Artikel 6 Richtlijn representatieve vorderingen (EU) 2020/1828

Instellen van grensoverschrijdende representatieve vorderingen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat bevoegde instanties die vooraf in een andere lidstaat zijn aangewezen met als doel grensoverschrijdende representatieve vorderingen in te stellen, dergelijke representatieve vorderingen kunnen instellen bij hun rechtbanken of administratieve autoriteiten.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat indien de vermeende inbreuk op het Unierecht, als bedoeld in artikel 2, lid 1, gevolgen heeft of waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor consumenten uit verschillende lidstaten, de representatieve vordering bij een bevoegde rechtbank of administratieve autoriteit van een lidstaat kan worden ingesteld door meerdere bevoegde instanties uit verschillende lidstaten om de collectieve belangen van die consumenten uit verschillende lidstaten te beschermen.

3.

De rechtbanken en administratieve autoriteiten aanvaarden de in artikel 5, lid 1, bedoelde lijst als bewijs dat de bevoegde instantie beschikt over de procesbevoegdheid om een grensoverschrijdende representatieve vordering in te stellen, onverminderd het recht van de aangezochte rechtbank of administratieve autoriteit om in een specifiek geval na te gaan of het statutaire doel van de bevoegde instantie het instellen van een vordering toelaat.

Geconsolideerde tekst van 02-08-2026 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.