met sportwedstrijden, voor zover deze betrekking heeft op sportwedstrijden waarvoor op grond van titel III, titel IV dan wel titel Vb van deze wet vergunning is verleend tot het organiseren van kansspelen.

Artikel 33c

Lid 1

De raad van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder een voorzitter.

Lid 2

De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar. De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar.

Artikel 33d

Lid 1

De raad stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen.

Lid 2

Het bestuursreglement wordt na de goedkeuring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie bekend gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 33da

Lid 1

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan een persoon bij een redelijk vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving zichzelf of zijn naasten schade kan berokkenen, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h, voor de duur van zes maanden uitsluiten van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31.

Lid 2

Een persoon als bedoeld in artikel 33h, tweede lid, onder b, wordt slechts in het register opgenomen, indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van schade als bedoeld in dat onderdeel, en indien aannemelijk is geworden dat niet kan worden volstaan met minder ingrijpende maatregelen.

Lid 3

De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, de houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en de houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand verstrekken de raad van bestuur desgevraagd de gegevens en bescheiden die deze behoeft voor de toepassing van het eerste lid.

Lid 4

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de uitsluiting bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid wordt toegepast. De beleidsregels behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel 33e

Lid 1

Onder de naam kansspelheffing legt de kansspelautoriteit een bestemmingsheffing op:

  1. ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van de in artikel 33b genoemde taken, en

  2. ter hoogte van een bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld bedrag als bijdrage ter bestrijding van de kosten van de anonieme behandeling van kansspelverslaving, van het bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, van het geven van voorlichting en informatie omtrent kansspelverslaving en van onderzoek naar kansspelverslaving.

Lid 2

Deze heffing wordt over het kalenderjaar dan wel naar evenredigheid over het aantal maanden van het kalenderjaar waarin een verleende vergunning geldig is, geheven van:

  1. degene die op grond van de artikelen 3, 9, eerste lid, 14b, eerste lid, 16, eerste lid, 24 en 27b, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag de nominale waarde van de deelnamebewijzen over een kalenderjaar wordt aangehouden;

  2. degene die op grond van de artikelen 27h, eerste lid, 30h, eerste lid, en 30z, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag het aantal speeltafels, het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals, en het aantal spelersplaatsen van speelautomaten wordt aangehouden;

  3. degene die op grond van artikel 31 een vergunning is verleend, waarbij als grondslag wordt aangehouden:

    1. het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen;

    2. hetgeen anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan de kansspelen.

Lid 3

Voor zover de kansspelautoriteit op grond van artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme is belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die wet gestelde regels door de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, van die wet, wordt de kansspelheffing tevens geheven ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van dat toezicht. Deze aanvullende kansspelheffing wordt geheven van genoemde instellingen, voor zover deze houder van een vergunning op grond van deze wet zijn. Daarbij wordt de grondslag, bedoeld in het tweede lid, voor de desbetreffende categorie vergunninghouder aangehouden.

Artikel 33f

Lid 1

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a, bedraagt:

  1. € 1.029, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;

  2. € 10.290, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;

  3. € 51.450, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;

  4. € 51.450 vermeerderd met één vierhonderdzeventigste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.

Lid 2

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:

  1. voor tafelspelen in een speelcasino: € 2.143 per speeltafel en € 136 per aangekoppelde spelersterminal;

  2. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 232 per spelersplaats;

  3. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 136 per spelersplaats;

  4. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 84 per spelersplaats.

Lid 3

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder c, subonderdelen 1° en 2°, bedraagt 1,95%, respectievelijk 1,95% van de grondslag.

Lid 4

Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels verstrekt de vergunninghouder op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van de heffing van belang kunnen zijn en verstrekt hij op verzoek van de kansspelautoriteit de nadere gegevens en bescheiden die de kansspelautoriteit voor de vaststelling van de kansspelheffing behoeft.

Lid 5

Indien de vergunninghouder niet binnen de daartoe gestelde termijn de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, heeft verstrekt of kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, kan de kansspelautoriteit een schatting doen van de gegevens die voor de vaststelling van de heffing van belang zijn.

Lid 6

De kansspelautoriteit kan een voorlopige kansspelheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de kansspelheffing met toepassing van de verrekening, bedoeld in het zevende lid, van eerdere voorlopige kansspelheffingen vermoedelijk zal worden vastgesteld. Indien het bedrag in termijnen kan worden betaald, vermeldt de beschikking de te betalen geldsommen en de termijnen waarbinnen de betalingen moeten plaatsvinden. De voorlopige heffing wordt niet vastgesteld voor aanvang van het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.

Lid 7

De voorlopige kansspelheffing wordt verrekend met de kansspelheffing.

Lid 8

De kansspelheffing en de voorlopige kansspelheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Lid 9

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.

Lid 10

De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen en de in het derde lid genoemde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel 33g

Lid 1

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan persoonsgegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, verwerken, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor:

  1. de uitvoering van deze wet;

  2. het toezicht op naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde of aan de op grond van deze wet verleende vergunning verbonden voorschriften;

  3. de handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde of aan de op grond van deze wet verleende vergunning verbonden voorschriften, of

  4. de administratieve samenwerking met andere instanties overeenkomstig artikel 34m.

Lid 2

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, verstrekken elkaar de gegevens die deze behoeven ter uitvoering van hun wettelijke taken.

Lid 3

Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Arbeidsinspectie en andere in het reglement, bedoeld in het zesde lid, aangewezen bestuursorganen en toezichthouders zijn bevoegd uit eigen beweging of verplicht desgevraagd de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, en van andere, bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen nummers.

Lid 4

Onverminderd artikel 6 van de Algemene verordening gegevensbescherming mogen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, slechts worden verwerkt mits de uitvoering van de taak met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt, daartoe noodzaakt.

Lid 5

De in het tweede en derde lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad.

Lid 6

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, beschikt over een reglement waarin in ieder geval regels zijn gesteld met betrekking tot de wijze waarop:

  1. de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt;

  2. de persoonsgegevens door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking.

Lid 7

Het reglement, bedoeld in het zesde lid, bevat voorts regels met betrekking tot de bestuursorganen, toezichthouders, instanties of personen waarmee gegevens kunnen worden uitgewisseld, de wijze waarop gegevens kunnen worden verstrekt en de doorlevering en vernietiging van gegevens.

Lid 8

Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorige leden.

Lid 9

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, is verwerkingsverantwoordelijke.

Artikel 33h

Lid 1

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, houdt een register van personen die tijdelijk zijn uitgesloten van deelname aan kansspelen, georganiseerd in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, in een speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, en op afstand als bedoeld in artikel 31, eerste lid.

Lid 2

Het register heeft tot doel het voorkomen van deelname aan kansspelen als bedoeld in het eerste lid door personen:

  1. die tijdelijk niet willen deelnemen aan kansspelen als bedoeld in het eerste lid, of

  2. ten aanzien van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving zichzelf of zijn naasten schade kunnen berokkenen.

Lid 3

Het register bevat gegevens met betrekking tot:

  1. de in het register opgenomen personen;

  2. de periode van uitsluiting van deelname als bedoeld in het eerste lid;

  3. de aan de registratie ten grondslag liggende redenen;

  4. de herkomst van de in het register opgenomen gegevens.

Lid 4

Uit het register worden slechts gegevens verstrekt aan:

  1. de houders van een vergunning tot het organiseren van kansspelen als bedoeld in het eerste lid, voor zover het betreft de enkele indicatie of een persoon in het register is opgenomen;

  2. de ambtenaren, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voor zover dat noodzakelijk is voor het toezicht op naleving van deze wet;

  3. de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn taken op grond van deze wet.

Lid 5

Bij de verwerking van persoonsgegevens kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Lid 6

De raad van bestuur haalt de inschrijving in het register door:

  1. na afloop van de termijn van uitsluiting als bedoeld in het eerste lid;

  2. op verzoek van de ingeschreven persoon.

De inschrijving wordt niet doorgehaald, indien sedert de inschrijving nog geen zes maanden zijn verstreken.

Lid 7

De in het register opgenomen gegevens worden na afloop van de uitsluiting onverwijld geanonimiseerd en voor beleidsontwikkeling en statistische doeleinden buiten het register geplaatst.

Lid 8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het register en het gebruik van het burgerservicenummer. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de gegevens, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop:

  1. de verwerking van persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer plaatsvindt;

  2. de persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;

  3. wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer slechts worden verwerkt voor de preventie en behandeling van kansspelverslaving, en hoe daarop wordt toegezien.

Lid 9

Met betrekking tot het beheer van en de verstrekkingen uit het register is de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming.