RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712159 / FA RK 26-9148
Datum beschikking: 8 september 2026
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 4 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. R.G.J. van Ommeren te Amsterdam.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 september 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Amsterdam tot het nemen van de crisismaatregel;
-
een op 3 september 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 4 september 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, mevrouw [arts] ;
- de moeder van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat hij zich op dit moment een stuk rustiger voelt. Betrokkene is zich ervan bewust dat drugsgebruik psychoses kan bevorderen. Ook begrijpt betrokkene dat er zorgen om hem zijn. Wel heeft betrokkene veel geleerd van deze ervaring en zal hij in de toekomst voorzichtiger zijn. Betrokkene vindt het niet erg om langer te verblijven in de zorgaccommodatie, maar hij wil liever terugkeren naar zijn vertrouwde omgeving. De advocaat pleit om afwijzing van het verzoek, omdat een behandeling in het vrijwillig kader mogelijk is.
De arts heeft toegelicht dat het momenteel aanzienlijk beter gaat met betrokkene. Voorafgaand aan de opname was betrokkene gedurende een langere periode stabiel. In 2023 is ervoor gekozen om de medicatie af te bouwen. Afgelopen zomer was er sprake van drugsgebruik en slaaptekort, waardoor betrokkene uiteindelijk psychotisch is ontregeld. Hoewel het beter gaat met betrokkene is hij nog steeds herstellende van een psychose. Betrokkene zijn gedachtes gaan nog steeds snel en hij heeft nog steeds moeite met het formuleren van antwoorden. Daarnaast is betrokkene langdradig in gesprek. Hoewel betrokkene aangeeft dat hij gedurende een jaar wil stoppen met het gebruik van drugs, zijn de behandelaren van mening dat er nog inzicht ontbreekt ten aanzien van het drugsgebruik. Gelet op het voorgaande wordt de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan zijn behandeling nog te pril geacht.
De moeder van betrokkene begrijpt de ontslagwens van betrokkene, maar zij heeft ook grote zorgen. De moeder van betrokkene wil namelijk een herhaling voorkomen.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overlegde stukken en hetgeen behandeld ter zitting blijkt dat betrokkene voorafgaand aan de crisismaatregel tegen zijn vriendin heeft gezegd dat ze elkaar zouden moeten vermoorden. Ook sprak betrokkene mensen op straat aan met grootheidsideeën. Hierdoor zou betrokkene agressie bij andere kunnen oproepen. Vermoedelijk had betrokkene al vier nachten niet geslapen. Daarnaast heeft betrokkene zich fysiek verzet tegen politieagenten en was hij fysiek agressief in de beoordelingsruimte richting de deur.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische ontregeling, vermoedelijk geluxeerd door slaapdeprivatie en drugsgebruik. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene geeft aan weliswaar vrijwillig te willen meewerken aan zijn behandeling, maar de rechtbank is van oordeel dat de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan zijn behandeling nog te pril is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 september 2026.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |