Artikel 30a Wet op de economische delicten
Lid 1
Van de beschikking van het hof kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie instellen.
Lid 2
De verdachte is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht binnen een maand na het instellen van dat beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden door een advocaat een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie.
Lid 3
Artikel 57 is van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.