Hoofdstuk 7. Afdoening van vorderingen als gevolg van een ongeval, veroorzaakt door een voertuig dat door de in artikel 3 bedoelde verzekering is gedekt
Artikel 19
Procedure voor de afdoening van vorderingen
De lidstaten stellen de in artikel 22 omschreven procedure vast voor de afdoening van vorderingen als gevolg van een ongeval, veroorzaakt door een voertuig dat door de in artikel 3 bedoelde verzekering is gedekt.
Ten aanzien van ongevallen die aan de hand van het in artikel 2 bedoelde systeem van nationale bureaus van verzekeraars kunnen worden afgewikkeld, stellen de lidstaten eveneens de in artikel 22 omschreven procedure vast.
Voor de toepassing van die procedure worden onder verzekeringsondernemingen verstaan, de nationale bureaus van verzekeraars.
Artikel 20
Bijzondere bepalingen inzake de vergoeding van benadeelden ten gevolge van een ongeval dat zich voordoet in een andere lidstaat dan de lidstaat van hun woonplaats
De artikelen 20 tot en met 26 hebben tot doel bijzondere bepalingen vast te stellen die van toepassing zijn op benadeelden die aanspraak kunnen maken op vergoeding van materiële schade of lichamelijk letsel ten gevolge van ongevallen die zich hebben voorgedaan in een andere lidstaat dan de lidstaat van hun woonplaats en veroorzaakt zijn door de deelneming aan het verkeer door voertuigen die gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een lidstaat.
Zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de wetgeving van derde landen inzake de wettelijke aansprakelijkheid en aan het internationaal privaatrecht, zijn deze bepalingen ook van toepassing op in een lidstaat woonachtige benadeelden die aanspraak kunnen maken op vergoeding van materiële schade of lichamelijk letsel ten gevolge van ongevallen die zich hebben voorgedaan in een derde land waarvan het nationale bureau van verzekeraars is aangesloten bij het groenekaartsysteem, wanneer dergelijke ongevallen zijn veroorzaakt door de deelneming aan het verkeer door voertuigen die gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een lidstaat.
De artikelen 21 en 24 zijn slechts van toepassing met betrekking tot ongevallen die veroorzaakt zijn door het gebruik van een voertuig dat:
verzekerd is via een vestiging in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde; en
gewoonlijk is gestald in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde.
Artikel 21
Schaderegelaar
Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen opdat elke verzekeringsonderneming die de risico’s dekt die zijn ingedeeld bij branche 10 van punt A van de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG, uitgezonderd de aansprakelijkheid van de vervoerder, in iedere andere lidstaat dan die waar zij haar officiële vergunning heeft ontvangen, een schaderegelaar aanwijst.
Deze schaderegelaar wordt belast met de behandeling en afwikkeling van vorderingen ten gevolge van de in artikel 20, lid 1, bedoelde ongevallen.
De schaderegelaar heeft zijn woonplaats of vestiging in de lidstaat waar hij is aangesteld.
De keuze van de schaderegelaar wordt overgelaten aan het oordeel van de verzekeringsonderneming.
Deze keuzevrijheid kan niet door de lidstaten worden beperkt.
De schaderegelaar kan voor rekening van een of meer verzekeringsondernemingen optreden.
De schaderegelaar verzamelt, met betrekking tot dergelijke verzoeken, alle inlichtingen die nodig zijn om de verzoeken te kunnen afhandelen en neemt alle passende maatregelen om over een afwikkeling te onderhandelen.
De eis dat een schaderegelaar wordt aangewezen doet niet af aan het recht van de benadeelde, of diens verzekeringsonderneming, om rechtstreeks degene die het ongeval heeft veroorzaakt, of diens verzekeringsonderneming, aan te spreken.
De schaderegelaar beschikt over voldoende bevoegdheden om de verzekeringsonderneming in de in artikel 20, lid 1, genoemde gevallen ten aanzien van de benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken volledig af te handelen.
Hij moet in staat zijn de zaak in de officiële taal of talen van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde te behandelen.
De aanwijzing van een schaderegelaar wordt op zich niet beschouwd als de opening van een bijkantoor in de zin van artikel 1, onder b), van Richtlijn 92/49/EEG en de schaderegelaar wordt niet beschouwd als een vestiging in de zin van artikel 2, onder c), van Richtlijn 88/357/EEG noch als een vestiging in de zin van Verordening (EG) nr. 44/2001.
Artikel 22
Schadevergoedingsprocedure
De lidstaten stellen verplicht dat — op straffe van passende, afdoende en systematische financiële of daaraan gelijkwaardige administratieve sancties en binnen drie maanden na de datum waarop de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding hetzij rechtstreeks bij de verzekeringsonderneming van degene die dat ongeval heeft veroorzaakt, hetzij bij haar schaderegelaar heeft ingediend:
de verzekeringsonderneming van degene die het ongeval heeft veroorzaakt of haar schaderegelaar een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding voorlegt, wanneer de aansprakelijkheid niet wordt betwist en de schade is gekwantificeerd, of
de verzekeringsonderneming tot wie het verzoek tot schadevergoeding is gericht of haar schaderegelaar, een met redenen omkleed antwoord geeft op alle punten van het verzoek tot schadevergoeding wanneer de aansprakelijkheid wordt betwist of de schade niet volledig is gekwantificeerd.
De lidstaten nemen bepalingen aan om ervoor te zorgen dat, indien geen voorstel is voorgelegd binnen de termijn van drie maanden over de door de verzekeringsonderneming voorgestelde of door de rechter toegewezen vergoeding interest verschuldigd is.
Artikel 23
Informatiecentrum
Iedere lidstaat draagt zorg voor de oprichting of erkenning van een informatiecentrum dat de benadeelde in staat moet stellen schadevergoeding te eisen en dat daartoe:
ofwel een register bijhoudt dat de volgende informatie bevat:
de inschrijvingsnummers van motorrijtuigen die gewoonlijk op het grondgebied van de betreffende lidstaat zijn gestald;
de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van deze voertuigen wordt gedekt voor de bij branche 10, punt A, van de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG ingedeelde risico’s, uitgezonderd de aansprakelijkheid van de vervoerder en, indien de polis is verstreken, de datum waarop de dekking is geëindigd;
de verzekeringsondernemingen die voertuigen dekken voor de bij branche 10 in punt A van de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG ingedeelde risico’s, uitgezonderd de aansprakelijkheid van de vervoerder, en de schaderegelaars die deze verzekeringsondernemingen ingevolge artikel 21 van deze richtlijn hebben aangewezen en van wie zij de naam overeenkomstig lid 2 van dit artikel aan het centrum hebben medegedeeld;
de lijst van de voertuigen waarvoor in elke lidstaat overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, wordt afgeweken van de verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid;
met betrekking tot voertuigen als bedoeld in punt iv):
de naam van de instantie die of het orgaan dat overeenkomstig artikel 5, lid 1, derde alinea, is belast met de schadevergoeding aan de benadeelden, indien de procedure van artikel 2, lid 2, onder a), niet van toepassing is en indien voor het voertuig de afwijking geldt van artikel 5, lid 1, eerste alinea,
de naam van het orgaan waaronder het voertuig ressorteert in de lidstaat waar het gewoonlijk gestald is, indien voor het voertuig de afwijking geldt van artikel 5, lid 2;
ofwel de verzameling en de verspreiding van deze gegevens coördineert, en
de informatiegerechtigden bijstand verleent om de onder a), i) tot en met v), vermelde informatie te achterhalen.
De onder a), i), ii) en iii), genoemde informatie moet gedurende zeven jaar na het verstrijken van de inschrijving van het voertuig of van de verzekeringsovereenkomst worden bewaard.
De lidstaten zien erop toe dat verzekeringsondernemingen of andere instanties verplicht zijn de in lid 1, punt a), i), ii) en iii), bedoelde informatie aan de informatiecentra te verstrekken en hen in kennis te stellen wanneer een verzekeringspolis ongeldig wordt of anderszins niet langer dekking biedt voor een voertuig met een inschrijvingsnummer.
Verzekeringsondernemingen als bedoeld in lid 1, onder a), iii), stellen de informatiecentra van alle lidstaten in kennis van de naam en het adres van de in iedere lidstaat overeenkomstig artikel 21 aangewezen schaderegelaar.
De lidstaten zorgen ervoor dat de benadeelde het recht heeft binnen zeven jaar na het ongeval bij het informatiecentrum van de lidstaat van zijn woonplaats of van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald dan wel van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan, onverwijld de volgende informatie te verkrijgen:
de naam en het adres van de verzekeringsonderneming,
het nummer van de verzekeringspolis, en
de naam en het adres van de schaderegelaar van de verzekeringsonderneming in de staat van de woonplaats van de benadeelde.
De informatiecentra werken onderling samen.
Indien de benadeelde er rechtmatig belang bij heeft, deelt het informatiecentrum hem naam en adres van de eigenaar, de gebruikelijke bestuurder of de ingeschreven houder van het voertuig mee. Het informatiecentrum informeert daartoe in het bijzonder bij:
de verzekeringsonderneming, of
het bureau motorrijtuigenregistratie.
Indien voor het voertuig de afwijking geldt van artikel 5, lid 1, eerste alinea, deelt het informatiecentrum de benadeelde de naam mee van de instantie die of het orgaan dat overeenkomstig de derde alinea van artikel 5, lid 1, is belast met de schadevergoeding aan de benadeelden, indien de procedure van artikel 2, onder a), niet van toepassing is.
Indien voor het voertuig de afwijking geldt van artikel 5, lid 2, deelt het informatiecentrum de benadeelde de naam mee van het orgaan van het land waar het voertuig gewoonlijk is gestald.
De lidstaten dragen er zorg voor dat de informatiecentra, onverminderd hun verplichtingen ingevolge de leden 1 en 4, de in die leden bedoelde informatie verstrekken aan alle personen die zijn betrokken bij een verkeersongeval veroorzaakt door een voertuig dat door een in artikel 3 bedoelde verzekering is gedekt.
De verwerking van persoonsgegevens krachtens de leden 1 tot en met 5 gebeurt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.
Artikel 24
Schadevergoedingsorgaan
Iedere lidstaat gaat over tot oprichting of erkenning van een schadevergoedingsorgaan dat belast is met de vergoeding aan benadeelden in de in artikel 20, lid 1, genoemde gevallen.
De benadeelde kan een verzoek tot schadevergoeding indienen bij het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van zijn woonplaats:
indien binnen drie maanden na de datum waarop hij zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend bij de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee, door deelneming aan het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of bij haar schaderegelaar, die verzekeringsonderneming of haar schaderegelaar hem geen met redenen omkleed antwoord op de diverse punten in het verzoek heeft verstrekt; dan wel
indien de verzekeringsonderneming heeft nagelaten om overeenkomstig artikel 20, lid 1, in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde een schaderegelaar aan te wijzen. In dit geval kan de benadeelde geen verzoek tot schadevergoeding bij het schadevergoedingsorgaan indienen, indien hij zijn verzoek rechtstreeks heeft ingediend bij de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee door deelneming aan het verkeer, het ongeval is veroorzaakt en hij binnen drie maanden na de indiening van het verzoek een met redenen omkleed antwoord heeft ontvangen.
De benadeelde kan echter geen verzoek tot schadevergoeding indienen bij het schadevergoedingsorgaan, wanneer hij rechtstreeks tegen de verzekeringsonderneming een vordering heeft ingesteld.
Het schadevergoedingsorgaan treedt op binnen twee maanden nadat de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend, maar staakt zijn optreden zodra de verzekeringsonderneming of haar schaderegelaar een met redenen omkleed antwoord op het verzoek heeft gegeven.
Het schadevergoedingsorgaan stelt de navolgende partijen onmiddellijk in kennis van het verzoek tot schadevergoeding, met de mededeling dat het binnen twee maanden na de indiening ervan zal optreden:
de verzekeringsonderneming van het voertuig waarmee, door deelneming aan het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of de schaderegelaar;
het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis heeft afgesloten;
indien deze bekend is, de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om aan de tussenkomst van dit orgaan een al dan niet subsidiair karakter te geven, noch aan het recht van de lidstaten om te voorzien in de afhandeling van de verzoeken tussen dit orgaan en de personen die het ongeval hebben veroorzaakt en andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn het slachtoffer ter zake van dit ongeval te vergoeden. De lidstaten mogen het orgaan echter niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van andere dan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden, met name van de voorwaarde dat de benadeelde op enigerlei wijze aantoont dat degene die aansprakelijk is niet kan of niet wil betalen.
Het schadevergoedingsorgaan dat de benadeelde in de lidstaat van zijn woonplaats heeft vergoed, kan de uitbetaalde vergoeding verhalen op het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis heeft afgesloten.
Het laatstgenoemde orgaan wordt in de rechten van degene die het ongeval heeft veroorzaakt of diens verzekeringsonderneming gesubrogeerd, ter grootte van de vergoeding die het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde heeft uitgekeerd.
Elke lidstaat is verplicht deze subrogatie zoals door een andere lidstaat geregeld, te erkennen.
Het in dit artikel bepaalde treedt in werking
nadat er een overeenkomst is gesloten tussen de door de lidstaten opgerichte of erkende schadevergoedingsorganen betreffende hun taken en verplichtingen en de wijze van terugbetaling;
met ingang van de datum die door de Commissie wordt vastgesteld nadat zij zich er in nauwe samenwerking met de lidstaten van heeft vergewist dat een dergelijke overeenkomst is gesloten.
Artikel 25
Schadevergoeding
Indien het voertuig niet kan worden geïdentificeerd of de verzekeringsonderneming binnen twee maanden na het ongeval niet kan worden geïdentificeerd, kan de benadeelde een verzoek tot schadevergoeding indienen bij het schadevergoedingsorgaan in zijn lidstaat van woonplaats. De vergoeding wordt uitgekeerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 9 en 10. Het schadevergoedingsorgaan kan zich onder de voorwaarden van artikel 24, lid 2, verhalen:
indien de verzekeringsonderneming niet kan worden geïdentificeerd: op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk gestald is;
indien het betrokken voertuig niet kan worden geïdentificeerd: op het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan;
indien het gaat om een voertuig uit een derde land: op het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan.
Artikel 25 bis
Bescherming van benadeelden ten aanzien van schade ten gevolge van ongevallen in een andere lidstaat dan hun lidstaat van woonplaats in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming
Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan dat is belast met de taak om schadevergoeding te verlenen aan benadeelden die op zijn grondgebied wonen, in de in artikel 20, lid 1, bedoelde gevallen, ten minste binnen de grenzen van de verplichte verzekering, voor materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaakt door een voertuig dat verzekerd is door een verzekeringsonderneming, vanaf het tijdstip dat:
de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een faillissementsprocedure, of
de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een liquidatieprocedure in de zin van artikel 268, lid 1, punt d), van Richtlijn 2009/138/EG.
Elke lidstaat neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat het in lid 1 bedoelde orgaan over voldoende financiële middelen beschikt om de benadeelden volgens de regels van lid 10 te vergoeden wanneer er schadevergoeding moet worden uitgekeerd in situaties als bedoeld in lid 1, punten a) en b). Die maatregelen kunnen het opleggen van financiële bijdragen omvatten, mits zij alleen worden opgelegd aan verzekeringsondernemingen die zijn erkend door de lidstaat die de bijdragen oplegt.
Onverminderd eventuele verplichtingen uit hoofde van artikel 280 van Richtlijn 2009/138/EG, draagt elke lidstaat er zorg voor dat wanneer een bevoegde rechterlijke instantie of een andere bevoegde autoriteit een bevel uitvaardigt of een beslissing neemt tot het inleiden van een procedure als bedoeld in lid 1, punt a) of b), met betrekking tot een verzekeringsonderneming waarvan die lidstaat de lidstaat van herkomst is, dat bevel of die beslissing openbaar wordt gemaakt. Het in lid 1 bedoelde orgaan dat gevestigd is in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming ziet erop toe dat alle in lid 1 bedoelde organen en alle in artikel 24 bedoelde schadevergoedingsorganen in alle lidstaten onverwijld van dat bevel of die beslissing in kennis worden gesteld.
De benadeelde kan bij het in lid 1 bedoelde orgaan rechtstreeks een vordering tot schadevergoeding indienen.
Na ontvangst van de vordering stelt het in lid 1 bedoelde orgaan het overeenkomstige orgaan in de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming, het in artikel 24 bedoelde schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, alsook de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of liquidatieprocedure, of haar bewindvoerder of liquidateur, zoals omschreven in artikel 268, lid 1, punt e), respectievelijk punt f), van Richtlijn 2009/138/EG, ervan in kennis dat het een vordering van de benadeelde heeft ontvangen.
De verzekeringsonderneming die het voorwerp is van een faillissements- of liquidatieprocedure, of de bewindvoerder of de liquidateur ervan, brengt het in lid 1 bedoelde orgaan op de hoogte wanneer zij een vergoeding uitkeert of aansprakelijkheid afwijst met betrekking tot een vordering die ook bij het in lid 1 bedoelde orgaan is ingediend.
De lidstaten dragen er zorg voor dat het in lid 1 bedoelde orgaan de benadeelde op basis van onder andere de inlichtingen die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, binnen drie maanden nadat de benadeelde zijn vordering tot schadevergoeding bij het orgaan heeft ingediend, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding of een met redenen omkleed antwoord als bepaald in de tweede alinea van dit lid doet toekomen.
Voor de toepassing van de eerste alinea zal het orgaan:
een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding doen, wanneer het heeft vastgesteld dat het gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), de vordering niet wordt betwist en de schade geheel of gedeeltelijk is gekwantificeerd;
een met redenen omkleed antwoord geven op de punten van de vordering, wanneer het heeft vastgesteld dat het niet gehouden is om schadevergoeding te verlenen op grond van lid 1, punt a) of b), of wanneer aansprakelijkheid wordt afgewezen of niet duidelijk is vastgesteld, of de schade niet volledig is gekwantificeerd.
Indien schadevergoeding verschuldigd is op grond van lid 7, tweede alinea, punt a), keert het in lid 1 bedoelde orgaan de schadevergoeding onverwijld aan de benadeelde uit en in ieder geval binnen drie maanden nadat de benadeelde het met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding als bedoeld in lid 7, tweede alinea, punt a), heeft aanvaard.
Indien de schade slechts gedeeltelijk is gekwantificeerd, zijn de in de eerste alinea gestelde eisen betreffende de uitkering van schadevergoeding van toepassing op die gedeeltelijk gekwantificeerde schade, en wel vanaf het tijdstip van aanvaarding van het overeenkomstige met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding.
De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1 bedoelde orgaan over alle nodige bevoegdheden en competenties beschikt om in alle stadia van de in dit artikel bedoelde procedure tijdig te kunnen samenwerken met andere overeenkomstige organen in andere lidstaten, met de uit hoofde van artikel 10 bis en artikel 24 in alle lidstaten ingestelde of erkende organen en met andere betrokken partijen, onder meer met een verzekeringsonderneming die onderworpen is aan een faillissements- of liquidatieprocedure, met de schaderegelaar, de bewindvoerder of de liquidateur van die onderneming, alsmede met de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten. Dergelijke samenwerking omvat in voorkomend geval het verzoeken om, het ontvangen van en het verstrekken van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen.
Indien de in lid 1 bedoelde lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming een andere is dan de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde, heeft het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, het recht om van het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming volledige terugbetaling te vorderen van de bij wijze van schadevergoeding uitgekeerde bedragen.
Het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming betaalt het in lid 1 bedoelde orgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde, dat de benadeelde overeenkomstig lid 8 heeft vergoed, binnen een redelijke termijn van ten hoogste zes maanden uit, tenzij door die organen schriftelijk anders is overeengekomen, nadat het een vordering tot een dergelijke terugbetaling heeft ontvangen.
Het orgaan dat op grond van de eerste alinea schadevergoeding heeft verleend wordt gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde jegens de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt of zijn of haar verzekeringsonderneming, met uitzondering van de rechten van de benadeelde jegens de verzekeringnemer of andere verzekerde die het ongeval heeft veroorzaakt, voor zover de aansprakelijkheid van de verzekeringnemer of van de verzekerde overeenkomstig het toepasselijke nationale recht door de insolvente verzekeringsonderneming zou worden gedekt. Elke lidstaat is verplicht deze subrogatie zoals dat door een andere lidstaat is geregeld, te erkennen.
De leden 1 tot en met 10 doen geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om:
aan de door het in lid 1 bedoelde orgaan betaalde vergoeding al dan niet een subsidiair karakter te geven;
te voorzien in verhaal ter zake van hetzelfde ongeval tussen:
het in lid 1 bedoelde orgaan;
de voor het ongeval aansprakelijke persoon of personen;
andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde te vergoeden.
De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan niet toestaan de uitkering van schadevergoeding afhankelijk te stellen van andere dan de in deze richtlijn vastgestelde vereisten. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan met name niet toestaan de uitkering van schadevergoeding afhankelijk te stellen van het vereiste dat de benadeelde aantoont dat de voor het ongeval aansprakelijke rechts- of natuurlijke persoon niet kan of niet wil betalen.
De in lid 1 bedoelde organen of de in de tweede alinea van dit lid bedoelde instanties streven ernaar om uiterlijk op 23 december 2023 een overeenkomst te sluiten met het oog op de uitvoering van dit artikel, betreffende hun taken en verplichtingen en de procedures voor terugbetaling op grond van dit artikel.
Daartoe zullen de lidstaten uiterlijk op 23 juni 2023:
het in lid 1 bedoelde orgaan instellen of erkennen en het machtigen een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, of
een instantie aanwijzen en deze machtigen om een dergelijke overeenkomst uit te onderhandelen en te sluiten, waarbij het in lid 1 bedoelde orgaan partij wordt wanneer het is ingesteld of erkend.
De in de eerste alinea bedoelde overeenkomst wordt onmiddellijk ter kennis van de Commissie gebracht.
Indien de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst niet is gesloten tegen 23 december 2023, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig de in artikel 28 ter bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen om de procedurele taken en verplichtingen van de in lid 1 bedoelde organen met betrekking tot de terugbetaling te bepalen.
Artikel 26
Centraal orgaan
De lidstaten nemen alle passende maatregelen om te bevorderen dat de benadeelden, hun verzekeraars of hun wettelijke vertegenwoordigers tijdig kunnen beschikken over de basisgegevens die nodig zijn voor de afwikkeling van rechtsvorderingen.
Deze basisgegevens worden, waar van toepassing, in elektronische vorm opgeslagen in een centrale databank in elke lidstaat en zijn op hun uitdrukkelijk verzoek toegankelijk voor de bij de zaak betrokken partijen.
Artikel 26 bis
Informatie aan benadeelden
De lidstaten die uit hoofde van artikel 10, lid 1, artikel 10 bis, lid 1, artikel 24, lid 1, en artikel 25 bis, lid 1, verschillende schadevergoedingsorganen instellen of machtigen, zorgen ervoor dat de benadeelden toegang hebben tot essentiële informatie over de mogelijkheden om een verzoek tot schadevergoeding in te dienen.
Artikel 27
Sancties
De lidstaten stellen sancties vast voor overtredingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen, en treffen alle maatregelen die nodig zijn om de toepassing daarvan te verzekeren. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie alle wijzigingen van de op grond van dit artikel vastgestelde bepalingen zo spoedig mogelijk mee.