Artikel 6 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
Lid 1
Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.
Lid 2
Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
Lid 3
Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
onverwijld, in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging;
te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;
zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;
de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;
zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt.
Recente uitspraken
Art. 6 EVRM is sinds 1984 in 12844 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:1627 — 06-10-2026 Hoge Raad bron
Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en… - ECLI:NL:HR:2026:1626 — 06-10-2026 Hoge Raad bron
Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en… - ECLI:NL:HR:2026:1625 — 06-10-2026 Hoge Raad bron
Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en… - ECLI:NL:HR:2026:1623 — 06-10-2026 Hoge Raad bron
Medeplegen witwassen van nachtclub/prostitutiebedrijf, begaan door rechtspersoon (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat door ander ingebrachte gelden uit misdrijf afkomstig zijn op de grond dat deze persoon heeft… - ECLI:NL:HR:2026:1622 — 06-10-2026 Hoge Raad bron
Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat aandeelhoudersverslag een vals geschrift is a.b.i. art. 225.1 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG…
Bekijk alle 12844 uitspraken »
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.