RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak- en rekestnummer: C/09/712216 / FA RK 26-9177
Datum beschikking: 10 september 2026
Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende in de accommodatie [accommodatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. M.J. de Jongh uit Leiden.
Procesverloop
Op 7 september 2026 heeft de burgemeester van Den Haag een crisismaatregel afgegeven.
De officier van justitie heeft op 8 september 2026 verzocht om voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, [psychiater] .
Beoordeling
Uit de stukken en de zitting blijkt dat bij betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang.
Er is bij betrokkene sprake van een angstig en achterdochtig toestandsbeeld waarbij zij (motorisch) zeer onrustig is. Zij heeft aangegeven dat zij de psychiater en de verpleegkundigen niet vertrouwt. Betrokkene verblijft overdag op de ICU en tijdens de nacht in de EBK. Mobilisering naar de afdeling is nog niet mogelijk. Zij heeft Haldol geweigerd waardoor dit intramusculair is toegediend. Er wordt nog uitgezocht wat de onderliggende oorzaak is van het psychotische toestandsbeeld zodat betrokkene adequaat behandeld kan worden. Ook vindt onderzoek plaats naar een mogelijk lichamelijke oorzaak. Betrokkene moet daarvoor opgenomen blijven.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, namelijk een psychotische stoornis met manische kenmerken, d.d. een delier.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de vormen van verplichte zorg zoals hierna in de beslissing zijn opgenomen nodig zijn.
Ondanks dat betrokkene verweer voert tegen de gevraagde zorgvormen – betrokkene vindt het niet nodig om langer opgenomen te worden en stelt dat de medicatie ook thuis geregeld kan worden – is de rechtbank van oordeel dat deze zorgvormen wel toegewezen dienen te worden.
Betrokkene is vanwege haar toestandsbeeld niet in staat om op de afdeling te verblijven en heeft haar medicatie geweigerd waardoor dit intramusculair is toegediend. Daarnaast is het noodzakelijk dat betrokkene langer opgenomen blijft omdat de diagnose en mogelijk onderliggende somatiek nog onduidelijk zijn. Bovendien kan de zorg voor betrokkene in de thuissituatie niet langer door haar naasten worden opgevangen vanwege de hoge spanningen en de heftigheid van de situatie. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg nodig is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De machtiging zal daarom worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 oktober 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 september 2026. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2026. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |