Titel III. Kredietkopers
Artikel 15
Recht op informatie over de rechten van de kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst of over de niet-renderende kredietovereenkomst zelf
1. De lidstaten zorgen ervoor dat een kredietinstelling aan een potentiële kredietkoper de nodige informatie verstrekt met betrekking tot de rechten van de kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of tot de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, en, in voorkomend geval, de zekerheid, om de potentiële kredietkoper in staat te stellen zijn eigen beoordeling uit te voeren van de waarde van de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, en de kans op inning van de waarde van die overeenkomst voordat hij een contract tot overdracht van de rechten van die kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomst, of van die niet-renderende kredietovereenkomst zelf, sluit, en hierbij de bescherming waarborgt van de informatie die door de kredietinstelling beschikbaar wordt gesteld, evenals de vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens.
2. De lidstaten verplichten kredietinstellingen die de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, aan een kredietkoper overdragen ertoe de overeenkomstig artikel 21, lid 3, van deze richtlijn aangewezen bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst en de in artikel 4, lid 5, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad bedoelde bevoegde autoriteiten tweemaal per jaar in kennis te stellen van ten minste:
de identificatiecode voor juridische entiteiten (legal entity identifier, LEI) van de kredietkoper of, in voorkomend geval, van zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger, of, indien een dergelijke identificatiecode niet bestaat:
de identiteit van de kredietkoper of van de leden van het leidinggevende of bestuursorgaan van de kredietkoper en de personen die een gekwalificeerde deelneming in de kredietkoper hebben in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36), van Verordening (EU) nr. 575/2013, en
het adres van de kredietkoper of, in voorkomend geval, van zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger;
de identiteit van de kredietkoper of van de leden van het leidinggevende of bestuursorgaan van de kredietkoper en de personen die een gekwalificeerde deelneming in de kredietkoper hebben in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36), van Verordening (EU) nr. 575/2013, en
het adres van de kredietkoper of, in voorkomend geval, van zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger;
het totale uitstaande saldo van de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten, die worden overgedragen;
het aantal en de omvang van de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten, die worden overgedragen;
informatie over de vraag of de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomsten, of de niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomsten zelf, onder de overdracht vallen en, in voorkomend geval, de soorten activa die voor de niet-renderende kredietovereenkomsten als zekerheid zijn gesteld.
3. De in lid 2 bedoelde bevoegde autoriteiten kunnen voorschrijven dat kredietinstellingen de in dat lid bedoelde informatie op kwartaalbasis verstrekken wanneer zij dat nodig achten, ook om beter toezicht te houden op een groot aantal overdrachten die tijdens een crisisperiode kunnen plaatsvinden.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst de in de leden 2 en 3 bedoelde informatie en alle andere informatie die zij nodig achten voor de uitvoering van hun functies en taken overeenkomstig deze richtlijn onverwijld mededelen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de kredietkoper.
5. De leden 1 tot en met 4 worden toegepast in overeenstemming met Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725.
Artikel 16
Technische uitvoeringsnormen voor gegevenstemplates
1. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die specificeren welke templates voor het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 15, lid 1, moeten worden gebruikt door kredietinstellingen, teneinde gedetailleerde informatie over hun kredietblootstellingen in de bankportefeuille te verstrekken aan kredietkopers voor analyse, financieel boekenonderzoek (due diligence) en taxatie van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf.
2. De EBA specificeert in de in lid 1 van dit artikel bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen de gegevensvelden, met inbegrip van welke gegevensvelden verplicht zijn, en de gegevensverwerking van vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 15, lid 1.
3. De ontwerpen van technische uitvoeringsnormen staan in verhouding tot de aard en omvang van de kredieten en kredietportefeuilles.
4. Bij de opstelling van de in lid 1 bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, houdt de EBA rekening met alle volgende elementen:
de bestaande marktpraktijken op het gebied van gegevensuitwisseling tussen kopers en verkopers;
de van gebruikers ontvangen feedback over hun ervaring met het gebruik van de bestaande transactietemplates van de EBA voor niet-renderende leningen;
bestaande vergelijkbare vereisten op het niveau van de lidstaten;
het belang van het tot een minimum beperken van de verwerkingskosten voor kredietinstellingen en kredietkopers.
5. De EBA dient de in lid 1 bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 29 september 2022 bij de Commissie in.
6. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in lid 1 bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
7. De gegevenstemplates worden gebruikt voor transacties in verband met kredieten die op of na 1 juli 2018 zijn verleend en die na 28 december 2021 niet-renderend worden. Voor kredieten die ontstaan tussen 1 juli 2018 en de datum van inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde technische uitvoeringsnormen, vullen de kredietinstellingen de gegevenstemplate in met de informatie waarover zij reeds beschikken.
8. De lidstaten zorgen ervoor dat kredietinstellingen de in lid 6 bedoelde technische uitvoeringsnormen ook toepassen op de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, aan andere kredietinstellingen. De gegevenstemplates worden door kredietinstellingen gebruikt voor het verstrekken van informatie tussen kredietinstellingen in gevallen waarin er alleen een overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, is.
Artikel 17
Verplichtingen van kredietkopers
1. De lidstaten zorgen ervoor dat:
een kredietkoper die in de Unie woont, of die zijn statutaire zetel of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, hoofdkantoor in de Unie heeft, een entiteit zoals bedoeld in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), of een kredietservicer aanwijst om kredietservicingactiviteiten te verrichten met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomst, of tot de niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomst zelf;
indien een kredietkoper niet in de Unie woont, of geen statutaire zetel of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, hoofdkantoor in de Unie heeft, zijn overeenkomstig artikel 19, lid 1, aangewezen vertegenwoordiger een entiteit zoals bedoeld in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), of een kredietservicer aanwijst, behalve in gevallen waarbij de vertegenwoordiger zelf een entiteit zoals bedoeld in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), of een kredietservicer is, om kredietservicingactiviteiten te verrichten ten aanzien van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of ten aanzien van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, die is gesloten met:
natuurlijke personen, met inbegrip van consumenten en zelfstandigen;
micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), als gedefinieerd in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie .
natuurlijke personen, met inbegrip van consumenten en zelfstandigen;
micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), als gedefinieerd in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie .
De lidstaten van ontvangst kunnen de in de eerste alinea bedoelde vereiste uitbreiden tot andere kredietovereenkomsten.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat een kredietkoper bij de koop van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, niet onderworpen is aan meer vereisten dan die welke in de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn dan wel in bepalingen van het toepasselijke consumentenrecht, contractenrecht, burgerlijk recht of strafrecht zijn opgenomen. De lidstaten zorgen ervoor dat het relevante Unie- en nationale recht dat betrekking heeft op in het bijzonder de afdwinging van de naleving van contracten, consumentenbescherming, de rechten van kredietnemers, de herkomst van kredieten, de regels inzake bankgeheim en het strafrecht van toepassing blijft op de kredietkoper na de overdracht van de rechten van de kredietgever krachtens de kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, aan de kredietkoper. De overdracht van de rechten van de kredietgever krachtens de kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, aan de kredietkoper, laat het niveau van bescherming dat uit hoofde van het Unie- en nationale recht wordt geboden aan consumenten en andere kredietnemers, alsook de insolventieregels, onverlet, onverminderd nationale en internationale regels inzake orderbriefjes en wisselbrieven.
3. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan nationale bevoegdheden inzake kredietregisters, waaronder de bevoegdheid om van kredietkopers informatie te vereisen over de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of over de kredietovereenkomst zelf, en de uitvoering daarvan.
4. De lidstaten mogen kredietkopers toestaan natuurlijke personen te contracteren om de kredietovereenkomsten die zij hebben verworven te servicen. Die natuurlijke personen worden onderworpen aan een nationale regulerings- en toezichtregeling en maken geen gebruik van de vrijheid waarin deze richtlijn voorziet om in een andere lidstaat kredietservicingactiviteiten te verrichten.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen kredietservicer, of entiteit zoals bedoeld in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), namens de kredietkoper de verplichtingen nakomt die op grond van lid 2 van dit artikel en de artikelen 18 en 20 op de kredietkoper van toepassing zijn. In gevallen waarin geen kredietservicer of in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), bedoelde entiteit is aangewezen, blijft de kredietkoper of zijn vertegenwoordiger onderworpen aan die verplichtingen.
De lidstaten kunnen eisen dat de door een kredietkoper aangewezen kredietservicer, of entiteit zoals bedoeld in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), namens de kredietkoper de verplichtingen nakomt die overeenkomstig het nationale recht, waaronder die in verband met lid 3 van dit artikel, op de kredietkoper van toepassing zijn.
Artikel 18
Gebruik van kredietservicers of andere entiteiten
1. Wanneer de kredietkoper of, in voorkomend geval, zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger een in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), bedoelde entiteit of een kredietservicer aanwijst om kredietservicingactiviteiten te verrichten in verband met de overgedragen rechten van de kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of met de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, verplichten de lidstaten die kredietkoper of zijn vertegenwoordiger ertoe de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst ten laatste op de datum waarop de kredietservicingactiviteiten beginnen in kennis te stellen van de identiteit en het adres van de in artikel 2, lid 5, punt a), i) of iii), bedoelde entiteit of de kredietservicer.
2. Wanneer de kredietkoper of, in voorkomend geval, zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger een andere entiteit aanwijst dan de overeenkomstig lid 1 van dit artikel ter kennis gebrachte entiteit, stelt hij de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst daarvan ten laatste op de datum van die wijziging in kennis, en hij vermeldt daarbij de identiteit en het adres van de nieuwe entiteit die hij heeft aangewezen voor het verrichten van kredietservicingactiviteiten met betrekking tot de overgedragen rechten van de kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of tot de niet-renderende kredietovereenkomst zelf.
3. De lidstaten verplichten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de kredietkoper ertoe de overeenkomstig de leden 1 en 2 ontvangen informatie zonder onnodige vertraging mede te delen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin het krediet is verleend en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de nieuwe kredietservicer.
Artikel 19
Vertegenwoordiger van een kredietkoper uit een derde land
1. De lidstaten bepalen dat een kredietkoper die niet in de Unie woont, of die geen statutaire zetel of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, hoofdkantoor in de Unie heeft, bij overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, schriftelijk een vertegenwoordiger aanwijst die in de Unie woont, of wel zijn statutaire zetel of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, hoofdkantoor in de Unie heeft.
2. De in lid 1 bedoelde vertegenwoordiger kan door de bevoegde autoriteiten naast of in plaats van de kredietkoper worden aangesproken over alle aangelegenheden in verband met de naleving van deze richtlijn en is volledig verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen die de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn aan de kredietkoper opleggen.
Artikel 20
Overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, door een kredietkoper en mededeling aan de bevoegde autoriteiten
1. De lidstaten verplichten een kredietkoper of, in voorkomend geval, zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger die de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, overdraagt, ertoe de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst tweemaal per jaar in kennis te stellen van de identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de nieuwe kredietkoper en, in voorkomend geval, zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger, of, ingeval een dergelijke identificatiecode niet bestaat:
de identiteit van de nieuwe kredietkoper of, in voorkomend geval, van zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger, dan wel van de leden van het leidinggevende of bestuursorgaan van de nieuwe kredietkoper of zijn vertegenwoordiger en de personen die een gekwalificeerde deelneming in de nieuwe kredietkoper of zijn vertegenwoordiger hebben in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36), van Verordening (EU) nr. 575/2013, en
het adres van de nieuwe kredietkoper of, in voorkomend geval, van zijn overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordiger.
Daarnaast stelt de kredietkoper of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst ten minste in kennis van het volgende:
het totale uitstaande saldo van de rechten van de kredietgever krachtens de niet renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten, die worden overgedragen;
het aantal en de omvang van de rechten van de kredietgever krachtens de niet renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten, die worden overgedragen;
informatie over de vraag of de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomst, of een niet-renderende, met consumenten gesloten kredietovereenkomst zelf, onder de overdracht vallen en, in voorkomend geval, de soorten activa die voor de niet-renderende kredietovereenkomst als zekerheid zijn gesteld.
2. De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten kunnen voorschrijven dat kredietkopers of, in voorkomend geval, hun overeenkomstig artikel 19 aangewezen vertegenwoordigers de in dat lid bedoelde informatie op kwartaalbasis verstrekken wanneer die bevoegde autoriteiten dat nodig achten, ook om beter toezicht te houden op een groot aantal overdrachten die tijdens een crisisperiode kunnen plaatsvinden.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in de leden 1 en 2 bedoelde bevoegde autoriteiten de overeenkomstig die leden ontvangen informatie zonder onnodige vertraging doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de nieuwe kredietkoper.