Artikel 23 Richtlijn representatieve vorderingen (EU) 2020/1828
Monitoring en evaluatie
Niet eerder dan 26 juni 2028 verricht de Commissie een evaluatie van deze richtlijn en brengt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de belangrijkste bevindingen. De evaluatie wordt verricht overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving van de Commissie. In het verslag beoordeelt de Commissie met name het in artikel 2 en bijlage I vastgestelde toepassingsgebied van deze richtlijn en de werking en doeltreffendheid van deze richtlijn in grensoverschrijdende situaties, onder meer wat rechtszekerheid betreft.
De lidstaten verstrekken de Commissie, voor het eerst uiterlijk op 26 juni 2027 en vervolgens jaarlijks, de volgende informatie die nodig is voor de opstelling van het in lid 1 bedoelde verslag:
het aantal en het soort representatieve vorderingen die zijn afgesloten voor hun rechtbanken of administratieve autoriteiten;
het soort inbreuken als bedoeld in artikel 2, lid 1, en de partijen bij die representatieve vorderingen;
het resultaat van die representatieve vorderingen.
Uiterlijk op 26 juni 2028 evalueert de Commissie of grensoverschrijdende representatieve vorderingen het best op Unieniveau zouden kunnen worden aangepakt door te voorzien in een Europese Ombudsman voor representatieve vorderingen met het oog op stakings- en herstelmaatregelen en brengt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag uit over de belangrijkste bevindingen, indien passend vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
Geconsolideerde tekst van 02-08-2026 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.