Artikel 50 Wet op het notarisambt
Lid 1
De notaris kan aan iedere partij bij een akte daarvan een grosse afgeven. Deze moet tot hoofd hebben de woorden: In naam van de Koning, en tot slot: Uitgegeven voor eerste grosse. Van elke afgifte van een grosse stelt de notaris op de akte een gewaarmerkte aantekening, behelzende de dag van de afgifte, de rang van de grosse en de aanduiding van de partij, aan welke zij werd uitgereikt. De notaris geeft desverlangd een tweede of verdere grosse af aan iedere partij bij de akte, dan wel aan hun rechtverkrijgenden onder algemene titel.
Lid 2
Uittreksels mogen slechts als grossen worden uitgegeven van:
akten van verdeling van gemeenschappen;
processen-verbaal van openbare verkopingen, verhuringen, verpachtingen en aanbestedingen;
testamenten.
Lid 3
Geen grossen mogen worden uitgegeven van een verklaring van erfrecht of een Europese erfrechtverklaring als bedoeld in respectievelijk artikel 188 en 188a van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek of een notariële verklaring als bedoeld in de artikelen 26, 27, derde lid, 30, 31, onder b, juncto 26, eerste lid, 34, 35 en 36 van de Kadasterwet.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 50 Wna is sinds 2010 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9234 — 23-03-2010 Hof Amsterdam
Geen kwalitatieve verplichting. Grosse authentieke akte geen executoriale titel. - ECLI:NL:RBZWB:2018:5938 — 25-07-2018 Rb. Zeeland-West-Brabant
Ministerieplicht van de notaris jegens een legataris. Een legaat geeft een vorderingsrecht dat per definitie pas geldend kan worden gemaakt na overlijden van de erflater. Het in het testament opgenomen legaat is een bestaande vordering onder opschortende voorwaarde. In het…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.