ECLI:NL:RBDHA:2026:29596

Datum uitspraak
07-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/712016 / FA RK 26-9052
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz; toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712016 / FA RK 26-9052

Datum beschikking: 7 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 3 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 2 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag van 2 september 2026 tot het nemen van de crisismaatregel;

  • een op 2 september 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een brief van de officier van justitie van 3 september 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de psychiater in opleiding, [psychiater 2] ;

- de dochter van betrokkene.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat zij zichzelf niet meer herkent. Zij voelt zich een last voor de zorg. Betrokkene wil liever geen medicatie nemen omdat zij daar niet goed op reageert. Zij heeft de overtuiging dat haar huidige toestand is veroorzaakt door haar Parkinsonmedicatie.

De advocaat heeft namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek bepleit en subsidiair moeten volgens haar de vormen van zorg die zien op de opname en het toedienen van medicatie worden afgewezen. Betrokkene reageert atypisch op medicatie en zij is daardoor bang om deze in te nemen.

De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene tweemaal elektroconvulsietherapie (ECT) heeft gehad, maar dat de derde sessie is uitgesteld wegens haar hartcontroles. ECT is voor betrokkene de veiligste en aangewezen interventie om het depressieve toestandsbeeld tot herstel te kunnen brengen. Betrokkene wordt binnen enkele dagen overgeplaatst naar een ziekenhuis in het kader van de ECT-behandelingen. Ook heeft betrokkene koorts, waarvoor zij in het ziekenhuis moet worden opgenomen.

De dochter van betrokkene heeft naar voren gebracht dat de situatie thuis onhoudbaar was en dat het wenselijk is dat haar moeder wordt overgeplaatst naar een ziekenhuis. Zij zou graag zien dat ook een neuroloog bij de behandeling van haar moeder wordt betrokken. De dochter heeft zich verdiept in de ECT-behandeling en begrijpt waarom wordt gezegd dat dit voor haar moeder een veilige behandelmethode is. Als het aan haar moeder gevraagd zou worden, dan zou zij zeggen dat zij geen ECT-behandeling wil.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing.

Betrokkene is sinds juli 2026 vrijwillig opgenomen. Zij is bang om te gaan slapen. Zij heeft ’s nachts rondgelopen op de afdeling waarbij zij zichzelf uitput. Betrokkene is de afgelopen weken meermaals gevallen in de nacht en moest daarvoor tweemaal naar het ziekenhuis. Ook is betrokkene in het van bed van een medepatiënt aangetroffen met een riem om haar nek. Betrokkene is continu rusteloos en angstig en het is zeer moeilijk contact met haar te krijgen. Betrokkene neemt haar Parkinsonmedicatie niet in vanuit psychotische achterdocht. Hierdoor neemt het valrisico toe en verergert de Parkinson. Betrokkene eet en drinkt niet op eigen initiatief; de verpleging moet het eten in haar mond plaatsen.

Vermoed wordt dat het hiervoor genoemde nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een depressieve episode, ernstig van aard met psychotische kenmerken. Daarnaast is bij betrokkene eerder de diagnose Parkinson gesteld. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

De vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ zien op het plaatsen van betrokkene in een poseybed.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene weigert vanuit haar toestandsbeeld de ECT-behandeling en de noodzakelijke medicatie voor haar somatische en psychiatrische aandoeningen. Zij eet en drinkt niet op eigen initiatief.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten (in het kader van het poseybed);

- uitoefenen van toezicht op betrokkene (in het kader van het poseybed);

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 september 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »