Artikel 48 Wet op het notarisambt

Lid 1

Wanneer aan de notaris een akte in de zin van artikel 156, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt aangeboden, met verzoek deze in zijn protocol op te nemen, is hij verplicht van de inhoud daarvan kennis te nemen en van de aanbieding en opname een akte te verlijden en het stuk aan die akte te hechten, onverminderd het bepaalde in artikel 95 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Lid 2

Onverminderd het bepaalde in artikel 21, tweede lid, kan de notaris zijn dienst weigeren indien de verzoeker niet aannemelijk kan maken dat hij bij opneming van het aangeboden stuk in het protocol een redelijk belang heeft.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 48 Wna is sinds 2008 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:285 — 03-03-2020 Hof Amsterdam
    Klacht tegen oud-notaris, notaris en kandidaat-notaris. Belang klagers. Dat akten tot protocol van waargenomen notaris behoren en in dat verband zijn ambtszegel is gebruikt, is onvoldoende voor tuchtrechtelijke verwijtbaarheid jegens waargenomen notaris met betrekking tot het…
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:284 — 03-03-2020 Hof Amsterdam
    Klacht tegen oud-notaris, notaris en kandidaat-notaris. Belang klagers. Dat akten tot protocol van waargenomen notaris behoren en in dat verband zijn ambtszegel is gebruikt, is onvoldoende voor tuchtrechtelijke verwijtbaarheid jegens waargenomen notaris met betrekking tot het…
  • ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2236 — 08-05-2008 Hof Amsterdam
    Het hof is van oordeel dat het klachtonderdeel dat de notaris de door hem in ontvangst genomen stukken niet heeft ingezien terecht door klaagster is voorgedragen. Ter terechtzitting heeft de notaris erkend dat hij de stukken niet heeft ingezien. Het had echter op de weg van de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.