Titel I. Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn stelt een gemeenschappelijk kader en vereisten vast voor:

a)

kredietservicers van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, die is gesloten door een in de Unie gevestigde kredietinstelling, die namens een kredietkoper optreden;

b)

kredietkopers van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet renderende kredietovereenkomst zelf, die is gesloten door een in de Unie gevestigde kredietinstelling.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze richtlijn is van toepassing op:

a)

kredietservicers die namens een kredietkoper optreden met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, die is gesloten door een in de Unie gevestigde kredietinstelling overeenkomstig het toepasselijke Unierecht en nationale recht;

b)

kredietkopers van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, die is gesloten door een in de Unie gevestigde kredietinstelling overeenkomstig het toepasselijke Unierecht en nationale recht.

2.   Ten aanzien van kredietovereenkomsten die binnen haar toepassingsgebied vallen doet deze richtlijn geen afbreuk aan beginselen van het contractenrecht of het burgerlijk recht die deel uitmaken van het nationale recht met betrekking tot de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of van de kredietovereenkomst zelf, en evenmin aan de bescherming die wordt geboden aan consumenten of kredietnemers op grond van, in het bijzonder, Verordeningen (EG) nr. 593/2008 en (EU) nr. 1215/2012, en Richtlijnen 93/13/EEG, 2008/48/EG en 2014/17/EU en de nationale bepalingen tot omzetting daarvan, of andere relevante bepalingen van Unierecht en nationaal recht inzake consumentenbescherming en rechten van kredietnemers.

3.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de beperkingen in het nationale recht van de lidstaten met betrekking tot de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, die niet achterstallig is of minder dan 90 dagen achterstallig is, dan wel niet is beëindigd overeenkomstig het nationaal burgerlijk recht.

4.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de vereisten in het nationale recht van de lidstaten met betrekking tot de servicing van de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of van de kredietovereenkomst zelf, indien de kredietkoper een special purpose entity voor securitisatiedoeleinden is in de zin van artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad , op voorwaarde dat dat nationale recht:

a)

geen afbreuk doet aan het door deze richtlijn geboden niveau van consumentenbescherming;

b)

waarborgt dat de bevoegde autoriteiten de nodige informatie van kredietservicers ontvangen.

5.   Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a)

het servicen van de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, door:

i)

een in de Unie gevestigde kredietinstelling;

ii)

een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerder) die over een vergunning beschikt of een notificatie heeft gedaan overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU, of een beheermaatschappij, of een beleggingsmaatschappij die over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG op voorwaarde dat de beleggingsmaatschappij geen beheermaatschappij overeenkomstig die richtlijn heeft aangewezen, namens het fonds dat zij beheren;

iii)

een niet-kredietinstelling die is onderworpen aan toezicht door een bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2008/48/EG of artikel 35 van Richtlijn 2014/17/EU bij het uitvoeren van activiteiten in die lidstaat;

i)

een in de Unie gevestigde kredietinstelling;

ii)

een beheerder van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerder) die over een vergunning beschikt of een notificatie heeft gedaan overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU, of een beheermaatschappij, of een beleggingsmaatschappij die over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG op voorwaarde dat de beleggingsmaatschappij geen beheermaatschappij overeenkomstig die richtlijn heeft aangewezen, namens het fonds dat zij beheren;

iii)

een niet-kredietinstelling die is onderworpen aan toezicht door een bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2008/48/EG of artikel 35 van Richtlijn 2014/17/EU bij het uitvoeren van activiteiten in die lidstaat;

b)

het servicen van de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, die niet is gesloten door een in de Unie gevestigde kredietinstelling, behalve wanneer de rechten van de kredietgever krachtens de kredietovereenkomst, of de kredietovereenkomst zelf, worden vervangen door een kredietovereenkomst die door een dergelijke kredietinstelling is afgesloten;

c)

de aankoop van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, door een in de Unie gevestigde kredietinstelling;

d)

de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, vóór de in artikel 32, lid 2, eerste alinea, bedoelde datum.

6.   Het servicen van de rechten van de kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf, door notarissen en deurwaarders als gedefinieerd in het nationale recht of advocaten in de zin van artikel 1, lid 2, punt a), van Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad  mag door de lidstaten worden uitgezonderd van de toepassing van deze richtlijn wanneer zij als onderdeel van hun beroep kredietservicingactiviteiten uitvoeren.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1)

“kredietinstelling”: een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

2)

“kredietgever”: een kredietinstelling die een krediet heeft verleend, of een kredietkoper;

3)

“kredietnemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kredietovereenkomst heeft gesloten met een kredietinstelling, met inbegrip van zijn rechtsopvolger of rechtverkrijgende;

4)

“kredietovereenkomst”: een overeenkomst zoals oorspronkelijk afgesloten, gewijzigd of vervangen, waarbij een kredietinstelling een krediet verleent in de vorm van een uitgestelde betaling, een lening of een andere soortgelijke financieringsregeling;

5)

“kredietservicingovereenkomst”: een schriftelijk contract gesloten tussen een kredietkoper en een kredietservicer betreffende de door de kredietservicer namens de kredietkoper te verrichten diensten;

6)

“kredietkoper”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die geen kredietinstelling is en die de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, koopt in het kader van de uitoefening van zijn handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteiten, overeenkomstig het toepasselijke Unierecht en nationale recht;

7)

“kredietservicingaanbieder”: een derde partij die door een kredietservicer wordt gebruikt om een van de kredietservicingactiviteiten uit te voeren;

8)

“kredietservicer”: een rechtspersoon die in het kader van zijn bedrijfsactiviteiten namens een kredietkoper de rechten en verplichtingen met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of tot de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, beheert en de nakoming ervan afdwingt, en die ten minste één of meer kredietservicingactiviteiten verricht;

9)

“kredietservicingactiviteiten”: een of meer van de volgende activiteiten:

a)

het innen en invorderen, overeenkomstig het nationale recht, van verschuldigde betalingen van de kredietnemer in verband met de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of in verband met de kredietovereenkomst zelf;

b)

het opnieuw onderhandelen met de kredietnemer, overeenkomstig het nationale recht, over alle voorwaarden met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of de kredietovereenkomst zelf, in overeenstemming met de door de kredietkoper gegeven instructies, indien de kredietservicer geen kredietbemiddelaar is in de zin van artikel 3, punt f), van Richtlijn 2008/48/EG of artikel 4, lid 5, van Richtlijn 2014/17/EU;

c)

het beheren van alle klachten met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of tot de kredietovereenkomst zelf;

d)

het in kennis stellen van de kredietnemer van alle wijzigingen in rentevoeten, kosten of alle verschuldigde betalingen in verband met de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of met de kredietovereenkomst zelf;

a)

het innen en invorderen, overeenkomstig het nationale recht, van verschuldigde betalingen van de kredietnemer in verband met de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of in verband met de kredietovereenkomst zelf;

b)

het opnieuw onderhandelen met de kredietnemer, overeenkomstig het nationale recht, over alle voorwaarden met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst, of de kredietovereenkomst zelf, in overeenstemming met de door de kredietkoper gegeven instructies, indien de kredietservicer geen kredietbemiddelaar is in de zin van artikel 3, punt f), van Richtlijn 2008/48/EG of artikel 4, lid 5, van Richtlijn 2014/17/EU;

c)

het beheren van alle klachten met betrekking tot de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of tot de kredietovereenkomst zelf;

d)

het in kennis stellen van de kredietnemer van alle wijzigingen in rentevoeten, kosten of alle verschuldigde betalingen in verband met de rechten van een kredietgever krachtens een kredietovereenkomst of met de kredietovereenkomst zelf;

10)

“lidstaat van herkomst”: met betrekking tot een kredietservicer, de lidstaat waar zijn statutaire zetel is gevestigd, of, indien de kredietservicer op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd of, met betrekking tot een kredietkoper, de lidstaat waar de kredietkoper of zijn vertegenwoordiger woont of zijn statutaire zetel gevestigd is of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor gevestigd is;

11)

“lidstaat van ontvangst”: de lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de kredietservicer een bijkantoor heeft of kredietservicingactiviteiten verricht, en in ieder geval waar de kredietnemer woont, of zijn statutaire zetel gevestigd is of, indien hij op grond van zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor gevestigd is;

12)

“consument”: een natuurlijk persoon die, bij kredietovereenkomsten in de zin van deze richtlijn, handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteiten vallen;

13)

“niet-renderende kredietovereenkomst”: een kredietovereenkomst die is aangemerkt als een niet-renderende blootstelling overeenkomstig artikel 47 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013.