Hoofdstuk 2. Representatieve vorderingen

Artikel 4

Bevoegde instanties

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat representatieve vorderingen zoals bedoeld in deze richtlijn kunnen worden ingesteld door bevoegde instanties die daartoe door de lidstaten zijn aangewezen.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat instanties, met name consumentenorganisaties, waaronder consumentenorganisaties die leden uit meer dan één lidstaat vertegenwoordigen, in aanmerking komen om te worden aangewezen als bevoegde instanties voor het instellen van binnenlandse representatieve vorderingen, grensoverschrijdende representatieve vorderingen, of beide.

3.

De lidstaten wijzen een instantie als bedoeld in lid 2 aan die een verzoek heeft ingediend tot aanwijzing als bevoegde instantie voor het instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen, indien die instantie voldoet aan elk van de volgende criteria:

a) 

zij is een rechtspersoon die is opgericht overeenkomstig het nationaal recht van de lidstaat van aanwijzing en kan aantonen dat zij vóór het aanwijzingsverzoek twaalf maanden daadwerkelijk openbaar actief geweest is op het gebied van de bescherming van consumentenbelangen;

b) 

uit haar statutaire doel blijkt dat zij een legitiem belang heeft bij de bescherming van consumentenbelangen zoals bepaald in de in bijlage I bedoelde voorschriften van Unierecht;

c) 

zij heeft geen winstoogmerk;

d) 

zij is niet verwikkeld in een insolventieprocedure en zij is ook niet insolvent verklaard;

e) 

zij is onafhankelijk en wordt niet beïnvloed door personen die geen consumenten zijn, met name handelaren, en die een economisch belang hebben bij het instellen van een representatieve vordering, onder meer in geval van financiering door derden, en zij beschikt daartoe over procedures die dergelijke beïnvloeding voorkomen en die belangenconflicten tussen haar eigen belangen, die van haar financiers en de consumentenbelangen voorkomen;

f) 

zij maakt via passende middelen en in duidelijke en begrijpelijke taal, met name op haar website, informatie openbaar waaruit blijkt dat zij voldoet aan de onder a) tot en met e) genoemde criteria, alsmede informatie over haar financieringsbronnen in het algemeen, haar organisatie-, bestuurs- en lidmaatschapsstructuur, haar statutaire doel en haar activiteiten.

4.

De lidstaten zorgen ervoor dat de criteria die zij hanteren om een entiteit aan te wijzen als bevoegde instantie voor het instellen van binnenlandse representatieve vorderingen, stroken met de doelstellingen van deze richtlijn teneinde dergelijke representatieve vorderingen doeltreffend en efficiënt te doen functioneren.

5.

De lidstaten kunnen besluiten de in lid 3 genoemde criteria ook te hanteren om instanties aan te wijzen die bevoegd zijn voor het instellen van binnenlandse representatieve vorderingen.

6.

De lidstaten kunnen een instantie op haar verzoek op ad-hocbasis aanwijzen als een instantie die bevoegd is voor het instellen van een welbepaalde binnenlandse representatieve vordering, mits die instantie voldoet aan de criteria om als bevoegde instantie te worden aangewezen in het nationaal recht.

7.

Niettegenstaande de leden 3 en 4 kunnen de lidstaten een overheidsinstantie aanwijzen als instantie die bevoegd is voor het instellen van representatieve vorderingen. De lidstaten kunnen bepalen dat overheidsinstanties die reeds zijn aangewezen als bevoegde instantie in de zin van artikel 3 van Richtlijn 2009/22/EG, voor de toepassing van deze richtlijn aangewezen blijven als bevoegde instanties.

Artikel 5

Informatie over en monitoring van bevoegde instanties

1.

Elke lidstaat bezorgt de Commissie uiterlijk op 26 december 2023 een lijst van de bevoegde instanties die zij vooraf heeft aangewezen met als doel grensoverschrijdende representatieve vorderingen in te stellen, met inbegrip van de naam en het statutair doel van die bevoegde instanties. Elke lidstaat stelt de Commissie ervan in kennis wanneer die lijst wordt gewijzigd. De lidstaten maken die lijst openbaar.

De Commissie stelt een lijst van die bevoegde instanties samen en maakt deze openbaar. De Commissie actualiseert die lijst telkens wanneer er wijzigingen van de lijst van bevoegde instanties van een lidstaat aan de Commissie worden meegedeeld.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de bevoegde instanties die zij vooraf hebben aangewezen met als doel binnenlandse representatieve vorderingen in te stellen openbaar wordt gemaakt.

3.

De lidstaten beoordelen minstens om de vijf jaar of bevoegde instanties nog aan de criteria van artikel 4, lid 3, voldoen. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde instantie haar status verliest wanneer zij niet langer aan een of meer van die criteria voldoet.

4.

Indien een lidstaat of de Commissie eraan twijfelt of een bevoegde instantie voldoet aan de criteria van artikel 4, lid 3, onderzoekt de lidstaat die deze bevoegde instantie heeft aangewezen deze twijfels. Indien passend herroepen de lidstaten de aanwijzing van die bevoegde instantie indien zij niet meer voldoet aan een of meer van die criteria. De handelaar heeft in zijn hoedanigheid van verweerder in het kader van een representatieve vordering het recht om bij de rechtbank of administratieve autoriteit gerechtvaardigde twijfels te uiten over de naleving door een bevoegde instantie van de criteria van artikel 4, lid 3.

5.

De lidstaten wijzen voor de toepassing van lid 4 nationale contactpunten aan en delen de naam en de contactgegevens daarvan mee aan de Commissie. De Commissie stelt een lijst van die contactpunten samen en stelt die ter beschikking van de lidstaten.

Artikel 6

Instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties die vooraf in een andere lidstaat zijn aangewezen met als doel grensoverschrijdende representatieve vorderingen in te stellen, dergelijke representatieve vorderingen kunnen instellen bij hun rechtbanken of administratieve autoriteiten.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat indien de vermeende inbreuk op het Unierecht, als bedoeld in artikel 2, lid 1, gevolgen heeft of waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor consumenten uit verschillende lidstaten, de representatieve vordering bij een bevoegde rechtbank of administratieve autoriteit van een lidstaat kan worden ingesteld door meerdere bevoegde instanties uit verschillende lidstaten om de collectieve belangen van die consumenten uit verschillende lidstaten te beschermen.

3.

De rechtbanken en administratieve autoriteiten aanvaarden de in artikel 5, lid 1, bedoelde lijst als bewijs dat de bevoegde instantie beschikt over de procesbevoegdheid om een grensoverschrijdende representatieve vordering in te stellen, onverminderd het recht van de aangezochte rechtbank of administratieve autoriteit om in een specifiek geval na te gaan of het statutaire doel van de bevoegde instantie het instellen van een vordering toelaat.

Artikel 7

Representatieve vorderingen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat representatieve vorderingen als bedoeld in deze richtlijn door overeenkomstig artikel 4 aangewezen bevoegde instanties bij hun rechtbanken of administratieve autoriteiten kunnen worden ingesteld.

2.

Bij het instellen van een representatieve vordering verstrekt de bevoegde instantie de rechtbank of administratieve autoriteit voldoende informatie over de consumenten die bij de representatieve vordering zijn betrokken.

3.

De rechtbanken of administratieve autoriteiten beoordelen de ontvankelijkheid van een specifieke representatieve vordering overeenkomstig deze richtlijn en het nationale recht.

4.

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties minstens de volgende maatregelen kunnen vorderen:

a) 

stakingsmaatregelen,

b) 

herstelmaatregelen.

5.

De lidstaten kunnen bevoegde instanties de mogelijkheid bieden om, naargelang het geval, de in lid 4 bedoelde maatregelen te vorderen binnen één enkele representatieve vordering. De lidstaten kunnen bepalen dat die maatregelen in één enkele beslissing worden opgenomen.

6.

De lidstaten zorgen ervoor dat de consumentenbelangen bij representatieve vorderingen worden behartigd door bevoegde instanties en dat die bevoegde instanties de rechten en plichten van een eisende partij hebben. De bij de representatieve vordering betrokken consumenten krijgen het recht op de voordelen van de in lid 4 bedoelde maatregelen.

7.

De lidstaten zorgen ervoor dat de rechtbanken of administratieve autoriteiten kunnen besluiten kennelijk ongegronde zaken in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure overeenkomstig het nationaal recht te verwerpen.

Artikel 8

Stakingsmaatregelen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 7, lid 4, onder a), bedoelde stakingsmaatregelen beschikbaar zijn in de vorm van:

a) 

een voorlopige maatregel om een praktijk te doen staken of, waar passend, een praktijk te verbieden, wanneer die praktijk wordt geacht een inbreuk te vormen in de zin van artikel 2, lid 1;

b) 

een definitieve maatregel om een praktijk te doen staken of, waar passend, een praktijk te verbieden, wanneer is vastgesteld dat die praktijk een inbreuk vormt in de zin van artikel 2, lid 1.

2.

Een maatregel als bedoeld in lid 1, onder b), kan, indien dit is bepaald in nationaal recht, het volgende omvatten:

a) 

een maatregel waarbij wordt vastgesteld dat de praktijk een inbreuk vormt in de zin van artikel 2, lid 1, en

b) 

een verplichting om de beslissing over de maatregel volledig of gedeeltelijk bekend te maken in een vorm die de rechtbank of de administratieve autoriteit passend acht, of een verplichting om een rechtzetting te publiceren.

3.

Opdat een bevoegde instantie een stakingsmaatregel kan vorderen, hoeven individuele consumenten niet te kennen te geven dat zij door die bevoegde instantie vertegenwoordigd willen worden. De bevoegde instantie hoeft geen bewijs te leveren:

a) 

van het daadwerkelijke verlies dat of de daadwerkelijke schade die de individuele consumenten door de in artikel 2, lid 1, bedoelde inbreuk hebben geleden, noch

b) 

van opzet of nalatigheid in hoofde van de handelaar.

4.

De lidstaten kunnen in hun nationale recht bepalingen invoeren of handhaven op grond waarvan een bevoegde instantie de in lid 1, onder b), bedoelde stakingsmaatregel uitsluitend kan vorderen nadat zij in overleg met de betrokken handelaar gepoogd heeft die handelaar de inbreuk bedoeld in artikel 2, lid 1, te doen staken. Indien de handelaar de inbreuk niet binnen twee weken na ontvangst van het verzoek tot overleg staakt, kan de bevoegde instantie onverwijld een representatieve vordering met het oog op een stakingsmaatregel instellen.

De lidstaten brengen al dergelijke bepalingen van nationaal recht ter kennis van de Commissie. De Commissie zorgt ervoor dat die informatie openbaar wordt gemaakt.

Artikel 9

Herstelmaatregelen

1.

Een herstelmaatregel verplicht de handelaar om betrokken consumenten remedies te bieden zoals compensatie, reparatie, vervanging, prijsvermindering, contractbeëindiging of terugbetaling van de betaalde prijs, al naargelang dat passend en op grond van het Unierecht of het nationale recht mogelijk is.

2.

De lidstaten stellen regels vast om te bepalen hoe en in welk stadium van een representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen de bij die representatieve vordering betrokken individuele consumenten na de instelling ervan binnen passende termijnen uitdrukkelijk of stilzwijgend te kennen kunnen geven dat zij wel of niet vertegenwoordigd willen worden door de bevoegde instantie in het kader van die representatieve vordering en dat zij wel of niet door het resultaat van de representatieve vordering gebonden willen zijn.

3.

Niettegenstaande lid 2 zorgen de lidstaten ervoor dat individuele consumenten die niet hun gewone verblijfplaats hebben in de lidstaat van de rechtbank of administratieve autoriteit waarbij een representatieve vordering is ingesteld, er uitdrukkelijk mee moeten instemmen dat zij vertegenwoordigd worden in die representatieve vordering, opdat die consumenten door het resultaat van die representatieve vordering gebonden zouden zijn.

4.

De lidstaten stellen regels vast om ervoor te zorgen dat consumenten die uitdrukkelijk of stilzwijgend te kennen hebben gegeven dat zij in een representatieve vordering vertegenwoordigd willen worden, niet vertegenwoordigd kunnen worden in andere representatieve vorderingen op dezelfde grond en tegen dezelfde handelaar, en evenmin een individuele vordering op dezelfde grond tegen dezelfde handelaar kunnen instellen. De lidstaten stellen tevens regels vast om ervoor te zorgen dat consumenten niet meer dan eenmaal schadevergoeding ontvangen op dezelfde grond en ten aanzien van dezelfde handelaar.

5.

Indien in een herstelmaatregel niet wordt vermeld welke specifieke individuele consumenten recht hebben op de voordelen van de door de herstelmaatregel geboden remedies, moet hierin minstens worden vermeld welke groep consumenten recht heeft op de voordelen van de remedies.

6.

De lidstaten zorgen ervoor dat een herstelmaatregel consumenten het recht geeft op de voordelen van die remedie zonder een afzonderlijke vordering te hoeven instellen.

7.

De lidstaten stellen regels vast of handhaven regels met betrekking tot de termijnen waarbinnen individuele consumenten de voordelen van de herstelmaatregelen kunnen genieten. De lidstaten kunnen regels vaststellen over de bestemming van uitstaande herstelfondsen die niet binnen de vastgestelde termijn zijn opgevraagd.

8.

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties representatieve vorderingen met het oog op herstelmaatregelen kunnen instellen zonder dat een rechtbank of een administratieve autoriteit hiervoor vooraf volgens een afzonderlijke procedure een inbreuk als bedoeld in artikel 2, lid 1, hoeft vast te stellen.

9.

De remedies die door herstelmaatregelen in het kader van een representatieve vordering worden geboden, laten elke aanvullende remedie waarover de consumenten krachtens het Unierecht of het nationale recht beschikken en die niet onder de representatieve vordering valt, onverlet.

Artikel 10

Financiering van representatieve vorderingen met het oog op herstelmaatregelen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat bij representatieve vorderingen met het oog op herstelmaatregelen die door derden worden gefinancierd, voor zover dat bij het nationaal recht is toegestaan, belangenconflicten worden voorkomen, en dat de financiering door derden die een economisch belang hebben bij het instellen of het resultaat van de representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen er niet toe leidt dat de representatieve vordering afleidt van de bescherming van de collectieve belangen van consumenten.

2.

Voor de toepassing van lid 1 zorgen de lidstaten er met name voor dat:

a) 

de besluiten van bevoegde instanties in het kader van een representatieve vordering, onder meer schikkingsbesluiten, niet onrechtmatig door een derde worden beïnvloed ten nadele van de collectieve belangen van de consumenten die bij de representatieve vordering zijn betrokken;

b) 

de representatieve vordering niet wordt ingesteld tegen een verweerder die een concurrent is van de financier of tegen een verweerder waarvan de financier afhankelijk is.

3.

De lidstaten zorgen ervoor dat rechtbanken of administratieve autoriteiten bij representatieve vorderingen met het oog op herstelmaatregelen de bevoegdheid hebben om de naleving van de leden 1 en 2 te beoordelen in gevallen waarin er over deze naleving gerede twijfel rijst. Daartoe verstrekken bevoegde instanties de rechtbank of administratieve autoriteit een financieel overzicht met de financieringsbronnen waarop een beroep is gedaan om de representatieve vordering te ondersteunen.

4.

De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer rechtbanken of administratieve autoriteiten optreden in het kader van de leden 1 en 2, zij de bevoegdheid hebben om passende maatregelen te treffen, zoals de bevoegde instantie verplichten om de financiering in kwestie te weigeren of te wijzigen en, indien nodig, het verwerpen van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in het kader van een specifieke representatieve vordering. De verwerping van de procesbevoegdheid van de bevoegde instantie in het kader van een specifieke representatieve vordering doet geen afbreuk aan de rechten van de bij die representatieve vordering betrokken consumenten.

Artikel 11

Schikkingen inzake herstel

1.

Met het oog op de goedkeuring van schikkingen zorgen de lidstaten ervoor dat in het kader van een representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen:

a) 

de bevoegde instantie en de handelaar gezamenlijk aan de rechtbank of de administratieve autoriteit een schikking inzake herstel voor de betrokken consumenten kunnen voorstellen, of

b) 

de rechtbank of administratieve autoriteit de bevoegde instantie en de handelaar, na met hen te hebben overlegd, kunnen verzoeken om binnen een redelijke termijn een schikking inzake herstel te bereiken.

2.

In lid 1 bedoelde schikkingen worden door de rechtbank of administratieve autoriteit getoetst. De rechtbank of administratieve autoriteit beoordeelt of zij de goedkeuring moet weigeren van een schikking die in strijd is met dwingende bepalingen van nationaal recht of onafdwingbare voorwaarden bevat, en houdt daarbij rekening met de rechten en belangen van alle partijen, met name die van de betrokken consumenten. De lidstaten kunnen regels vaststellen op grond waarvan rechtbanken of administratieve autoriteiten de goedkeuring van een schikking kunnen weigeren omdat zij oneerlijk is.

3.

Indien de rechtbank of de administratieve autoriteit de schikking niet goedkeurt, zet zij de behandeling van de betrokken representatieve vordering voort.

4.

Goedgekeurde schikkingen zijn bindend voor de bevoegde instantie, de handelaar en de betrokken individuele consumenten.

De lidstaten kunnen regels vaststellen die aan individuele consumenten die bij een representatieve vordering en de daaruit voortvloeiende schikking betrokken zijn, de mogelijkheid geven om te aanvaarden dan wel te weigeren dat zij door de in lid 1 bedoelde schikkingen gebonden zijn.

5.

Het herstel dat via een overeenkomstig lid 2 goedgekeurde schikking is verkregen, laat eventuele aanvullende remedies die bij Unierecht of nationaal recht beschikbaar zijn voor consumenten en die niet onder deze schikking vallen, onverlet.

Artikel 12

Toewijzing van de kosten van een representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat de partij die in het kader van een representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen in het ongelijk wordt gesteld, de door de in het gelijk gestelde partij gedane procedurekosten moet betalen, overeenkomstig de in het nationale recht bepaalde voorwaarden en uitzonderingen die van toepassing zijn op gerechtelijke procedures in het algemeen.

2.

De procedurekosten worden niet betaald door de individuele consumenten die betrokken zijn bij een representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen.

3.

In afwijking van lid 2 kan in uitzonderlijke omstandigheden een bij een representatieve vordering met het oog herstelmaatregelen betrokken individuele consument worden opgedragen de procedurekosten te betalen die zijn veroorzaakt door zijn eigen opzettelijk of nalatig gedrag.

Artikel 13

Informatie over representatieve vorderingen

1.

De lidstaten stellen regels vast om ervoor te zorgen dat de bevoegde instanties informatie verstrekken, met name op hun website, over:

a) 

de representatieve vorderingen die zij hebben besloten in te stellen bij een rechtbank of administratieve autoriteit;

b) 

de stand van zaken van de representatieve vorderingen die zij reeds hebben ingesteld bij een rechtbank of administratieve autoriteit, en

c) 

de resultaten van de representatieve vorderingen zoals bedoeld onder a) en b).

2.

De lidstaten stellen regels vast om ervoor te zorgen dat de consumenten die betrokken zijn bij een aanhangige representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen tijdig en via passende middelen worden geïnformeerd over de representatieve vordering, teneinde die consumenten in staat te stellen overeenkomstig artikel 9, lid 2, uitdrukkelijk of stilzwijgend te kennen te geven dat zij in die representatieve vordering vertegenwoordigd willen worden.

3.

Onverminderd de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde informatie verlangt de rechtbank of administratieve autoriteit van de handelaar dat hij op zijn kosten de bij de representatieve vordering betrokken consumenten informeert over de definitieve beslissingen die voorzien in de maatregelen als bedoeld in artikel 7 en over alle goedgekeurde schikkingen als bedoeld in artikel 11, zulks via middelen die passend zijn gezien de omstandigheden van het geval en binnen de gestelde termijnen, onder meer door, waar passend, alle betrokken consumenten individueel te informeren. Deze verplichting geldt niet indien de betrokken consumenten op een andere manier worden geïnformeerd over de definitieve beslissing of de goedgekeurde schikking.

De lidstaten kunnen regels vaststellen voor het geval waarin de handelaar dergelijke informatie alleen hoeft te verstrekken aan consumenten na een verzoek daartoe door de bevoegde instantie.

4.

De informatievereisten in lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegde instanties wat betreft definitieve beslissingen over de afwijzing of verwerping van representatieve vorderingen met het oog op herstelmaatregelen.

5.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in het gelijk gestelde partij de kosten voor het informeren van de consumenten in het kader van de representatieve vordering kan terugvorderen overeenkomstig artikel 12, lid 1.

Artikel 14

Elektronische gegevensbanken

1.

De lidstaten kunnen nationale elektronische gegevensbanken opzetten die publiek toegankelijk zijn via websites en die informatie verschaffen over bevoegde instanties die vooraf zijn aangewezen met als doel binnenlandse en grensoverschrijdende representatieve vorderingen in te stellen, alsook algemene informatie over aanhangige en afgesloten representatieve vorderingen.

2.

Indien een lidstaat een in lid 1 bedoelde elektronische gegevensbank aanlegt, deelt zij aan de Commissie het internetadres mee waarop die elektronische databank toegankelijk is.

3.

De Commissie zet een elektronische gegevensbank op, en houdt deze bij, voor de volgende doeleinden:

a) 

alle communicatie tussen de lidstaten en de Commissie als bedoeld in artikel 5, leden 1, 4 en 5, en artikel 23, lid 2, en

b) 

samenwerking tussen de in artikel 20, lid 4, bedoelde bevoegde instanties.

4.

De in lid 3 van dit artikel bedoelde elektronische gegevensbank is, voor zover relevant, rechtstreeks toegankelijk voor:

a) 

de nationale contactpunten als bedoeld in artikel 5, lid 5;

b) 

de rechtbanken en administratieve autoriteiten, indien nodig krachtens nationaal recht;

c) 

de bevoegde instanties die door de lidstaten zijn aangewezen voor het instellen van binnenlandse representatieve vorderingen en grensoverschrijdende representatieve vorderingen, en

d) 

de Commissie.

De in artikel 5, lid 1, bedoelde informatie die door de lidstaten wordt gedeeld in de in lid 3 van dit artikel bedoelde elektronische gegevensbank en die betrekking heeft op de bevoegde instanties die zijn aangewezen voor het instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen wordt openbaar gemaakt.

Artikel 15

Gevolgen van definitieve beslissingen

De lidstaten zorgen ervoor dat de definitieve beslissing van een rechtbank of administratieve autoriteit van een lidstaat over het bestaan van een inbreuk die de collectieve belangen van consumenten schaadt, door alle partijen kan worden aangevoerd als bewijs in het kader van eventuele andere vorderingen met het oog op herstelmaatregelen die bij hun nationale rechtbanken of administratieve autoriteiten zijn ingesteld tegen dezelfde handelaar wegens dezelfde praktijk, overeenkomstig het nationale recht inzake bewijswaardering.

Artikel 16

Verjaringstermijnen

1.

Overeenkomstig het nationaal recht zorgen de lidstaten ervoor dat een in behandeling zijnde representatieve vordering met het oog op een stakingsmaatregel als bedoeld in artikel 8 tot gevolg heeft dat de toepasselijke verjaringstermijnen worden geschorst of gestuit ten aanzien van de bij die representatieve vordering betrokken consumenten, zodat die consumenten niet wordt belet vervolgens de in artikel 2, lid 1, bedoelde vordering met het oog op herstelmaatregelen met betrekking tot de vermeende inbreuk in te stellen op grond dat de toepasselijke verjaringstermijnen zijn verstreken tijdens de behandeling van de representatieve vordering met het oog op een stakingsmaatregel.

2.

De lidstaten zorgen er tevens voor dat een in behandeling zijnde representatieve vordering met het oog op een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 9, lid 1, tot gevolg heeft dat de toepasselijke verjaringstermijnen ten aanzien van de bij die representatieve vordering betrokken consumenten worden geschorst of gestuit.

Artikel 17

Doelmatigheid bij procedures

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 8 bedoelde representatieve vorderingen met het oog op stakingsmaatregelen met de nodige doelmatigheid worden behandeld.

2.

Representatieve vorderingen met het oog op stakingsmaatregelen als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), worden, waar passend, behandeld volgens een summiere procedure.

Artikel 18

Toegang tot bewijs

De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtbank of administratieve autoriteit, indien een bevoegde instantie redelijkerwijs beschikbaar bewijs heeft ingediend dat toereikend is om een representatieve vordering te onderbouwen en heeft aangegeven dat de verweerder of een derde over aanvullend bewijsmateriaal beschikt, kan bevelen — indien die bevoegde instantie daarom heeft verzocht — dat de verweerder of de derde dat bewijs indient, overeenkomstig nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid en proportionaliteit. De lidstaten zorgen ervoor dat de rechtbank of de administratieve instantie, indien de verweerder daarom heeft verzocht, de bevoegde instantie of een derde overeenkomstig nationaal procesrecht tevens in gelijke mate kan bevelen toegang te verlenen tot relevant bewijs.

Artikel 19

Sancties

1.

De lidstaten stellen de regels vast inzake sancties die van toepassing zijn op de niet-naleving of weigering van naleving van;

a) 

een stakingsmaatregel als bedoeld in artikel 8, lid 1, of artikel 8, lid 2, onder b), of

b) 

verplichtingen als bedoeld in artikel 13, lid 3, of artikel 18.

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die regels worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat sancties onder meer de vorm kunnen aannemen van boeten.

Artikel 20

Steun voor bevoegde instanties

1.

De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de procedurekosten in verband met representatieve vorderingen bevoegde instanties niet beletten hun recht om de in artikel 7 bedoelde maatregelen te vorderen, daadwerkelijk uit te oefenen.

2.

De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen bijvoorbeeld de vorm aannemen van overheidsfinanciering, onder meer structurele steun voor de bevoegde instanties, beperking van toepasselijke gerechtskosten of administratieve kosten, of toegang tot rechtsbijstand.

3.

De lidstaten kunnen regels vaststellen op grond waarvan het bevoegde instanties is toegestaan om van consumenten die te kennen hebben gegeven dat zij door een bevoegde instantie vertegenwoordigd willen worden in het kader van een specifieke representatieve vordering met het oog op herstelmaatregelen, een bescheiden inschrijvingsvergoeding of soortgelijke vergoeding voor deelname aan die representatieve vordering te vragen.

4.

De lidstaten en de Commissie ondersteunen en faciliteren de samenwerking tussen bevoegde instanties en de uitwisseling en verspreiding van hun beste praktijken en hun ervaring met betrekking tot het oplossen van in artikel 2, lid 1, bedoelde binnenlandse en grensoverschrijdende inbreuken.