ECLI:NL:RBLIM:2026:5741

Datum uitspraak
08-06-2026
Instantie
Rechtbank Limburg
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/03/352957 / BZ RK 26-1142
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voortzetting crisismaatregel

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Maastricht

Zaaknummer: C/03/352957 / BZ RK 26-1142

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] (Oekraïne),

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

advocaat mr. E.A.M. Ramakers, gevestigd in Maastricht.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een tolk (telefonisch) in de Oekraïense taal;

  • [psychiater] , psychiater.

2 Wat vaststaat

2.1.

Op 4 juni 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Maastricht voor betrokkene een crisismaatregel afgegeven. Betrokkene verblijft met deze crisismaatregel bij [GGZ-instelling] , [locatie] in [plaats 2] .

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal de verzochte machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken verlenen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Op grond van artikel 7:7 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) verleent de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel indien naar haar oordeel ten aanzien van betrokkene de grondslag voor het nemen van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 lid 1 Wvggz aanwezig is. Tevens dient naar het oordeel van de rechtbank voldaan te zijn aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen a tot en met e. De rechtbank neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

4.3.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

4.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 4 juni 2026.

4.5.

De psychiater heeft tijdens de zitting toegelicht dat bij de opname een gejaagd beeld werd gezien, waarbij betrokkene de nachten ervoor niet had geslapen. Betrokkene sprak in verschillende talen, was niet goed aan te spreken en was dreigend. Zij is op de extra beveiligde kamer (EKB) gestart. Ook dacht zij dingen die niet reëel waren, zoals dat zij vermoord zou worden. Gisteren had zij nog het idee dat de verpleging haar probeerde te vermoorden. Het starten van de medicatie heeft veel betekenis voor betrokkene. Mogelijk heeft de plotselinge aankondiging van het vertrek van haar moeder naar Oekraïne geleid tot de ontregeling. Op dit moment staat betrokkene beter in contact, neemt zij haar medicatie en is er geen sprake meer van agressie. Het toestandsbeeld is echter nog steeds aanwezig. De huidige situatie is nog te precair om de zorg op vrijwillige basis voort te zetten. Gezien het wisselvallige beeld is de voortzetting van de crisismaatregel als stok achter de deur nodig.

4.6.

De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat de acute situatie is gecreëerd door het wisselen van medicatie waar zij niet goed op reageerde. Zij voelde dit aankomen een heeft hulp ingeschakeld, die echter niet op tijd is gekomen. Betrokkene geeft aan dat zij vrijwillig wil verblijven, maar zij kan op haar huidige verblijfsplek niet vrij zijn en zij wil niet door met de medicatie. De advocaat heeft verder geen inhoudelijk juridisch verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek.

4.7.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

4.8.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

4.9.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Er is sprake van ambivalentie. Zo volgt uit de stukken dat betrokkene op 2 juni 2026 een brief heeft afgegeven aan de avonddienst-psychiater waarin staat dat zij met de vrijwillige zorg door het FACT-team wil stoppen.

4.10.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] (Oekraïne), wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.8. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt voor de duur van maximaal drie weken, dus tot en met uiterlijk 29 juni 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Russel, rechter, in aanwezigheid van Keller, griffier en op schrift gesteld op 16 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »