RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711839 / FA RK 26-8949
Datum beschikking: 4 september 2026
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 1 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. K.J. Kerdel te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 augustus 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft tot het nemen van de crisismaatregel;
-
een op 31 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van M. van Gurp, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 1 september 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam] .
De officier van justitie heeft een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig geacht en het is de rechtbank ter zitting gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen. Daarom is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat het sinds de opname beter met hem gaat. De medicatie helpt hem om rustig te blijven, maar hij ervaart hier wel wat bijwerkingen van. Als hij wat meer vrijheden krijgt, dan heeft hij er geen bezwaar tegen om wat langer in de accommodatie te blijven.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene erkent dat er voorafgaand aan de opname zorgen waren en hij ziet het ernstig nadeel dat dreigde. Daarvan is nu geen sprake meer. Er is ook geen verzet; betrokkene kan er goed mee leven als hij nog een paar weken moet blijven, ook voor nazorg en om praktische zaken te regelen.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat de medicatie snel lijkt aan te slaan. In de aankomende periode zal het nazorgtraject worden vormgegeven en zullen de vrijheden worden uitgebreid. Er is op dit moment sprake van een fragiel evenwicht. Vóór opname was er een hele snelle decompensatie waarbij betrokkene een hoge lijdensdruk ervaarde. Op dit moment wordt er op de afdeling geen verzet waargenomen. De psychiater heeft vertrouwen in voortzetting van de zorg op vrijwillige basis.
Beoordeling
Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.
De wettelijke vereisten voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zijn, voor zover hier van belang, dat er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit nadeel veroorzaakt en dat er geen mogelijkheden zijn voor zorgverlening in een vrijwillig kader.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene bereid is om de dialoog over de behandeling aan te gaan en zich niet langer verzet tegen de opname en de behandeling. Zorgverlening kan worden voorgezet binnen het vrijwillig kader. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke vereisten en zal daarom het verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2026.