Artikel 18 Richtlijn representatieve vorderingen (EU) 2020/1828
Toegang tot bewijs
De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtbank of administratieve autoriteit, indien een bevoegde instantie redelijkerwijs beschikbaar bewijs heeft ingediend dat toereikend is om een representatieve vordering te onderbouwen en heeft aangegeven dat de verweerder of een derde over aanvullend bewijsmateriaal beschikt, kan bevelen — indien die bevoegde instantie daarom heeft verzocht — dat de verweerder of de derde dat bewijs indient, overeenkomstig nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid en proportionaliteit. De lidstaten zorgen ervoor dat de rechtbank of de administratieve instantie, indien de verweerder daarom heeft verzocht, de bevoegde instantie of een derde overeenkomstig nationaal procesrecht tevens in gelijke mate kan bevelen toegang te verlenen tot relevant bewijs.
Geconsolideerde tekst van 02-08-2026 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.