ECLI:NL:RBROT:2026:15017

Datum uitspraak
22-05-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
02-183039-24, 10-050421-25 en 10-042466-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bewezenverklaring voor afpersing in vereniging, poging diefstal met geweld in vereniging, diefstal in vereniging, besloten lokaal wederrechtelijk binnendringen en diefstal. Redelijke termijn overschreden. Vordering BP deels toegewezen. Straf: voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 02-183039-24, 10-050421-25 en 10-042466-25 (gevoegd op zitting)

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

verblijvende op het adres [verblijfadres],

raadsman mr. M. Mook, advocaat te Strijensas.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 22 mei 2026.

2 Tenlastelegging

De verdachte staat terecht op verdenking van vijf strafbare feiten. Kort gezegd gaat het om de volgende feiten:

  • Feit 1: afpersing in vereniging op 9 december 2023 te Tilburg;

  • Feit 2: poging straatroof in vereniging op 26 december 2023 te Tilburg;

  • Feit 3: diefstal in vereniging op 4 oktober 2024 te Sliedrecht;

  • Feit 4: lokaalvredebreuk op 1 oktober 2024 te Sliedrecht;

  • Feit 5: diefstal op 7 februari 2025 te Assen.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 bij dit vonnis.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L. de Jong heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van feit 1 tot en met 5;

  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 1 maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

  • met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en de plicht om mee te werken aan het verkrijgen van een baan en/of een opleiding, aan het verkrijgen van een positieve vrijetijdsbesteding en aan de inzet van een jongerencoach;

  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie.

4 Waardering van het bewijs

De verdachte heeft de ten laste gelegde feiten bekend. Gelet daarop en de overig bewijsmiddelen uit bijlage II komt de rechtbank tot een bewezenverklaring.

De verdachte heeft de feiten begaan op die wijze dat:

02-183039-24

Feit 1 hij op of omstreeks 9 december 2023 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (teweten: 100 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]en/of een derde toebehoorde(n)door:- die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de jas te grijpen en/of vast te pakken en/of(vervolgens) tegen een muur te duwen, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar/tegen de grond te werpen en/of duwen, en/of- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "portemonnee, portemonnee", althanswoorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

Feit 2 hij op of omstreeks 26 december 2023 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededader(s) voorgenomenmisdrijf om een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om hetzich wederrechtelijk toe te eigenenen deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doenvolgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen methet oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,- die [slachtoffer 2] de woorden: "Als je je geld geeft dan gebeurt er niks" heefttoegevoegd, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of- die (in een scootmobiel zittende) [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/oftegengehouden, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of getrokken tegen/aan het lichaam,en/of- heeft gegrepen en/of gegraaid naar/in de zakken van die [slachtoffer 2],terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10-050421-25

Feit 3 hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Sliedrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,3 kratten met lege (bier)flesjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanDirk III ([adres 2]), in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 4 hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Sliedrecht,in het besloten lokaal [adres 3] bij de Jumbo,althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruikwederrechtelijk is binnengedrongenimmers was hem, verdachte, met ingang van 6 augustus 2024 schriftelijk detoegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 24 maanden;

10-042466-25

Feit 5

hij op of omstreeks 7 februari 2025 te Assen,een of meer levensmiddelen en/of een of meer flessen (fris)drank, in elk geval eniggoed,dat/die geheel of ten dele aan Jumbo Supermarkten BV ([adres 4][adres 4]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2.

poging diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

4.

in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

5.

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Op 9 december 2023 heeft de verdachte zich op 15-jarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan afpersing van een destijds 65-jarige man. Op 26 december 2023 heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging straatroof van een destijds 70-jarige man in een scootmobiel. Zij hebben daarbij geweld gebruikt en gedreigd met geweld. Deze laffe afpersing en beroving van kwetsbare slachtoffers zijn ernstige feiten. Verdachte heeft aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten zich nog lang onveilig kunnen voelen als zij zich op straat begeven. Gezien het openlijke karakter van deze gepleegde strafbare feiten kan het voorts gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweegbrengen.

Daarnaast heeft hij zich op 1 oktober 2024 op 16-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk door een winkel binnen te gaan terwijl hem de toegang was ontzegd vanwege een eerdere (poging tot) diefstal. Hiermee heeft hij wederom overlast veroorzaakt voor de winkel. Op 4 oktober 2024 heeft hij zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van kratten met lege bierflesjes. Tenslotte heeft de verdachte zich op 7 februari 2025 op 17-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan diefstal van levensmiddelen bij een supermarkt. Diefstal is een hinderlijk feit dat naast overlast ook schade veroorzaakt voor winkeliers.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

Uit de justitiële documentatie van 30 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage en verklaring ter zitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 september 2025. De Raad schrijft het volgende.

De verdachte bevindt zich in een complexe levensfase waarin meerdere kwetsbaarheden samenkomen en elkaar versterken. Zijn situatie kenmerkt zich door een combinatie van persoonlijke problematiek, een instabiele levensgeschiedenis en een gebrek aan continuïteit in zorg en omgeving. De verdachte heeft meerdere traumatische ervaringen meegemaakt en kent geen stabiele thuissituatie. Uit het onderzoek komen voornamelijk risicofactoren naar voren. De verdachte loopt vast op meerdere leefgebieden en lijkt verder af te glijden door de huidige omstandigheden in zijn leven. De begeleiding vanuit ASVZ ervaart onvoldoende grip en controle op zijn gedrag, wat ertoe leidt dat de begeleiding moeizaam, en soms vrijwel onmogelijk, verloopt. De verdachte maakt herhaaldelijk verkeerde keuzes, waardoor hij steeds opnieuw in de problemen raakt. Hij houdt zich niet aan afspraken en richt zich volledig op zijn zwangere vriendin. Er zijn ernstige risicofactoren gesignaleerd op de domeinen onderwijs, relaties, vrije tijd, financiën, geestelijke gezondheid en vaardigheden. Ook op het gebied van houding en agressie worden zorgwekkende signalen opgemerkt. Pas wanneer de verdachte zich gezien en veilig voelt, kan hij leren om beter met zijn emoties om te gaan, meer vertrouwen ontwikkelen en ruimte ervaren om positief gedrag te laten zien. Het is essentieel dat de verdachte wordt omringd door betrouwbare begeleiding die hem tijd, uitleg en overzicht biedt. De focus moet liggen op het creëren van rust en veiligheid in zijn hoofd. Therapie, met name gericht op traumaverwerking, is daarbij geïndiceerd. Voorwaarde hiervoor is dat het gebruik van softdrugs onder controle is. Tot slot is het cruciaal dat de verdachte intensieve en structurele begeleiding krijgt, waarbij zo veel mogelijk samen met hem wordt opgetrokken. Ervaring leert dat hij onder deze aanpak beter meewerkt en meer inzicht ontwikkelt in wat er van hem verwacht wordt. Het algemeen recidive risico komt uit op hoog. Gezien het feit dat toezicht en begeleiding vanuit zijn voogd van Jeugdbescherming west komt te vervallen als hij meerderjarig wordt en er dan geen sprake meer is van sturing, zicht en begeleiding is de Raad van mening dat langdurig toezicht vanuit de jeugdreclassering noodzakelijk is. De Raad is van mening dat de verdachte deze duidelijke kaders en begrenzing nodig heeft. Daarnaast is de Raad van mening dat dit belegd dient te worden bij de William Schrikker jeugdbescherming en jeugdreclassering, gezien zijn LVB-problematiek. Gezien de ernst van de verdenkingen en het verhoogde recidiverisico, acht de Raad het opleggen van een voorwaardelijke jeugddetentie passend. Deze maatregel kan dienen als een duidelijke waarschuwing aan de verdachte en fungeert als ‘stok achter de deur’, waarmee beoogd wordt herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen.

Door en namens de verdachte is ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels vader is geworden van een dochter. Sindsdien staat de verdachte anders in het leven en probeert hij de juiste keuzes te maken. Ook heeft hij afstand genomen van verkeerde vrienden. Sinds ongeveer twee maanden woont de verdachte bij een instelling voor begeleid wonen in Hillevliet. Dit is een grote stap vanuit de groep bij ASVZ. De verdachte woont hier vrijwel geheel zelfstandig, waardoor hij vaak een duwtje in de rug mist. Zo heeft de verdachte zijn dochter al drie maanden niet gezien en wenst hij daar graag hulp bij om het contact weer goed te kunnen herstellen. Daarnaast wenst hij weer te gaan kickboksen en volgend schooljaar een opleiding te gaan volgen. Hij wil graag stukadoor worden. Ook vindt de verdachte het fijn dat hij bewindvoering krijgt voor zijn vele schulden. Tenslotte is een jongerencoach gewenst die hem kan helpen met een aantal praktische zaken, maar ook waarmee hij kan praten als hij ergens mee zit.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen.

Redelijke termijn

Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen bijzondere omstandigheden spelen, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Voor feit 1 en 2 is de verdachte voor het eerst verhoord op 10 juni 2024.Voor feit 3 en 4 is de verdachte voor het eerst verhoord op 4 januari 2025. Op deze data is de redelijke termijn aangevangen. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van bovengenoemde feiten de redelijke termijn is overschreden, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, zal de overschrijding gecompenseerd worden door vermindering van de op te leggen straf.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie passend is. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gezien de overschrijding van de redelijke termijn, de omstandigheid dat de verdachte in zijn verklaringen bij de politie en ter zitting openheid van zaken heeft gegeven, daarvoor verantwoordelijkheid heeft genomen en dat hij sinds het laatste feit niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. De nadruk in de bestraffing ligt er op dat de verdachte de begeleiding krijgt die hij volgens de rapportage van de raad nodig heeft, om zo de kans op nieuwe strafbare feiten te verlagen. Daarom wordt een voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd met bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt een werkstraf opgelegd omdat alleen een voorwaardelijke straf te licht is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij], ter zake van feit 2. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie verzoekt het bedrag te matigen tot € 200,-. De vordering is niet onderbouwd, maar het is evident dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden. De officier acht een bedrag van € 200,- euro in dit geval redelijk.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie om het bedrag te matigen tot € 200,-.

8.3.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het

bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De schade zal op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200,-. Toewijzing van een hoger bedrag is niet mogelijk bij gebrek aan nadere informatie over de schade.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met

wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt

met wettelijke rente vanaf 26 december 2023.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden

veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil,

en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij] een schadevergoeding betalen van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 138, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 tot en met 5, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren;

beveelt dat, voor het geval de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 30 (dertig) dagen maand;

bepaalt dat deze jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht en zijnmedewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;

- zich zal inzetten voor het verkrijgen van een baan en/of een opleiding;

- zich zal inzetten voor het verkrijgen en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding;

- zijn medewerking zal verlenen aan de inzet van een jongerencoach;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

  • de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 april 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. P.C. Tuinenburg en S. Putting, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.

De voorzitter /oudste rechter /jongste rechter /griffier is /zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 02-183039-24

1. feit 1)hij op of omstreeks 9 december 2023 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (teweten: 100 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]en/of een derde toebehoorde(n)door:- die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de jas te grijpen en/of vast te pakken en/of(vervolgens) tegen een muur te duwen, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar/tegen de grond te werpen en/of duwen, en/of- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "portemonnee, portemonnee", althanswoorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2. ( feit 2)hij op of omstreeks 26 december 2023 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededader(s) voorgenomenmisdrijf om een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten deleaan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om hetzich wederrechtelijk toe te eigenenen deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doenvolgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen methet oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk temaken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,- die [slachtoffer 2] de woorden: "Als je je geld geeft dan gebeurt er niks" heefttoegevoegd, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of- die (in een scootmobiel zittende) [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/oftegengehouden, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of getrokken tegen/aan het lichaam,en/of- heeft gegrepen en/of gegraaid naar/in de zakken van die [slachtoffer 2],terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 10-050421-25

1. feit 3)hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Sliedrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,3 kratten met lege (bier)flesjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aanDirk III ([adres 2]), in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2. ( feit 4)hij op of omstreeks 1 oktober 2024 te Sliedrecht,in het besloten lokaal [adres 3] bij de Jumbo,althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruikwederrechtelijk is binnengedrongenimmers was hem, verdachte, met ingang van 6 augustus 2024 schriftelijk detoegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 24 maanden;

Tekst tenlastelegging

Parketnummer 10-042466-25

(feit 5)

hij op of omstreeks 7 februari 2025 te Assen,een of meer levensmiddelen en/of een of meer flessen (fris)drank, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo Supermarkten BV ([adres 4][adres 4]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »