Afdeling 2. Kansspelheffing

Artikel 33e

Lid 1

Onder de naam kansspelheffing legt de kansspelautoriteit een bestemmingsheffing op:

  1. ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van de in artikel 33b genoemde taken, en

  2. ter hoogte van een bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld bedrag als bijdrage ter bestrijding van de kosten van de anonieme behandeling van kansspelverslaving, van het bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, van het geven van voorlichting en informatie omtrent kansspelverslaving en van onderzoek naar kansspelverslaving.

Lid 2

Deze heffing wordt over het kalenderjaar dan wel naar evenredigheid over het aantal maanden van het kalenderjaar waarin een verleende vergunning geldig is, geheven van:

  1. degene die op grond van de artikelen 3, 9, eerste lid, 14b, eerste lid, 16, eerste lid, 24 en 27b, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag de nominale waarde van de deelnamebewijzen over een kalenderjaar wordt aangehouden;

  2. degene die op grond van de artikelen 27h, eerste lid, 30h, eerste lid, en 30z, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag het aantal speeltafels, het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals, en het aantal spelersplaatsen van speelautomaten wordt aangehouden;

  3. degene die op grond van artikel 31 een vergunning is verleend, waarbij als grondslag wordt aangehouden:

    1. het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen;

    2. hetgeen anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan de kansspelen.

Lid 3

Voor zover de kansspelautoriteit op grond van artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme is belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die wet gestelde regels door de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, van die wet, wordt de kansspelheffing tevens geheven ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van dat toezicht. Deze aanvullende kansspelheffing wordt geheven van genoemde instellingen, voor zover deze houder van een vergunning op grond van deze wet zijn. Daarbij wordt de grondslag, bedoeld in het tweede lid, voor de desbetreffende categorie vergunninghouder aangehouden.

Artikel 33f

Lid 1

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a, bedraagt:

  1. € 1.029, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;

  2. € 10.290, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;

  3. € 51.450, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;

  4. € 51.450 vermeerderd met één vierhonderdzeventigste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.

Lid 2

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:

  1. voor tafelspelen in een speelcasino: € 2.143 per speeltafel en € 136 per aangekoppelde spelersterminal;

  2. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 232 per spelersplaats;

  3. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 136 per spelersplaats;

  4. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 84 per spelersplaats.

Lid 3

Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder c, subonderdelen 1° en 2°, bedraagt 1,95%, respectievelijk 1,95% van de grondslag.

Lid 4

Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels verstrekt de vergunninghouder op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van de heffing van belang kunnen zijn en verstrekt hij op verzoek van de kansspelautoriteit de nadere gegevens en bescheiden die de kansspelautoriteit voor de vaststelling van de kansspelheffing behoeft.

Lid 5

Indien de vergunninghouder niet binnen de daartoe gestelde termijn de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, heeft verstrekt of kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, kan de kansspelautoriteit een schatting doen van de gegevens die voor de vaststelling van de heffing van belang zijn.

Lid 6

De kansspelautoriteit kan een voorlopige kansspelheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de kansspelheffing met toepassing van de verrekening, bedoeld in het zevende lid, van eerdere voorlopige kansspelheffingen vermoedelijk zal worden vastgesteld. Indien het bedrag in termijnen kan worden betaald, vermeldt de beschikking de te betalen geldsommen en de termijnen waarbinnen de betalingen moeten plaatsvinden. De voorlopige heffing wordt niet vastgesteld voor aanvang van het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.

Lid 7

De voorlopige kansspelheffing wordt verrekend met de kansspelheffing.

Lid 8

De kansspelheffing en de voorlopige kansspelheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Lid 9

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.

Lid 10

De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen en de in het derde lid genoemde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.